gelezen: Friedrich Nietzsche: De antichrist

De antichrist: geschreven in 1888, maar een nog steeds plezierige en relevante scheldpartij op de katholieke kerk.

De antichrist is een vlammende aanklacht tegen het christendom in een tijd dat er van de neergang van de katholieke kerk zoals wij die vandaag zien, na flagrant machtsmisbruik en de georganiseerde bescherming van pedofiele priesters, nog lang geen sprake was. Nietzsche scheldt het christendom, zijn belijders en vooral zijn priesters de huid vol omdat hij geloof onzin en gevaarlijk bedrog vindt. Hij noemt christenen ondermeer vampieren, een lafhartige, verwijfde en suikerzoete bende (p. 95), en stiekeme gewormte (p. 94).

Over de inconsequenties van het christendom:

Niets is onchristelijker dan de kerkelijke onbeschaamdheden van een God als persoon, een ‘rijk Gods’ dat komen zal, een ‘rijk der hemelen’ in het hiernamaals, een ‘zoon Gods’ als tweede persoon van de Drie-eenheid. Dit alles staat (…) als een vlag op een modderschuit (p. 50)

Hij vindt de katholieke kerk bovendien het tegendeel van alles waar het christendom voor staat:

de Kerk, deze vorm van dodelijke vijandschap jegens elke eerlijkheid, elke verhevenheid van de ziel, elke geestelijke tucht, elke vrijmoedige en zachtaardige menselijkheid. (p. 53)

Nietzsche schreef De antichrist in 1888, maar de tekst is nog steeds relevant om te begrijpen hoe we vandaag leven. Wij zitten nog steeds met een ingebakken cultuur van aanvaarding, waarvan de verschrikkelijke uitwassen pas naar boven komen in een fenomeen als de metoo-beweging. Wij blijven als volk vechten tegen die aanvaardingscultuur. En Nietzsche beschrijft heel goed hoe die zich door het christendom in onze samenleving heeft genesteld.

Zijn conclusie:

Ik veroordeel het christendom (…) Voor mij is zij de opperst denkbare vorm van corruptie (…) De christelijke Kerk liet niets door haar verderf onaangeroerd, zij heeft van elke waarde een onwaarde, van elke waarheid een leugen, van elke eerlijkheid een vuig zielenroersel gemaakt. (p. 101, 102)

Ik las De Antichrist in oktober – november 2018 in Sils Maria. Daar bracht ik ook een bezoek aan het Nietzsche-Haus, waar de filosoof enkele zomers doorbracht en waar hij in 1888 De antichrist schreef.

HipstamaticPhoto-562676045.187373.JPG

Het verslag van mijn bezoek aan het Nietzsche-Haus in Sils Maria lees je hier.

Op vakantie bij Friedrich Nietzsche

We turen met z’n allen naar een tafelkleedje. Het is zwart met twee groene, gehaakte strepen, het heeft frutseltjes onderaan en is 25.000 euro waard.

Ik sta in de kamer waar filosoof Friedrich Nietzsche meer dan 100 jaar geleden enkele zomers doorbracht. Er staat een sofa en een tafeltje met daarop dat kleedje en een lamp. Er is een raam dat uitkijkt op de bergen, en voorts een kast, een bed en twee kinderen, die van mij.

We staan in het Nietzsche-Haus in Sils Maria, een minuscuul dorpje in het Engadin-dal in Zwitserland, tussen Maloja (van de CM) en St.-Moritz (van de vijfsterrenhotels en de wintergolf).

Sinds onze aankomst is het niet opgehouden met sneeuwen. We zijn eind oktober. Bij het opstaan de eerste ochtend bleek de sneeuw kniehoog te liggen. We zouden met de auto geen meter vooruit geraakt zijn, hadden we geprobeerd om boodschappen te doen, was er hier in de wijde omtrek ergens een winkel open geweest.

In Sils Maria is er één warenhuis dat maandenlang gesloten is voor verbouwingen; de enige bakker is dicht, alle restaurants en hotels, op één na, zijn gesloten tot midden december. Alles ademt tussenseizoen. Wij zijn deze week de enige toeristen. Zomerwandelaars noch skiërs. Mosselen noch vis.

Enkele uren per dag spelen we in de sneeuw. De rest van de tijd zitten we in ons gehuurd appartementje Rummikub te spelen en naar buiten te staren. Veel meer kan je niet doen. Een witte sneeuwvlakte honderden meters ver, en als de vlakte stopt: besneeuwde bergen zo ver en zo hoog je kan zien. We komen van 25 graden twee weken geleden in België.

Als relevante ontspanning lees ik De antichrist, Friedrich Nietzsches furieuze afrekening met het christendom, die hij in de zomer van 1888 hier in Sils Maria schreef. Nietzsche gaat als een razende tekeer tegen christenen, priesters en de katholieke kerk. Het is prachtig, het is als het ware hartverwarmend, hier tussen de metershoge pakken sneeuw.

Maar nu staan we in het centrum van Sils Maria, in het huis waar Nietzsche schreef en zijn mooiste zomers doorbracht. Het Nietzsche-Haus is een museum geworden, en is deze maanden – net zoals de rest van het dorp – gesloten. Tussenseizoen.

Gelukkig hebben we hier enkele dagen geleden in de bar van het enige hotel dat open is, de vervangcurator van het Nietzsche-Haus ontmoet, Rolf, die ons uitnodigde om op bezoek te komen. En hier staan we nu. Met een koets en twee kinderen tussen de meubels van de filosoof met de hamer.

Rolf is geweldig lief en attent. Hij geeft ons een uitgebreide rondleiding, ook al zijn voyeuristische toeristen hier nu officieel niet welkom. En ook al houdt onze Bo (2 jaar) zich de hele tijd bezig met alle deuren open te rukken en weer dicht te slaan, filosofisch erfgoed of niet. Roos zit een tekening te maken aan de keukentafel.

Eén van de topattracties in het huis is het tafelkleedje in de slaapkamer van Nietzsche. Dat werd volgens Rolf door de filosoof hoogstpersoonlijk ontworpen omdat hij niet van witte tafellakens hield. Niet dat Nietzsche een tafellakenexpert was, neen, zijn ogen konden moeilijk fel wit verdragen. Daarom liet hij een speciaal kleedje maken dat het Nietzsche-Haus dankzij een Gulle Gever kon aankopen voor 25.000 Zwitserse frank.

Voor de rest zijn in dit huis foto’s te zien, originele brieven, een handbeschreven visitekaartje: Prof. Dr. Nietzsche, zijn verzameld werk en zijn doodsmasker (weetje: Nietzsches Nazi-liefhebbende zus liet op eigen initiatief een nieuwe, mooiere versie van zijn dodenmasker produceren).

Ook hangt hier veel kunst: de grote Duitse kunstenaar Gerhard Richter komt regelmatig eens wat werk exposeren. Het glasraam op de eerste verdieping is gerecycleerd van zijn monumentaal werk in de Dom van Keulen. 

En aan de muren: gekopieerde brieven van de reuzen die in Sils Maria tijd hebben doorgebracht, al dan niet in de voetsporen van Nietzsche. Hun namen klinken als een klok: Proust, Hesse, Pasternak, Benjamin, Cocteau, Musil, Frisch, Mann, Adorno, Tucholsky, Rilke, Anne Frank en koningin Mathilde.

Inderdaad, ook de innemende en vroom katholieke koningin Mathilde van België was hier een maand geleden op bezoek met een royale delegatie van allerlei adellijks uit de buurt. Op het einde van ons bezoek vernielt mijn dochter Roos met een efficiënte uithaal bijna de fotokader met de foto’s van haar bezoek. Qua antichrist is de opvolging hier verzekerd.

HipstamaticPhoto-562676197.775948.JPG

Het Nietzsche-Haus in Sils Maria

Het verslag van mijn lectuur van De antichrist lees je hier.