gelezen: Aan een karakter. Brieven aan Jeroen Brouwers

Op 30 april 2020 is Jeroen Brouwers tachtig geworden. Voor zijn verjaardag heeft zijn uitgeverij Atlas Contact een boek uitgebracht met 26 brieven van kunstenaars en schrijvers. Een boek dat het meesterschap van de jarige bewijst door zijn eigen wisselende kwaliteit: een brief schrijven, laat staan een boek, vergt vakmanschap, en dat is niet elke feestvierder gegeven.

De brieven komen van collega-schrijvers, vrienden, bewonderaars en kennissen, verschillende onder hen hebben met Brouwers al lang geen contact meer gehad. Er zijn mooie brieven van fotograaf Stephan Vanfleteren en van Dimitri Verhulst, er is een prachtige, diep ontroerende brief van acteur Dirk Roofthooft. En er zijn iets minder interessante brieven van mensen die proberen om de grootmeester zelf uit te hangen, via zinnen volgestouwd met citaten uit zijn werk. Exact wat ik ook zou doen.

Als je brieven wil lezen, lees dan liever de brievenboeken van Jeroen Brouwers zélf. Ze heten Kroniek van een karakter (vandaar de titel ‘Aan een karakter’). Ze zijn schitterend, grappig, meesterlijk, kortom: een grote aanrader. Nog meer na lezing van dit huldeboek.

Je wordt 80, jandorie.
De vader die ik niet heb te vermoorden wordt tachtig.
Zoals ik het mij voorstel heb je zin om de kaarsen op jouw verjaardagstaart uit te pissen.” (Dimitri Verhulst, p. 170)

HipstamaticPhoto-619035226.470641.jpg

Bezonken rood – coronadagboek 3

Het boek ligt rood te blinken in de avondzon. Met letters die diep in de rode kaft zitten. Er is een rood leeslint, ook de zijkant van de bladzijden is rood. Voor mij ligt de 50ste druk van Bezonken rood van Jeroen Brouwers, een jubileumeditie. Uitgegeven omdat Brouwers net 80 jaar is geworden. En een coronacadeautje van mezelf voor mezelf.

Achteraan zit een gebonden miniboekje met een ‘eenmalig nawoord’, waarin Brouwers nog maar eens wijlen Rudy Kousbroek de huid volscheldt. De Nederlandse schrijver-journalist heeft het vier decennia geleden aangedurfd om Bezonken rood minachtend af te doen als een waardeloos geschrift dat literair niets voorstelt en historisch de bal compleet misslaat. Had hij nog geleefd, hij deed het in zijn kousenbroek van de schrik nu Brouwers het wéér op hem gemunt heeft. Niemand komt ongeschonden uit een confrontatie met Jeroen Brouwers. Rudy ligt bloedend te stuiptrekken op de mat. Rudy Kousbroek wordt door Brouwers “bijvoegselgoeroe van NRC Handelsblad” genoemd en elk frutseltje van zijn redenering wordt genadeloos door de Brouwersmolen gedraaid tot er enkel een kwakje troosteloze drab overblijft.

Brouwers doet het voelen alsof Rudy in 2010 eenzaam en droevig gestorven is, tot op het bot gekleineerd en uitsluitend herinnerd om zijn dramatisch verkeerde inschatting van de grandioze klassieker Bezonken rood. Als vorm van ultieme vernedering weigert Brouwers in het nawoord zijn familienaam te noemen en staat er consequent “Rudy K”.   Arme, arme Rudy. De polemische Brouwers blijft even briljant als de romanschrijvende. Ik had het er met Stijn De Paepe over in de podcast ‘drie boeken’.

Niet dat ik nog geen exemplaar van Bezonken rood bezat. Ik heb het boek de afgelopen twintig jaar minstens vijftien keer gekocht en verschillende keren cadeau gedaan aan cultuurbarbaren die het meesterwerk van de meester nog niet bleken gelezen te hebben. Maar deze jubileumeditie moest ook in mijn boekenkast. Mijn exemplaar is gearriveerd twee dagen vòòr moederdag 2020. Een stukje uit het begin:

In deze periode stierf opeens mijn moeder. Ze had best nog tien jaar kunnen leven, ze zou ook tien jaar geleden al kunnen zijn gestorven.
Men vond haar in de vroege ochtend van dinsdag 27 januari dood op de vloer van het appartement in het bejaardentehuis dat ze de laatste tijd bewoonde.
Ik zou het adres waar ze woonde niet weten te vinden, ik weet ook niet hoe ze woonde, – ik kan mij niet herinneren hoe lang het geleden is dat ik haar voor het laatst heb gezien.” (p. 9)

Brouwers’ recentste roman Cliënt E. Busken is verbluffend. Maar Bezonken rood is het boek dat op mij meer indruk gemaakt heeft dan alles wat ik ooit las. Gelukkige verjaardag Bezonken rood. Gelukkige verjaardag Jeroen Brouwers.

hier is de vijftigste druk. Ik ben er triomfantelijk trots op.” (Eenmalig nawoord p. 13)

HipstamaticPhoto-610630791.871556.JPG

gelezen: Jeroen Brouwers: Cliënt E. Busken

Zoals de filosoof al zei: elk nadeel heb zijn voordeel. Kunnen uitlezen tijdens een verblijf in het ziekenhuis na een hartoperatie: Cliënt E. Busken, de geweldige nieuwe roman van Jeroen Brouwers. Over een oude man in een rolstoel die in een bejaardentehuis woont dat hij beschrijft als een gevangenis.

Het boek bevat enkele van Jeroen Brouwers’ favoriete onderwerpen: Indië, de moederfiguur, doodsverlangen en genadeloos sakkeren op mensen. Maar hij goochelt met woorden, zinnen en taalregisters zoals hij nooit eerder gedaan heeft. (Brouwers wordt dit jaar 80.) Cliënt E. Busken is een duizelingwekkende warreling van taal en metaforen. Een verbluffend taalfeest. Een ongelooflijk boek van de grote meester.

Bestel het boek hier.

HipstamaticPhoto-604003084.986329.JPG

Stalker

Ik moet maken dat ik hier wegkom.

Met open mond sta ik te staren naar het huisje. Er is volstrekt niks te zien. Er staat een haag voor de volledige breedte van de gevel en die is zo hoog dat ze een blik op het huis bijna volledig verhindert. Het dak is wel zichtbaar en een stukje van de muur waarop Louwhoek staat. Ik neem enkele foto’s en vraag mij af of de bewoners de politie al hebben gebeld. 

Vandaag ben ik een stalker, een obsessieve fan die is blijven hangen in een duistere achterhoek van zijn puberteit. Mijn object van fascinatie heet Jeroen Brouwers. De schrijver woont hier niet. Hij heeft hier gewoond, in het huisje vòòr mij, Huize Louwhoek in Exel, in de provincie Gelderland in Nederland. Wonen doet hier sowieso ongeveer niemand. Er zijn akkers, bomen en oneindig lange dreven met hier en daar een boerderij en een stal met monsters van landbouwwerktuigen ernaast. En koeien. Voor de rest: overal stilte.

Toch is deze plaats literair erfgoed. In dit huisje heeft Brouwers in 1981 zijn allerbeste boek geschreven: Bezonken Rood. Hier komen ook zijn andere legendarische Indiëromans vandaan, Het Verzonkene en De Zondvloed, én zijn brieven verzameld in het geweldige Kroniek van een karakter. Hier schreef hij: “Ik vind er niks aan, aan leven. Van al wat leeft houd ik alleen van bloemen en van al wat leeft houden alleen bloemen van mij. (…) Ik in de luwte, maar mijn pistool is geladen. Val mij niet lastig. Ik neem aan uw leven geen deel.” (De Exelse testamenten, in Verhalen en levensberichten, p. 189-190)

Zouden hier om de haverklap fanatieke Brouwerstoeristen op bedevaart voor de deur staan? Die een selfie willen maken op de oprit of godbetert een kijkje willen nemen in huis? De voormalige schrijfkamer zien waar de schrijver zijn boeken schreef, de eetkamer waar de schrijver zijn boterhammen met karnemelk verslond, het toilet waar de schrijver zijn drollen draaide? Zouden de bewoners een waakhond hebben, een tweeloop of een abonnement bij de politie?

Jeroen Brouwers schrijft overal en telkens opnieuw: laat mij met rust, blijf van mijn lijf. Zijn lijfspreuk is: Noli me tangere, Raak me niet aan. Kortom, ik doe precies wat de grote schrijver vraagt om niet te doen. Topfan ben ik.

Flashback. Jaren geleden woonde Jeroen Brouwers in een huis in het Limburgse Zutendaal dat intussen afgebroken is omdat het illegaal in een bos stond. Brouwers kon er in principe ongestoord schrijven, ware het niet dat de gemeente Zutendaal ter ere van de schrijver een reuzenmonument voor de ingang van het bos had neergepoot, als een gigantische wegwijzer voor literaire toeristen.

Ik heb mij toen door een lokale vriendin op sleeptouw laten nemen langs zijn huis. Ik heb op aanwijzen van de vriendin idolaat naar het huis van de schrijver staan staren. Ik heb mij afgevraagd aan welk meesterwerk hij op dat moment aan het ploeteren was en ben dan uit pure gêne haastig weer weggelopen.

Ik heb er zelfs mijn excuses voor overgebracht aan Jeroen Brouwers zelf, in een brief in opdracht van radiostation Klara voor zijn verjaardag. Hij heeft mij moedwillig vergeven. Maar kijk: hier sta ik weer. Dit keer diep in Nederland, op de Dwarsdijk in Exel. Te staren naar een haag en een grijze auto op een oprit en als een idioot foto’s te nemen.

Wie weet hebben de huidige bewoners de lijfspreuk van de schrijver overgenomen. Wie weet heeft Brouwers bij zijn verhuis zijn geladen pistool vergeten. Raak mij niet aan. Ik moet écht maken dat ik hier wegkom.

Oja, het meest verfoeilijke dat ik ooit gedaan heb als Brouwers-fan, dat heb ik nog niet verteld. Da’s voor later. Bij een gepaste gelegenheid.

HipstamaticPhoto-585231887.574148.jpg

gelezen: Jeroen Brouwers: Laatste plicht. Terugdenken aan Hans Roest. Feuilletons 10.

Kijk, aflevering 10 van het éénmans-tijdschrift van de meester, Jeroen Brouwers, waarin hij kritieken, beschouwingen en kleine of grote stukken biografie verzamelt. Dit boekje is een ode aan zijn in 2006 overleden vriend en mentor Hans Roest, over wie hij vol liefde, bewondering en mededogen spreekt.

Hij was mijn beste, de allervertrouwdste, meest genereuze en royale vriend. Hij van zijn kant noemde mij ‘zijn erezoon’. (p. 17 en 18)

Hans Roest was chef van de lectuurredactie bij de Geïllustreerde Pers in Amsterdam toen Brouwers hem in 1962 leerde kennen. In belangrijke bijrollen: deels vergeten Nederlandse schrijvers en dichters: Hélène Swarth, Henriëtte Roland Holst, Gerrit Achterberg, een constante in het werk van Brouwers.

Samen met Laatste plicht verscheen ook een best of van de 10 afleveringen van Feuilletons.

HipstamaticPhoto-562523732.650680.jpg

Uitgeverij Demian