Opening Film Fest Gent 2019

Sam De Bruyn als Neo uit The Matrix, Inge De Vogelaere als The Bride uit Kill Bill, Wim Oosterlinck als The Joker uit The Dark Knight. De ochtendshow van Qmusic op de rode loper tijdens de opening van Film Fest Gent 2019.

HipstamaticPhoto-592321159.093639.JPG

HipstamaticPhoto-592260858.932418.jpg

HipstamaticPhoto-592321233.467640.jpg

 

Filmploert

Londen. De man op de brug had grijs haar, een baardje, hij droeg een korte broek, een wit hemd en had in elke hand een plastic zakje. Op het eerste gezicht: een dakloze, een bedelaar, zoals deze stad er duizenden telt. Maar ik herkende hem; hij was geen dakloze, hij was de Amerikaanse topacteur John Malkovich. Hoe ik zeker wist dat hij het was? Omdat we een kwartier daarvoor allebei in hetzelfde theater hadden gezeten: hij op het podium, ik in de zaal.

John Malkovich is legendarisch geworden als Vicomte de Valmont in de film Dangerous Liaisons; hij speelde een absurde versie van zichzelf in de film Being John Malkovich; ik vond hem onvergetelijk als bloedirritante politie-inspecteur in Jennifer Eight, waarin Uma Thurman een blinde vrouw speelt en Malkovich met een snotvalling zit. Echt, bloedirritant. Hij is op zijn best als hij met lijzige zinnen en een half-verveelde killersblik zijn vijanden aan flarden kijkt.

Maar nu was het van theater, in de Londense West End, in een zaal naast Trafalgar Square. De voorstelling heette Bitter Wheat en ging over een verlopen Harvey Weinstein-achtige filmproducer die aan de lopende band jonge actrices in zijn bed probeert te draaien. En als “I’m gonna make you a star” niet lukt, schakelt hij vlotjes op bedreigingen over. Zijn naam in de voorstelling: Barney Fein.

De zaal zat niet vol. Ik had met mijn ticket van 30 pond een upgrade gekregen: ik mocht op een plaats van 90 pond gaan zitten.

Deel 1 was geweldig, met Malkovich in de hoofdrol als de absolute stinkin’ asshole, de ellendeling die met een vuurwerk aan oneliners zijn hele omgeving afmaakt. En als er vandaag één geschikte slechterik is, dan is het Harvey Weinstein wel. Schitterend. Iedereen zat verlekkerd te wachten hoe dit zou aflopen. Ik zat naast een oudere Amerikaanse vrouw die mij tijdens de pauze meldde dat ze John Malkovich heel sexy vond, enfin vroeger, nu iets minder, zei ze; nu vond ze hem vooral een rotzak geloof ik. Het verschil tussen fictie en realiteit leek niet 100 procent helder.

En toen kwam deel twee. Vermoedelijk door schrijver David Mamet in drie dagen bijeengekladderd nadat hij een vol jaar aan deel één had gewerkt. Zo leek het toch. (Spoiler alert: in het onwaarschijnlijke geval dat je één van de komende weken naar Londen trekt om Bitter Wheat te zien, sla dit paragraafje dan even over.) Deel twee was een opeenstapeling van onwaarschijnlijkheden: een aangerande actrice besluit om haar aanrander Barney Fein twee dagen na de feiten een boek te komen brengen dat ze hem eerder als cadeautje beloofd had, Barney blijkt de nacht in de gevangenis te hebben doorgebracht en zat per toeval samen in de cel met een jonge scriptschrijver (we weten allemaal dat het in gevangenissen stikt van de jonge scriptschrijvers), die schrijver komt gewapend met een pistool op bezoek bij Barney om te vragen wat hij van zijn script vindt, én Barneys moeder blijkt net doodgeschoten te zijn door een moslimfundamentalist, die hem òòk persoonlijk een bezoekje komt brengen op kantoor.

Bovendien heeft niemand tegen de 71-jarige Mamet durven zeggen dat hij vergeten was om een einde te schrijven. De voorstelling eindigde met een twijfelachtige halve mop midden in een dialoog, waarna alle lichten in de zaal uit- en weer aanfloepten: het enige wat erop wees dat de voorstelling afgelopen was. Waarop driekwart van de zaal zich afvroeg of ze dààrvoor nu twee uur in het theater hadden gezeten. En 90 pond hadden betaald. En waarop het vierde kwart besloot om een staande ovatie te geven.

Toen mochten we allemaal naar huis. En een kwartiertje later zag ik hem lopen, de slechterik, de vuile aanrander, het stuk onbenul, de absolute topacteur: John Malkovich wandelde over de Golden Jubilee bridge met zijn plastic zakjes, zijn sportschoenen, zijn toneelscript met het mysterieus verdwenen einde. Alsof er niks aan de hand was. Alsof hij een gewone sterveling was. En niet de meest geniale filmploert uit de geschiedenis.

bitter-wheat-garick-theatre.jpg

Cinema Central

“Mag ik terug starten?” roept iemand luidkeels de zaal in.

Ik zit in Cinema Central in het Oost-Vlaamse Ninove. Zes minuten geleden is de pauze begonnen, halverwege een conversatie tussen Stan en Ollie, de Dikke en de Dunne. Stan en Ollie zaten aan tafel samen met hun vrouwen, er ontwikkelde zich een belangrijk gesprek over hun toekomstige carrière als komisch duo, Stan wilde iets zeggen en toen was het afgelopen. Midden in een zin.

Pauze. Hét moment waarop de helft van de filmzaal normaal naar buiten stormt om pipi te doen, de benen los te gooien, een nieuwe voorraad cola of popcorn in te slaan of de hond uit te laten. Hier niet. Iedereen blijft zitten. Iedereen, dat wil zeggen, de voltallige drie bezoekers.

Ik zit alleen in de zaal samen met een ouder koppel van wie ik enkel weet dat de vrouw een lichte fobie voor 3D-films heeft. Bij mijn aankomst was ze in een lange discussie verwikkeld met de uitbater van de filmzaal. Of ze liever wél of liever niét films in 3D bekijkt. Meer bepaald of ze de film Dumbo wil zien als die in 3D wordt vertoond maar dat ze eigenlijk liever geen 3D wil zien maar dat ze toch graag Dumbo wil zien ook al is het in 3D. De discussie gebeurde half in het Ninoofs en had niet echt een richting noch een ontknoping. Ze bestond vooral uit losse beweringen van de vrouw tegen de uitbater. Hij zat intussen in een piepklein hokje de ticketverkoop te verzorgen.

Zo gaat het in een kleine dorpscinema. Geen overbodig personeel dat in de weg loopt terwijl je alles gewoon alleen kan doen. Geen 7 soorten popcorn, geen 5 euro voor 100 gram snoep die overduidelijk maar 6 cent per kilo kost. Geen 2 euro om naar het toilet te gaan. Geen gsm’ende teenagers in de zaal die voedsel en schrijfgerief naar elkaar gooien. Geen cosy seats waarin je gemakkelijker kan foefelen met je lief voor de bescheiden meerprijs van 3,5 euro per ticket. Geen 26 zalen met 83 verschillende films in 13 verschillende digitale formaten. Gewoon Stan & Ollie beneden in zaal 1. Dumbo boven in zaal 2. Weliswaar in 3D.

Cinema Central in Ninove bestaat dit jaar 100 jaar. In de inkomhal is een groot bord geïnstalleerd vol krantenknipsels over de feestelijke verjaardag. Er hangt een affiche van de film F.C. De Kampioenen Forever, wellicht één van de grote kaskrakers van de afgelopen 100 jaar. En buiten staat op een gigantisch doek te lezen: 100 jaar Cinema Central. Cinema als nooit voorheen. Met daaronder in dreigende letters: 3D. Wellicht om oudere mevrouwen af te schrikken.

Zaal 1 ziet er oud en donker uit en ruikt wat muffig, maar dat kan de pret nauwelijks drukken. Eerst was er een trailer van Dumbo waarin ze de hele tijd Dombo zeiden en daarna begon Stan & Ollie, een film over de Britse afscheidstournee van Stan Laurel en Oliver Hardy waarvan ze toen zelf nog niet wisten dat het hun afscheidstournee zou zijn. Het leven is geen vrolijke draaimolen op de kermis. Toen was er pauze.

En nu roept iemand: “Mag ik terug starten?” Er is even verbijstering in de zaal bij de drie toeschouwers – wij dachten dat de film na de pauze automatisch opnieuw zou beginnen – maar dat is buiten de flexibiliteit van het personeel van Cinema Central gerekend. De man voor mij roept: “jot!” en de avonturen van Stan en Ollie gaan voort; we zitten weer aan tafel bij de Dikke en de Dunne en hun vrouwen. We zitten weer in een sjiek hotel in Engeland, niet in de Lavendelstraat 25 in Ninove.

Er zijn niet zoveel dorpscinema’s meer over. Ik heb de afgelopen tijd Cinema Rio in De Haan bezocht, Cinema De Keizer in Lichtervelde, Cinema Albert in Dendermonde, Cine Star in Waregem, Beverly Screens in Knokke-Heist, en de intussen al gesloten Cinema Actor’s Studio in Brussel (ok, Brussel is niet echt wat je een dorp noemt, maar de sfeer van de cinema was zeer gelijkend).

Na de aftiteling, bij het naar buiten stappen, hoor ik de oudere vrouw iets mompelen tegen haar man. Het gaat over 3D-films. Voor Dumbo kwam er vanavond in Ninove niemand opdagen. Morgen misschien. Gelukkige verjaardag Cinema Central.

HipstamaticPhoto-576799120.045628.jpg

de website van Cinema Central

Met Lukas Dhont, regisseur van Girl

Lukas Dhont, regisseur van de film Girl, was woensdag 17 oktober 2018 op bezoek in de ochtendshow van Qmusic. Hij vertrok meteen na het interview naar New York om daar campagne te voeren voor een oscarnominatie voor de film.

HipstamaticPhoto-561450735.730683.JPG

cb2bcca6-0af3-446f-bb82-3e5b88cb5c34.JPG

(foto’s: Arnout Bracke)

Cinema Actor’s Studio

Dat de bioscoop gesloten is, is geen wonder. Het is eerder een mirakel dat het nog zo lang geduurd heeft. Ik sta in een overdekte galerij vlakbij de Rue des Bouchers in Brussel te staren naar een enorme berg afval, puin en zakken cement. Het is enkele dagen na de definitieve sluiting van cinema Actor’s Studio, wellicht de best verborgen bioscoop van het land.

In het centrum van Brussel moest je zijn, tussen de Grote Markt en het Muntplein, aan de uitgang van de Galerie du Centre waar elk uur van de dag zwervers liggen te slapen. Daartegenover: iets wat ooit een winkelgalerij moet geweest zijn; een glazen schuifdeur met de ingang van een hotel, kronkelende gangen en een neonlamp die zegt: Cinema Actors Studio. In die gangen: nooit een mens te bespeuren, alles stond te huur. Ergens achteraan, in een donker hoekje, enkele trapjes omhoog, was de ingang van de bioscoop. De man achter de kassa verkocht tijdens mijn laatste bezoek ook drankjes in de bar, liet de bezoekers binnen in de drie zalen en startte de films.

Ik zat toen in zaal 2: links was een vreemde afbeelding van Charlie Chaplin, rechts naast het filmdoek hing aan de muur een gouden vrouw. Ze lag als een zeemeermin, bovenaan bloot, onderaan bedekt door een stukje pellicule. Onder haar benen: de nooduitgang, die er angstaanjagend uitzag; je wilde niet denken wat er kon gebeuren als je deze uitgang nam, in welke krochten van de Brusselse onderwereld je zou belanden.

Rondom mij hingen drie verschillende soorten speakers die samen een soort dolby surround systeem vormden. Vooraan op het mini-podium een piano en een oude katheder met Actor’s Studio welcome erop geschilderd.

Ik was daar op 6 juli 2016, voor Love & Friendship, een kostuumdrama naar een vergeten verhaal van Jane Austen. Nooit geweten dat Jane Austen grappig was. Ik vond dat Kate Beckinsale een oscarnominatie verdiende voor haar geweldige hoofdrol, maar die heeft ze nooit gekregen. Ik ben niet van kostuumdrama’s (ik ben niet van kostuums), maar het was een heerlijke film.

Lang daarvòòr bracht ik ooit een bezoekje aan de buren van de bioscoop: voorbij een glazen deur, langs een trap naar beneden, moest je een gigantische, muffige zaal binnen waar een soort Braziliaans spektakel werd opgevoerd voor enkele bejaarden aan ronde tafeltjes. De glazen deur is al lang dicht. De naam is wel nog leesbaar: Mazazik Oriental Club Live. Er hangt al jaren een sticker op het glas: fermé.

En nu is dus ook cinema Actor’s Studio definitief dicht. Een bioscoop waar ze liefst niet de grote kaskrakers van het moment vertoonden. Kansloos in het hart van onze nationale toeristische industrie. Het hotel boven de bioscoop wil uitbreiden en de bezoekersaantallen bleven teruglopen: Actor’s Studio had op het einde nog gemiddeld 3,5 bezoekers per filmprojectie. Op de website staat: het cinefiele paradijs. Het paradijs sloot definitief de deuren op 31 juli 2018. De bioscoop heeft 30 jaar bestaan.

Er zijn nog wel een paar andere arthouse bioscopen in het centrum van Brussel; ga er vlug heen voor ze ook sluiten. Hun namen: Galeries Cinema in de prachtige Koninginnegalerij, Cinema Aventure in Galerie du Centre (met de zwervers) rechtover Actor’s Studio, én de net schitterend gerenoveerde Cinema Palace op de Anspachlaan.

Vaarwel Actor’s Studio. Bedankt voor de mooie films.

HipstamaticPhoto-558123980.322352.jpg

The Sequelizer

Ik ga naar de film The Equalizer 2 kijken. Zo snel mogelijk. Want Denzel Washington is mijn held. Zo zeg ik bijvoorbeeld Denzél en niet Dénzel. Nadruk op de tweede lettergreep. Omdat ik dat eens gehoord heb op televisie. En ik wil zijn naam correct uitspreken, want hij is mijn held. Dat zei ik al.

Denzel heeft de afgelopen jaren een indrukwekkend gamma aan personages vertolkt, van politiek activist tot voetbalcoach, bokser, flik, drugsbaas en alles ertussen, hij heeft vliegtuigen en metro’s gered, treinen in penibele omstandigheden toch vlot in het station geparkeerd, twee oscars binnengerijfd én een lifetime achievement award; dat laatste is altijd een subtiele hint om aan je pensioen te beginnen denken.

Wellicht daarom speelt Denzel nu graag al eens een gepensioneerde. Die wel op zijn eentje alle aanwezige boeven zonder uitzondering in frut blijft hakken. In The Equalizer bijvoorbeeld, een film uit 2014. Denzel is een vriendelijke opa, petje op het hoofd, die vroeger iets bij de CIA moet gedaan hebben, duidelijk wordt dat nooit. Hij is rustig, beschaafd en behulpzaam, maar als hij kwaad wordt, verandert hij in een soort Jean-Claude Van Damme.

En nu is er een opvolger van The Equalizer, toepasselijk The Equalizer 2 gedoopt. Hij komt pas volgende week in de bioscoop maar ik heb de trailer al gezien, en dus de hele film min de laatste vijf minuten. Ik kan u verzekeren: er wordt door Denzel weer een pleiade aan slechteriken neergebokst.

Ik heb gisteren voor alle zekerheid The Equalizer 1 opnieuw bekeken, zodat mij tijdens de sequel zeker niks van de plot zou ontgaan. Denzel zit elke nacht in een café een boek te lezen en thee te drinken omdat hij niet kan slapen, overdag werkt hij in de Brico en tussendoor molt hij een hoop cliché-Russen van een maffiabende omdat ze een sympathiek hoertje hebben mishandeld met wie Denzel eerder op café had aangepapt.

Op niet-seksuele wijze aangepapt voor alle duidelijkheid. Want Denzel is niet zo. Hij is een man van een indrukwekkende moraliteit, dat voel je meteen.

De vraag wanneer Denzel eigenlijk slaapt, wordt in de film niet gesteld. Een film draaien is een kwestie van keuzes maken. Twee uur is in een wip voorbij. Waarom de film The Equalizer heet, blijft ook onbeantwoord. Volgens sommigen omdat Denzel alle slechteriken neermaait zodat de grond weer helemaal equal is, zonder misdadigers die het landschap ontsieren met hun lelijke boevenlichamen en hun vieze boevensnorren. Soit.

En dan nu The Equalizer 2 dus. De sequel is volgens alle beschikbare bronnen een waardeloze miskleun. Uit de recensie van de krant The Guardian: dat het jammer is dat ze de film niet gewoon The Sequelizer genoemd hebben. Ook op de website rottentomatoes, waar ze beter zijn in het schrijven van filmrecensies dan in het bedenken van websitenamen, is het huilen met het petje op.

Maar wie ben ik om daarmee rekening te houden? Wat doet een echte fan van Denzel? Denzél, sorry. Kijk, vijftien jaar geleden ben ik definitief gestopt met het lezen van filmbesprekingen en daar vervolgens rekening mee te houden, en daar heb ik nog geen seconde spijt van gehad. Danku Humo.

Daarom ga ik The Equalizer 2 dus toch lekker in de bioscoop bekijken, ook al heb ik in de trailer alle hoogtepunten al gezien. En ook al vindt rottentomatoes hem maar niks. Want ik ben een doorzetter. Net als Denzel.

Leve Denzel Washington. Petje af.

2d017f8b29f020b803862e2dbd1bc59d.jpg

The Equalizer II

Terecht: Rechtvaardige Rechters

Dames, heren, lezers. Stop met zoeken. Het is afgelopen. De zaak is gesloten. Het mysterie is opgelost. De boeken mogen dicht. Het schilderij De Rechtvaardige Rechters is terecht.

Het ontbrekende paneel van het Lam Gods ligt onder de Pain Quotidien in Gent. Minder goed bekend als de Kalandeberg. Waar rioleringswerken bezig waren toen het paneel in 1934 gestolen werd.

Dat staat in het nieuwe boek van Marc de Bel, die behalve jeugdschrijver ook amateur-privédetective gespecialiseerd in kunsthistorisch erfgoed blijkt te zijn.

De Aanbidding van het Lam Gods hangt in de Sint-Baafskathedraal in Gent en is één van de belangrijkste schilderijen in de geschiedenis van de mensheid en ver daarbuiten. Weet ik omdat George Clooney dat in de film The Monuments Men aan de president van Amerika vertelt, waarop hij toestemming krijgt om met zijn bataljon soldaten een vracht kunstwerken te gaan redden uit de handen van de Nazi’s.

Ik heb de film The Monuments Men trouwens gezien op groot scherm in de Sint-Baafskathedraal zelf, met het Lam Gods achter onze rug. En met een dekentje, want het was koud. Belgische première. De film was een rommeltje, leek nergens op. Maar wat George zei over het Lam Gods was de nagel op de kop.

De diefstal van de Rechtvaardige Rechters is bovendien één van de meest fascinerende verhalen uit onze kunstgeschiedenis. Als Dan Brown (van De Da Vinci Code) ervan zou horen én overtuigd zou kunnen worden dat België een echt bestaand land is, zou hij er ogenblikkelijk een thriller over schrijven. Waarin de Rechtvaardige Rechters, ontvreemd door een complot van de vrijmetselarij en het bisdom, uiteindelijk via een 450 bladzijden durende speurtocht langs Washington, Rome en het Louvre in Parijs teruggevonden wordt tijdens een verzengend spannend einde één seconde voor het vergaan van de wereld. Onder de Pain Quotidien in Gent. Met codes en onderaardse gangen en kale psychopathische massamoordenaars. En met Tom Hanks in de rol van Marc de Bel.

Want Marc de Bel heeft het gestolen paneel dus gevonden. Samen met zijn maat Gino Marchal. Hebben ze verteld in het Gentse stadhuis.

Okee, ze hebben het schilderij nog niet opgegraven en de stad heeft zelf ook nog niet beslist om dat te doen, maar dat zijn details. Burgemeester Termont vraagt om nog niet direct met schop en pikhouweel naar de Kalandeberg te trekken. 

Ik heb Marc de Bel gebeld op de radio en hem in naam van de wereldbevolking alvast onze dankbaarheid betoond voor het oplossen van het mysterie. “Graag gedaan”, zei hij eenvoudig.

De Rechtvaardige Rechters is terecht. Laat de Gentse feestelijkheden beginnen. Ik heb alvast een vuurwerk besteld voor 21 juli.

Als je de volgende keer op een croissant zit te kauwen op het terras van de Pain Quotidien, geniet er dan van om uw voeten nog eventjes te laten rusten boven het belangrijkste verdwenen schilderwerk van onze geschiedenis. George Clooney heeft het gezegd.

Lam Gods.jpg

Moorddadige monsters en homoseksuele cowboys

En toen kwam het moorddadige monster het bos uitgehuppeld.

Lap, dacht ik, daar gaan we weer. Ik wilde meteen de bioscoop uitrennen maar ik mocht niet van mijn vriendin, want zij had mij pas een halfuur eerder met veel moeite naar binnen gesleurd.

We zaten in Studio Skoop in Gent naar de film A Quiet Place te kijken. Een horrorfilm. Ik hou niet van horrorfilms. Ik heb daar schrik van. Ook al besef ik dat dat net de bedoeling is.

Ik wilde liever naar het drama over de homoseksuele cowboys, de komedie over Stalin of desnoods de tekenfilm over hondjes. Om het even. Als het maar geen horrorfilm was. Maar mijn vriendin zei streng dat ik mij voor één keer als een echte man moest gedragen en ze trok mij zaal 1 binnen.

A Quiet Place gaat over een gezin (geen spoilers – ik verklap niks wat je nog niet weet uit de trailer) dat in een dorpje woont waar je altijd stil moet zijn, anders word je opgevreten. Want er zijn dus obscure monsters in de buurt die enorme honger hebben en blind zijn en daarom alles pakken wat lawaai maakt.

Blijkbaar vonden mama en papa de aanwezige monsterpopulatie geen obstakel om nog een extra baby te produceren. Ja, mama is weer zwanger. En pers zo’n kind maar eens ter wereld zonder het hele dorp bij elkaar te brullen. Monsters inclusief.

Het was een ijzingwekkende film. Niemand in de bioscoopzaal grabbelde in zijn popcorn, niemand kraakte met een zak chips. Omdat de spanning en de stilte te snijden waren. En ook wel omdat ze in Studio Skoop geen popcorn of chips verkopen. Soit.

En toen kwam het vreselijke monster dus plots tevoorschijn. Als een luipaard in de Beekse Bergen zeg maar. Ik heb daar een groot probleem mee, zeker in horrorfilms. Als zo’n monster onzichtbaar blijft, in zijn hol resideert en af en toe in de donkere nacht een hallucinante deerne verslindt, is dat allemaal ok voor mij. Mysterieuze monsters zijn de max. Maar op het moment dat ik het monster in de film effectief te zien krijg, is voor mij de lol eraf. Als je vaststelt dat het monster er weer uitziet als een dubieuze kruising tussen een draak, een mens en een uit de hand gelopen hagedis, zoals elk filmmonster, hoeft het voor mij niet meer.

Kijk maar naar The Shape of Water, een oscarwinnende film met een mormel dat vanuit zijn zwembad een relatie met het hoofdpersonage begint en dat als enige verschil met alle andere monsters in alle andere films iets meer op een kikker lijkt dan op een hagedis. Flikker op met je monster. En je oscars.

In A Quiet Place was het dus weer prijs. Zat ik daar suf van de schrik en de spanning, chips- en popcornloos de arm van mijn lief tot moes te knijpen, komt plots dat monster uit het bos. Draak mens hagedis. Weg mysterie. Gedaan met de pret.

Ik zal niet verklappen wat er nadien nog gebeurde, maar enorm opbeurend voor de filmpersonages was het niet. Ik ben mij tot het einde talloze keren de pleuris geschrokken.

Los van mijn persoonlijke obsessie met moorddadige misbaksels, is A Quiet Place zeker te pruimen. In de lijst van horrorfilms die ik de afgelopen jaren gezien heb, staat hij zeker in de top 10. Wellicht op nummer 1 zelfs, omdat ik mij met de beste wil van de wereld geen andere horrorfilm kan herinneren.

Ik ben achteraf op vrij normale wijze naast mijn vriendin de bioscoop uitgewandeld, zonder extreme angstvisioenen, achtervolgingswaanzin of schrik om lawaai te maken. Ik had wel vreselijke honger.

Volgende week mag ik naar de homoseksuele cowboys.

2692512-thumb.jpg

Aanmodderfakker

Aanmodderfakker

Geweldige bioscoop in Den Haag. Heet Filmhuis Den Haag en draait elke dag een selectie van de beste films van het moment. Met café erbij, heerlijk restaurant, kopje koffie dat je mag meenemen in de zaal, babyvertoningen, wifi, enfin: the works.

Ik kies voor een Nederlandse film met een speciale Nederlandse titel: Aanmodderfakker. Over een jongeman die op z’n 32ste nog steeds doet alsof ie 17 is. Maar dan ontmoet hij een meisje en het eindigt een beetje zoals Notting Hill maar dan anders. (Ik wil niks verklappen, je voelt het.)

De film kreeg een paar Gouden Kalveren cadeau – zoals de Gouden Beer maar dan in Utrecht – de grote filmprijzen in Nederland. Voor beste acteur, beste scenario en voor nog iets. Ok, de film is best entertainend, en de humor is wel grappig, maar drie kalveren lijkt me veel. Al ken ik de concurrentie niet voldoende. Bek houden dus. Ik heb goed gelachen.

Het meisje in de film heet Roos Wiltink en is in diverse opzichten een aanrader. Ik zou bijna durven zeggen: daar willen we graag meer van zien. De film is geregisseerd door Michiel ten Horn die eerder al De Ontmaagding van Eva van End maakte, en de kortfilm Vingers. Een man die zijn titels weet te kiezen.

Aanmodderfakker zweemt ergens tussen een leuke alternatieve prent ‘over het leven’, en een zeemzoet liefdesverhaaltje. Door de titel en de humor helt het nét over naar links, maar veel scheelt het niet.

Aanmodderfakker doet mij trouwens denken aan de man die mij onlangs via alle mogelijke communicatiekanalen liet weten dat het gebruik van de term ‘yo modderfokkers’ op de radio geweldig basklasse is.

Basklasse. Die moet dus dringend deze film zien.

Maar geweldig filmhuis. Zeker eens passeren als je in de buurt bent.


Gezien: Aanmodderfakker (Michiel ten Horn, 2014)

Waar: Filmhuis Den Haag, Spui 191, Den Haag

Berberian Sound Studio

Berberian Sound Studio

Een vriendin die bij een filmmaatschappij werkt, had de dvd opgestuurd: ‘iets voor jou’.

Berberian Sound Studio blijkt een vreemde film te zijn over een man die de postproductie van films doet (de dubbing, de geluidseffecten ‘foley’,…) en ingehuurd wordt om te werken voor een erg bizarre Italiaanse film die hij pas ter plaatse te zien krijgt.

In Berberian Sound Studio zitten veel horroreffecten zonder dat het echt een horrorfilm wordt. Gelukkig maar want ik ben niet zo voor horrorfilms. Behalve Scream, maar da’s een komedie. (En tegelijk een parodie op zijn eigen genre). Maar we dwalen af.

Berberian Sound Studio voelt nogal David Lynch-achtig aan, met ook een tikkeltje Jean-Pierre Jeunet (van Delicatessen en Amélie Poulain). Wij hebben hier enfin duidelijk met persoonlijkheid te maken.

De hoofdpersoon, de arme duts, (gespeeld door Toby Jones) bevindt zich in een soort labyrinth van kamers en opnamestudio’s waaruit hij niet weggeraakt. De andere personages zijn vreemde wezens die hem gevangen houden. De film als metafoor voor het leven zelf, de oude filosoof zou er een kluif aan hebben.

Bovendien is Berberian Sound Studio dus een film die over een film gaat. Een metafilm moesten wij dat noemen in de les wijsbegeerte. Zoals een boek over boeken een metaboek is. En als op het einde van de film de spreekwoordelijke aap uit de mouw komt, wordt het qua meta-filmgehalte bijzonder ingewikkeld. En dus bijzonder interessant. Arme aap. Arme oude filosoof. Toby Toby, arme Toby.

Samengevat: raar! wel goeie film hoor. boeiend. lekker ingewikkeld achteraf gezien. boeiende regisseur ook.

Ik vermoed dat de film ‘iets voor mij’ is omdat ik bij de radio werk en daar ook bizarre dingen met microfoons in opnamestudio’s doe. Met horror-resultaten.

De regisseur van Berberian Sound Studio komt binnenkort met een nieuwe film, The Duke of Burgundy, met Sidse Babett Knudsen van Borgen in de hoofdrol. En de eerste trailer ziet er al behoorlijk geknutst uit. Dat belooft dus.


Gezien: Berberian Sound Studio (Peter Strickland, 2012)

Waar: thuis op dvd

Mr. Turner

Mr. Turner

Ik ben in een lugubere winkelgalerij. Ik zie een vreemde kledingzaak die als je goed kijkt een seksshop blijkt te zijn. En voor de rest uitsluitend winkels die in Antwerpen de stempel imagoverlagend zouden krijgen, maar dit is gelukkig Brussel.

De winkelgalerij waar in de Vlaamse film Violet van Bas Devos een jongen wordt vermoord, is deze: Galérie du Centre. Ergens tussen Rue des Bouchers en de Grote Markt. Tussen de Anspachlaan en het Centraal Station.

En hier is ook Cinéma Aventure.

De bioscoop waar koning Boudewijn regelmatig naar de film kwam en zijn laatste film zag (Indochine met Cathérine Deneuve).

En de bioscoop waar mijn gaydar twee jaar geleden zot draaide toen meer dan honderd lesbische meisjes allemaal dezelfde zaal binnenstroomden (en ik zelf nog niet weggespoeld was door La Vie d’Adèle).

Soit. Cinema Aventure dus. Heeft zijn naam niet gestolen.

Ik ben hier voor Mr. Turner, de nieuwe film van Mike Leigh. Mr. Turner is J. M. W. Turner, maar we mogen William zeggen, een belangrijk schilder uit de 19de eeuw, bekend om zijn weidse landschappen met zeeën en bootjes en wolken, altijd mooi, ruw en zeer stormachtig.

Acteur Timothy Spall zet Turner schitterend neer als een lelijke norse brompot, wiens leven laveert tussen de vaste gewoonten van zijn tijd en zijn beroep, en de stormachtigheden in zijn privéleven, met vrouwen vooral.

Ook al maakt Mike Leigh een portret van een man waar we voorheen nauwelijks iets van wisten, de norsheid van Turner, zijn smoel, de manier waarop hij kijkt en stapt en schildert, krijg je na deze film nooit meer van je netvlies gebrand.

Bovendien verveelt de film geen moment en krijg je een geweldig beeld van hoe de Britse samenleving eerste helft 19de eeuw in elkaar zat, hoe een kunstenaar werkte, hoe mensen privé met elkaar omgingen. Maar nooit wordt er iets opgedrongen of ingeramd, alles passeert rustig, als schijnbaar toevallig decor van het verhaal.

Mr. Turner is een prachtige kunstzinnige menselijke film over een kunstenaar die we niet kenden, gespeeld door een acteur in de rol van zijn leven.

PS: In Tate Britain in Londen loopt er tot 25 januari 2014 een tentoonstelling met de late werken van Turner.


Gezien: Mr. Turner (Mike Leigh, 2014)

Waar: Cinema Aventure Brussel, Galérie du Centre, Kleerkopersstraat 57, Brussel