gelezen: Linda Polman: De crisiskaravaan

Wat is er mis met humanitaire hulp? Over wat Live Aid écht gerealiseerd heeft, over donor darlings en landingsbanen, over hulporganisaties als actieve spelers in de oorlogsvoering.

In De crisiskaravaan (bestel hier) beschrijft journaliste Linda Polman het probleem van humanitaire acties. Ze legt uit dat hulporganisaties zoals Het Rode Kruis, Artsen Zonder Grenzen en Caritas deel zijn van een gigantische noodhulpindustrie waar massaal veel geld in omgaat, een industrie met concurrentie, targets en marketing, en dat de vraag zich stelt of ze niet meer kwaad dan goed doen.

Haar belangrijkste punt: hulporganisaties spelen een grote rol in de oorlogsvoering, ook al doen ze alsof ze neutraal zijn en enkel slachtoffers willen helpen. Ze toont hoe hulporganisaties door alle strijdende partijen ingeschakeld worden voor hun militaire doelen: om hun troepen te voeden, om veilige enclaves te creëren tegen de vijand, om volkeren op hun plaats te houden, om terroristische dreiging te verminderen.

Hulporganisaties moeten vaak onderhandelen met minstens één van de strijdende partijen om te mogen werken of hulpgoederen in een gebied binnen te brengen. Ze betalen belastingen, of een percentage van de goederen zelf wordt afgestaan en gaat dus niet naar de mensen voor wie ze bedoeld zijn.

Zo beschrijft ze de befaamde hongersnood in Ethiopië in de jaren 80 als een bewust georganiseerde actie van de regering tegen een rebellengroep. De sympathieke artiesten die optraden tijdens Live Aid hielden vooral een dubieus regime aan de macht. Ze vertelt uitgebreid over Goma, waar de vluchtelingenkampen vol zaten, niet met de slachtoffers, maar met de daders van de afslachting van de Rwandese Tutsi’s.

Een ander probleem: de oorlog of de rampsituatie wordt door de komst van hulpverleners vaak verlengd. Landen waarin hulporganisaties toestromen na een humanitaire ramp, laten volgens Linda Polman alles vallen om zich te richten op het verlengen van de hulp. De donaties zijn de grootste inkomstenbronnen van het land en ze proberen dit zo te houden. Ze vertelt het hallucinante verhaal van een kamp met geamputeerden in Sierra Leone, die met geen stokken weg te krijgen zijn uit hun vluchtelingenkampje omdat hun zielige uitzicht hen zoveel hulp oplevert.

Ethische afspraken over de omgang met strijdende partijen en over wie hulp krijgt, worden steeds moeilijker omdat er zò veel hulporganisaties zijn. Over Goma:

“Op de hulpoperatie in het Grote-Merengebied wierpen zich niet minder dan tweehonderdvijftig (hulporganisaties). Plus acht VN-afdelingen, ruim twintig donorregeringen en -instituties en een niet te tellen aantal door de donoren betaalde lokale hulporganisaties.”

Voorts vertelt dit boek over de rijkelijke levensstijl van de duur betaalde westerse hulpverleners. Over het gebrek aan controle op hoe het geld gebruikt wordt. De auteur beschrijft de willekeur en de mediacultuur die sommige rampen tot ‘donor darlings’ maakt en andere links laat liggen. Ze vertelt over kleine plaatselijke westerse organisaties (lees: wij allemaal) die – wellicht goed bedoeld – nutteloze hulp verzamelen of de situatie ronduit slechter maken.

De crisiskaravaan toont een falikante omdraaiing van doel en middelen: de hulporganisatie die vooral zichzelf probeert te laten bestaan, de hulp zelf die de grootste economische activiteit van een regio blijft. Het resultaat op lange termijn wordt niet in vraag gesteld; wat telt is dat de hulpindustrie blijft draaien.

Linda Polman laat in dit boek uit 2008 enkel de negatieve kant van hulpverlening zien. Wellicht zijn er ook voorbeelden te vinden van situaties waarin er voor een bevolking oplossingen op lange termijn gevonden worden. Maar de problemen in het boek zijn schrijnend genoeg om ons grote zorgen te maken. Zonder in te gaan op mogelijke oplossingen, verscherpt het onze kritische blik naar hulporganisaties en televisiebeelden toe, en dat is altijd een goede zaak.

“Landingsbaaneffect – Als een ramp zich voltrekt naast of in de buurt van een vliegveld, zoals in Goma (1994), komen er meer hulporganisaties en media op af dan wanneer een ramp plaatsgrijpt in bijvoorbeeld Kashmir (2005), waar hulporganisaties de door een aardbeving getroffen bergbewoners te voet, op een ezel, of per peperdure gecharterde helikopter moesten zien te bereiken.” (p.195-196)

Bestel het boek hier. (affiliate) De crisiskaravaan werd aangeraden door Jan Verheyen in de podcast drie boeken.