gelezen: Louis Paul Boon: Mieke Maaike’s obscene jeugd

Eindelijk gelezen: Mieke Maaike’s obscene jeugd, de beruchte roman van de Aalsterse schrijver Louis Paul Boon uit 1972. Berucht voor zijn schunnigheid. (het boek én de schrijver) Het exhibitionistische, vroegrijpe hoofdpersonage Mieke Maaike vertelt over haar erotische avonturen met vaders van vriendinnetjes, jonge jongens, getrouwde mannen, pastoors en al het mannelijks dat op haar pad komt.

Louis Paul Boon heeft duidelijk bijzonder veel schrijfplezier beleefd aan dit boek. Het zit vol grappige elementjes en seksuele woordspelingen, maar de basis is pure porno, met de ene uitspatting en perversiteit na de andere. Er wordt gevoeld gelikt gevingerd geneukt geplast gespoten. Bovendien speelt het grootste deel van het verhaal zich af tussen Mieke Maaikes negende (!) en haar zestiende jaar, en dat heet: pedofilie.

Op de achterflap wordt het boek “frivool-erotisch” genoemd maar dat is een complete miskenning van de zware pornografie die van de pagina’s spat. Mieke Maaike’s obscene jeugd bevat naast pedofiele scènes ook incest, sadisme en enkele vormen van kindermisbruik. Het is bij momenten schokkend. Bedacht en geschreven door een volwassen man, is deze roman eigenlijk kinderporno.

In zijn schitterende, hilarische voorwoord uit 2018 vertelt Ilja Leonard Pfeijffer dat de scènes in het boek zò grotesk en bij de haren getrokken zijn, dat het als een parodie kan gezien worden, een pastiche, een satire. Maar dat het tegelijk vooral keiharde porno is. Dat het boek omwille van de leeftijd van het hoofdpersonage nu niet meer uitgegeven zou kunnen worden.

Ik heb dit boek ontleend in stadsbibliotheek De Krook in Gent. Eerder las ik van Boon ook De Kapellekensbaan en Mijn kleine oorlog.

HipstamaticPhoto-618522151.901714.jpg

gelezen: Louis Paul Boon: Mijn kleine oorlog

Gelezen: Mijn kleine oorlog van de Aalsterse schrijver Louis Paul Boon. Ik heb het boek verslonden in mijn studententijd, en nu herlezen omdat er een prachtige nieuwe uitgave is verschenen. Boon stierf in mei 1979, precies 40 jaar geleden.

gij (…), die geteisterd werd in uw have en goed, zoals ze dat noemen, maar die nog veel meer geteisterd werd in uw ziel, zijnde geëvacueerd geweest als een stuk vee en gedeporteerd als een misdadiger, gebombardeerd en gemitrailleerd en gefusilleerd en mee-geamuseerd als een leeg blik waarop de kinderen schoppen…” (p. 17)

Heb je de film Saving Private Ryan van Steven Spielberg gezien? Een film die elk frutseltje heldhaftigheid dat nog aan het begrip oorlog vasthing, voorgoed wegblies. Het enige wat overblijft is dood, honger en doffe ellende. Mijn kleine oorlog doet iets gelijkaardigs, maar dan met minder bombast, minder special effects en minder Hollywoodsterren.

Mijn kleine oorlog gaat over de tweede wereldoorlog, maar dan op zijn Louis Paul Boons. Hij verzint geen grote verhalen van moed, eer en vaderlandsliefde; hij vertelt de kleine, dagelijkse gebeurtenissen van mensen op straat tijdens de bezetting. Het boek gaat over de schaamte van de soldaat die tijdens de hele oorlog maar één keer iets heeft moeten doen en dat is vluchten, over de kleine man of vrouw uit de buurt, over roddels, gefluister en geruchten, over de dagelijkse honger, armoede en miserie van de oorlog.

En ge moet de kinderen uit de blokken werkmanshuizen zien lopen, met tussen hun magere benen en billetjes dikgezwollen knieën. En ze hebben de zenuwen, kinderen van twaalf en dertien jaar, ze hebben tering of ze zien niet goed meer of hebben krampen aan de maag, zodat ze zich liggen te wentelen van de pijn. En ge kunt geen huis binnengaan of men pist er in bed.” (p. 59)

Louis Paul Boon vertelt het ontroerende verhaal van het Joodse meisje Lea Lûbka dat sterft na haar bevrijding uit het concentratiekamp van Mauthausen. Hij vertelt over de terrorist bij hem thuis op bezoek die van het verzet blijkt te zijn, hij vertelt over zielige helden en kleine bedriegers, en altijd in zijn prachtige Vlaamse taal.

En niemand die binst de oorlog wist wat de Weerstand nu eigenlijk voor iets was, en vier dagen na de bevrijding iedereen die u zegt: ik was ook bij de Weerstand. En nu zeggen ze reeds: ik ben blij nooit in die Weerstand te zijn geweest, want het waren maar een hoop smerige communisten.” (p. 99)

Mijn kleine oorlog is schitterend in zijn Boonse eenvoud. Veel leesbaarder ook dan zijn meesterwerk De Kapellekensbaan. Een absolute aanrader. Een boek dat in een klimaat van extreme verrechtsing en oorlogstaal een nieuwe uitgave verdiende, en nu ook gekregen heeft. Met een voorwoord van Rudi Vranckx.

HipstamaticPhoto-579706775.128550.jpg