gelezen: Elvis Duran: Where Do I Begin?

Gelezen: het boek van de Amerikaanse radioster Elvis Duran: Where Do I Begin? Stories (I Sort of Remember) from a Life Lived Out Loud.

Elvis Duran (55) vertelt in dit boek over zijn radiocarrière, van de kleine stations waar hij begon, langs het legendarische Z100 in New York, tot vandaag: hij is CEO van zijn eigen bedrijf en zijn ochtendshow wordt in heel de Verenigde Staten uitgezonden.

Hij beschrijft radio achter de schermen, het leven als celebrity en zijn privéleven: zijn jeugd, zijn wilde party- en drugsverleden, het moment dat hij als gay uit de kast kwam, zijn maagverkleining die hem tientallen kilo’s deed afvallen.

Lekkerste brok in het boek: het stuk over zijn aankomst bij Z100, het legendarische radiostation in New York met als slogan: Serving the universe from the top of the Empire State Building:

(Zijn vorige station) “KRBE may have sounded big. But it had nothing on Z100. Z100 sounded gigantic. (…) It was so loud. A wall of sound. (…) How’d they do it? Well, they borrowed some tricks from the old AM radio stations that dominated the landscape back in the Stone Age of radio. They added a ton of reverb, so that the voices and music coming over the airwaves would boom and echo through your speakers.” (p. 48)

Eentje voor de radiofreaks.

HipstamaticPhoto-593025566.235672.JPG

Elvis Duran and the Morning Show

Live vanuit het Q-Beach House in Oostende

Eigenlijk is het een zwaar uit de hand gelopen caravan-met-radiostudio op het strand.

Het Q-Beach House is de jaarlijkse zomerresidentie van Qmusic, het radiostation waarvoor ik werk. Het is één van de hotspots van de Belgische kust en het staat groots en kleurrijk te blinken op het strand van Oostende. Er komt ook veel lawaai uit. Ondermeer van mij, want ik ga er binnenkort een radiouitzending presenteren.

Sinds enkele jaren is er elk jaar een thema. Deze keer: Mexico. Volgens kenners lijkt het Beach House als twee druppels tequila op een Mexicaanse haciënda: er zijn aangepaste cocktails, er zijn sombrero’s, er staat een enorme paarse dildo op het strand die een cactus moet voorstellen en bij een bezoek aan de radiostudio kan je een pin krijgen met een doodskop die volgens mijn nonkel het logo is van de Mexicaanse drugsmaffia.

Er was begin juli een openingsceremonie met piñata’s in verschillende vormen en kleuren, waaronder een eenhoorn die door de burgemeester van Oostende op rituele en vooral agressieve wijze tot frut werd geslagen, gevolgd door hevige vreugdetaferelen en een tournée générale voor de bezoekers op het terras.

Op de menukaart van het Q-Beach House staan quesadilla’s, empanadas, taco’s en wifi gratuito. Gelukkig kan je ook gewoon een kaasplank met Brugge kaas verorberen, voor wie al dat Mexico maar dikke quatsch vindt en voor wie Brugge al exotisch genoeg is.

Een geruststelling: verwijzingen naar het wereldkampioenschap Mexico 86 zijn er nauwelijks. Jean-Marie Pfaff zal dan ook gegarandeerd niet aanwezig zijn, mijn drugscartel-gerelateerde nonkel trouwens ook niet.

Kortom, het is heerlijk toeven in het Q-Beach House, al kan je op een warme namiddag wel eens geconfronteerd worden met een enthousiaste bezoeker die zijn zweetoksel liefdevol over je schouder legt voor een selfie. Maar voor de rest is het een zalig weerzien met de vaste bezoekers en de nieuwe luisteraars. Ze komen dag zeggen in de studio, in hun zomeroutfits, hun wellustige bikini’s, hun stoere torso’s.

En binnenkort zal ik dus zelf nog eens een radiouitzending verzorgen vanuit het Q-Beach House. Ik heb het nieuwe boek Kamer in Oostende van Koen Peeters alvast aandachtig doorgenomen, om zeker geen verwijzing naar de artistieke geschiedenis van de stad van Ensor en Spilliaert te laten liggen. Ik zal de obligate Spaanstalige zomerhits draaien, de temperaturen zullen tot ongekende hoogten stijgen want de airco in de studio werkt niet goed; en tenslotte beloof ik plechtig dat ik de waardeloze mop van de Mexicaan zonder auto* niet zal gebruiken en dat ik ook mijn beste Jommekes-Spaans wijselijk voor mijzelf zal houden.

Je bent van harte welkom. Én je hoeft niet illegaal over een muur te klauteren om terug in de beschaving te geraken. Binnenkort hoor je mij live vanuit het Q-Beach House. Maar nu nog niet. Eerstos vakantios.

Q-Beach House.jpeg

* Hoe noem je een Mexicaan zonder auto? CAR-LOS

Christophe Lambrecht

Prince zingt Take Me With U, het is maandag 6 mei en ik rijd naar huis na mijn radioprogramma. Een moeizame, zinloze ochtendshow waarin alles scheef zat en elke lach groen was. Een ochtendshow op een ander radiostation, waarin de dood van Christophe Lambrecht toch voelbaar was in alles. Gisteren vernomen dat hij compleet onverwacht gestorven is; hij was maar twee jaar ouder dan ik. We hebben jaren samen doorgebracht in een mini-bureautje op de VRT, tijdens onze beginjaren bij Studio Brussel. Chris Dusauchoit was er ook, Peter Verhulst, Lieven Van Gils en een witte engel genaamd Roos Van Acker.

Lou Reed: Walk on the Wild Side. Ik zag Christophe laatst nog op het afscheid van Luc Janssen tijdens een uitzending van Radio 1 in de AB Club in Brussel. We mochten er allebei ons zegje doen over het legendarisch gehalte van het feestvarken. Geen mens kon toen vermoeden dat Christophe Lambrecht de man in de zaal was met nog het minste aantal levensdagen op de teller. We zaten naast elkaar en praatten een beetje over muziek, over Luc Janssen en over de vernieuwingen bij Studio Brussel; hij zei dat het goed ging.

Ik rijd over de E40 en de radio staat veel te hard, de hele tijd al, als om mijn oren dicht te proppen tegen ongewenste gedachten. Mykonos van Fleet Foxes. Gisteravond en vanochtend zijn een waas, met huilende mensen aan de lijn die onverstaanbare dingen zeiden, met tweets en lieve berichtjes van collega’s die ik soms al vijftien jaar niet meer gehoord had. Medeleven en sterkte. Safe From Harm. Ik heb de ochtendshow op Qmusic die ik zelf mee gepresenteerd heb vanmorgen, maar half gehoord.

Studio Brussel is sinds gisteravond overgeschakeld op non-stop muziek en draait nu de hele tijd Christophes favoriete platen, net nu hij ze zelf niet meer kan horen. Sugarman, Underworld, Jungle, Nick Cave met Red Right Hand. Overal stemmen die hetzelfde zeggen: hij was de zachtste, de liefste en de beste. Hij was een radiomonument. De mooiste stem van Vlaanderen. 

Waarom kan het pas als iemand dood is? Die golven van liefde die over je heen komen, al die mensen die zeggen dat ze van je houden. Hij had hierbij moeten zijn; hij had dit moeten horen. Maar het is deel van het spel zeker, het is deel van het leven dat het pas mag als iemand er niet meer is. Fugitive Motel van Elbow.

Christophe Lambrecht stond voor: rust op de radio, rust en klasse. Hij presenteerde de voormiddag van 9 tot 12, het programma dat na de drukke ochtendshow komt. In de voormiddag moet je zwijgen en muziek draaien, zodat je luisteraars rustig kunnen werken en de radio niet afzetten omdat er teveel geluld wordt. Christophe was een absolute meester in de zwaar onderschatte kunst om met een paar woorden iets zinnigs te zeggen tussen twee platen op de radio. Je moet het eens proberen. Het lukt je niet.

Ik zit alleen in de auto en ik luister naar de favoriete liedjes van Christophe Lambrecht op Studio Brussel. Na Nightcall van Kavinsky zegt iemand het telefoonnummer dat je kan bellen om een rouwbericht in te spreken, en het snoert mij de keel dicht. Christophe Lambrecht was 48 jaar. Gestorven aan een hartfalen. De enige mogelijke boodschap is: koester je liefdes en je vriendschappen, want het kan elk moment afgelopen zijn. Rust zacht, lieve man.

Christophe Lambrecht.jpg

De duivel in het doosje. Afscheid van Luc Janssen

Zijn haar was kort en grijs. Hij droeg bottinen, een legerbroek en een jas. De dresscode van Leopoldsburg en omstreken. In zijn armen torste hij kilo’s cd’s en vinyl. Radiolegende Luc Janssen stapte voorbij onderweg naar de studio. Ik was een groentje op Studio Brussel. Ik durfde hem niet aan te spreken. Ik zat stil en keek.

Ik wist toen één ding over Luc Janssen: dat hij honderd procent zijn zin deed. De kerel voor wie Van Dale het woord eigenzinnig had uitgevonden. De enige man die heel zijn radiocarrière lang, overal waar hij werkte, altijd de muziek draaide die nét niet op het station paste, altijd net te lastig, altijd net over het randje.

Zijn programma toen heette Krapuul De Lux. Het was ergens ’s avonds te horen. Dat was zijn uur, het uur waarop Luc Janssen ontwaakte. Hij werd altijd laat op de avond geprogrammeerd: de bevolking moest beschermd worden. Ik wilde later als ik groot was ook een radioprogramma presenteren met krapuul in de titel.

Geen enkele presentatie van Luc Janssen was gewoon. Hij declameerde bedachte, uitgeschreven teksten, vaak over muziek, soms over actualiteit, vuilbekkend, vol beledigingen aan het adres van BV’s of zelfs collega’s. In het half-Hollands. Ik denk dat veel mensen Luc Janssen niét sympathiek vonden.

Hij is ooit écht in Nederland terechtgekomen. In 1982 werd Luc Janssen ontslagen bij Omroep Brabant op de toenmalige BRT omwille van een scheet op de radio. Zijn rubriek heette De scheet van de week (luister hier) en toen de directie er lucht van kreeg, mocht hij opstappen. Na een ballingschap bij onze noorderburen kwam hij terug en blies vanaf toen systematisch elke afdeling van de openbare omroep aan flarden.

In Retro, zijn laatste programma op Radio 1, vertolkte hij een Guy De Pré op XTC, gebruikte hij gangsta rap in de intro en draaide hij twee weken geleden nog No Limit van 2 Unlimited met “Wat is dit voor shit?” van Hans Teeuwen er ononderbroken doorheen gemonteerd. Bijzonder, voor een ambtenaar op een zucht van zijn pensioen.

Luc Janssen huldigde zijn hele carrière één van de grote principes van live radio: dat er liefst iets moet gebeuren. Ja, het omgekeerde van veel radioprogramma’s die genadeloos zorgen voor de doodsteek van het medium en de massale vlucht naar Spotify: er gebeurt gegarandeerd niks. Als in: nooit iets. Bij Luc Janssen was en is élke presentatie een snoepje, of beter gezegd: een lekkernij die na drie seconden zuur in je mond ontploft.

Luc Janssen heeft de allerbeste radio-uitzending gemaakt die ik ooit gehoord heb. Het moet in een weekend geweest zijn, vrijdag- of zaterdagavond. Zijn programma heette Mish Mash, het was op Studio Brussel, hij was toen al ver in de 50 maar er viel geen zuchtje bezadigdheid te bespeuren in zijn hele lijf.

In Mish Mash waren alle nummers aan elkaar gemixt; de presentator riep erdoorheen als een MC. Elke aflevering was heftig, maar deze was compleet over the top. Het leek alsof Luc Janssen alles tot zich genomen had wat de heer verboden heeft. Of hij deed toch verdomd goed alsof.

Die avond presenteerde hij het meest vunzige, genadeloze programma ooit. En tegelijk het meest fantastisch gemaakte. Het was één verbluffende mix, hij sleurde je van de ene plaat naadloos naar de intro van de volgende, met beats en drops en een fenomenaal gevoel voor ritme, om stikjaloers op te zijn.

En het was vuil meneer, echt vuil. Luc Janssen-stijl. Fuck, dat programma was vuil. Siska Schoeters speelde er een rol in; ik zal niet herhalen wat Janssen toen over haar zei, maar het was – letterlijk – ongehoord. Ik zat stomverbaasd te luisteren in de auto.

Alles kwam samen. Het was live radio van dàt moment, met die man, Luc Janssen, die compleet gestoord was en wiens persoonlijkheid en meer dan 30 jaar radio-ervaring en muziekbeleving samenvloeide in een show om nooit te vergeten. Herbeluisteren werkt niet, het was radio zoals enkel radio kan zijn: live, de presentator en ik, wij samen, een rollercoaster, in een flits voorbij.

Mish Mash werd uitgezonden bijna twee decennia na mijn eerste ontmoeting met hem. In de tussentijd zou Luc Janssen mij aanspreken en bijzonder vriendelijk blijken te zijn, zachtaardig zelfs, een lieve man. Met een zoon die zijn zachtheid, zijn liefde voor het vak en zijn uitmuntende muzieksmaak heeft geërfd.

Maar dat wist ik toen nog niet. Toen zat ik stil op de redactie van Studio Brussel en ik keek. Ik keek naar de grijze radiogod met zijn jas en zijn bottinen en ik zag het blinken in zijn ogen toen hij passeerde: zometeen zou de duivel weer uit het doosje komen. 

Danku Luc Janssen.

luc_janssen.jpg

foto: Radio 1

Lees ook: Dag Hautekiet, bij het afscheid van Jan Hautekiet.