gelezen: George Orwell: 1984

Wat een fenomenaal boek, wat een onvergetelijke klassieker. Herlezen: het legendarische 1984 van George Orwell. Geschreven in 1950, maar griezelig relevant voor wat er vandaag in de (politieke) wereld gebeurt.

Winston Smith woont in Oceanië, waar iedereen en alles gecontroleerd wordt door de staat, gesymboliseerd door een soort mythologische figuur: Grote Broer, Big BrotherEen uitzonderlijke dictatuur: ze controleert niet alleen het doen, maar ook het denken van haar onderdanen. Daarvoor bestaat er een gedachtenpolitie en heeft iedereen in huis een telescherm hangen, waarmee de burgers programma’s kunnen bekijken en beluisteren, maar waarmee ze zelf ook bespied worden.

Het verleden bestaat niet voor de inwoners van Oceanië; ze leven in het eeuwige nu. De geschiedenis wordt volledig aangepast en herschreven zodat alles klopt met het partijstandpunt van vandaag, ook al wisselt dat voortdurend. Zoals het nu is, is het altijd geweest. Dissidenten verdwijnen, worden gevaporiseerd, en elke verwijzing naar hen wordt gewist, alsof ze nooit bestaan hebben. De officiële taal is Nieuwspraak, een taal met een veel kleinere woordenschat dan onze huidige talen, zonder dubbelzinnigheden en zonder de mogelijkheid om te discussiëren over andere politieke stelsels.

Er zijn vier ministeries: het Ministerie van Vrede (verantwoordelijk voor oorlogsvoering), het Ministerie van Liefde (verantwoordelijk voor ordehandhaving), het Ministerie van Welvaart (verantwoordelijk voor de economie) en het Ministerie van Waarheid, waar Winston werkt:

“… dat de burgers van Oceanië moest voorzien van kranten, films, schoolboeken, teleschermprogramma’s, toneelstukken, romans – en van elke denkbare vorm van voorlichting, onderwijs en amusement, van standbeeld tot leuze, van lyrisch gedicht tot biologische verhandeling en van abc-boek tot Nieuwspraakdictionaire.” (p. 46)

De laagste klasse van de samenleving, 85 procent van de bevolking, wordt de proles genoemd. Zij leven in armoede en hun denken hoeft niet gecontroleerd te worden; ze zijn enkel bezig met werken en kinderen grootbrengen. Voor hen worden in het Ministerie van Waarheid speciale producten gemaakt:

Er was een hele reeks speciale afdelingen, belast met proletarische literatuur, muziek, toneel en algemeen amusement. Hier werden prulkranten vervaardigd, waar bijna niets anders in stond dan sport, misdaad en horoscopen, sensationele stuiverromannetjes, films die dropen van seks en sentimentele liedjes die totaal mechanisch werden gecomponeerd op een speciaal soort caleidoscoop die de naam ‘versificator’ droeg.” (p. 46)

De job van Winston op het Ministerie van Waarheid is om krantenartikels uit het verleden te vervalsen zodat ze kloppen met wat er vandaag gezegd wordt. Maar hij begint illegaal een dagboek bij te houden, en hij wordt verliefd op Julia, wat verboden is; ze ontmoeten elkaar in het geheim.

Terwijl in Brave New World van Aldous Huxley de burgers perfect gelukkig zijn, leven ze in 1984 in armoede en ongeluk, maar wordt propaganda gebruikt om hun situatie rooskleuriger voor te stellen, en wordt het verleden als referentiekader weggenomen zodat niemand zich kan herinneren hoe het vroeger was.

1984 is een geweldig boek. Het is spannend, persoonlijk en uitstekend geschreven. En vooral is het ongelooflijk om de werkwijze van totalitaire regimes én van hedendaagse populistische partijen feilloos beschreven te zien in een boek uit 1950.

De linken met wat er vandaag gebeurt zijn ontelbaar: de controle die geheime diensten  op hun inwoners uitoefenen, marketing als dagelijkse propaganda, linken met trackers, gps-toestellen in smartphones, het volgen van online klikgedrag, toestellen als Alexa en Google Home waarmee elke burger een apparaat in huis haalt dat alles kan horen wat er gezegd wordt. Linken met de Amerikaanse president ook die waarheden ontkent, feiten verdraait en er zelf in gaat geloven. Dubbeldenk in de dagelijkse praktijk. 1984 is een onwezenlijk boek, een absolute must om te lezen. Grote aanrader. Ontleend in bibliotheek De Krook in Gent.

HipstamaticPhoto-584449998.825447.jpg

gelezen: Koen Peeters: Kamer in Oostende

Schrijver Koen Peeters doolt rond in Oostende, samen met zijn vriend en schilder Koen Broucke. Samen zoeken ze het pad van kunstenaars en schrijvers: James Ensor, Léon Spilliaert, Hugo Claus, Constant Permeke en Joseph Roth. Ze doorkruisen straten, stappen onuitgenodigd gebouwen en hotels binnen en spreken bewoners aan in de hoop dat die hen iets kunnen leren over de levensloop van een schrijver of een kunstenaar. Peeters en Broucke doen zo – heerlijk herkenbaar – aan een soort posthume stalking van artiesten.

Er staat roman op de cover van Kamer in Oostende, maar dat voelt vreemd: het boek is meer een schrijf- en schilderproject, een emotionele knipselmap gebaseerd op een dagboek. Het boek neemt je mee in het hoofd van twee kunstliefhebbers door een levende stad vol geheimen; het is een ode aan de zee, aan Oostende, aan de kunst en de vriendschap.

HipstamaticPhoto-583709425.531446.jpg

gelezen: Roger van de Velde: De knetterende schedels/Recht op antwoord

Gelezen: zot boek van Roger van de Velde, van wie ik onlangs ook Tabula rasa las. Het gaat om een dubbele uitgave: De knetterende schedels en Recht op antwoord.

De knetterende schedels is een roman/verhalenbundel over zijn tijd in het psychiatrisch centrum: scènes uit het leven van een geïnterneerde. Het boek is geweldig geschreven, zit vol melancholie en bevat één van de meest indrukwekkende openingsscènes in de Vlaamse literatuur:

Er viel een kille verstomming als een nat laken over de zaal en iedereen keek met ingehouden adem naar Jules Leroy, die het slappe kadaver van de kater als een gruwelijke trofee grijnzend in de hoogte stak. Het was de witte kater Poesjkin, die ons allen dierbaar was. Zijn kop was tot moes verbrijzeld. De hersens kronkelden wit en slijmerig uit de hersenpan, de zwarte muil was boven de haakse tanden tot een lange streep opengescheurd en verstard in een laatste schreeuw; een geklonterd oog hing als een knikker aan een blauwe pees, en het donkere bloed druppelde traag en kleverig voor de voeten van Jules op de tegelvloer. Het was een weerzinwekkende slachterij maar de pels was smetteloos blank gebleven.” (p. 9)

Recht op antwoord is dan weer een pamflet over van de Veldes jarenlange opsluiting in gevangenissen en psychiatrische centra. Het is een droge aanklacht tegen het Belgische juridische systeem. Van de Velde was verslaafd aan de pijnstiller palfium en zat jaren vast omdat hij doktersbriefjes had vervalst. Recht op antwoord geeft een inzicht in de schrijnende situatie en het leven van Roger van de Velde.

Het werk van van de Velde boeit nog steeds door zijn heldere stijl die bijzonder hedendaags aanvoelt en die vandaag doorleeft in het werk van ondermeer Dimitri Verhulst. Dank voor de tip, Marc Buelens.

Nog een fragmentje uit De knetterende schedels, over de geïnterneerde Honoré van wie de dokter net zijn trompet heeft weggenomen:

Honoré keek verwonderd en zwijgend van zijn lege handen naar de bewaker en van de bewaker naar dokter Poulard, zoals een ziek dier dat niet kan zeggen waar het pijn doet.” (p. 82)

HipstamaticPhoto-582229654.727146.jpg

de officiële website van Roger van de Velde

mijn leesverslag van Tabula rasa

gelezen: Aldous Huxley: Heerlijke Nieuwe Wereld

Herlezen: de geweldige klassieker Heerlijke Nieuwe Wereld; Aldous Huxley beschrijft een samenleving waarin iedereen ‘perfect gelukkig’ is.

Mensen worden gekweekt in flessen en aangepast en geïndoctrineerd om perfect gelukkig te worden in het werk waarvoor de staat hen voorbestemd heeft. Hun fysiek, hun intelligentie en hun karakter worden van jongs af aan gestuurd in de richting van hun leven als volwassene. Sommigen worden opgevoed tot intelligente alfa’s, sommigen worden als baby bewust vergiftigd om de achterlijke laagste ‘kastes’ in de maatschappij te vormen: de epsilons.

Er is ook een wildreservaat waarin ongeciviliseerd volk leeft: vuil, ongelukkig en in armoede. Maar voor de rest is de wereld compleet egaal: iedereen heeft dezelfde hobby’s, er bestaan geen vaders en moeders, geen huwelijkstrouw, geen eenzaamheid; iedereen wordt geconditioneerd om zich geen vragen te stellen en nooit ongelukkig te zijn. En als er toch een haar in de boter zit, dan is er de drug soma, die massaal door de overheid wordt verstrekt. Alles staat in functie van de samenleving en de economie:

‘We conditioneren de massa om het platteland te verafschuwen,’ besloot de directeur. ‘Maar tegelijkertijd conditioneren we hen om dol te zijn op alle buitensporten. Tevens zien we erop toe dat voor het beoefenen van alle buitensporten ingewikkelde apparatuur gebruikt moet worden. Zodat ze zowel geproduceerde artikelen consumeren als vervoer.” (p. 37-38)

Heerlijke Nieuwe Wereld vertelt het verhaal van Bernard Marx, die een soort mislukte alfa is: hij is fysiek te klein als alfa, hij is individualistisch en voelt zich niet thuis in de wereld. Hij komt op het idee om een wilde uit het wildreservaat mee te nemen naar de geciviliseerde wereld.

Uiteraard is het boek een duidelijke viering van de waarden die onze samenleving belangrijk vindt en promoot: individualiteit, creativiteit, persoonlijk succes, kritische zin. Maar het griezelige aan deze roman zijn de bijna oneindig diverse linken met onze tijd. Er zijn fascinerende parallellen op het vlak van politiek, sociale media, plastische chirurgie, drugs, nieuwsmedia, propaganda op televisie.

Het interessantste begrip uit het boek komt trouwens niet of nauwelijks in de tekst voor: de staat, de overheid, die alle beslissingen neemt voor zijn miljarden onderdanen. In de Heerlijke Nieuwe Wereld wordt gedaan alsof die overheid niet bestaat.

Heerlijke Nieuwe Wereld is een verbluffende roman die geschreven werd in een totaal andere tijd (1932!), maar die toch grote delen van onze samenleving weerspiegelt. Onvergetelijk boek.

De wereld is nu stabiel. De mensen zijn gelukkig; ze krijgen wat ze willen, en ze willen nooit iets wat ze niet kunnen krijgen. Ze zitten er warmpjes bij; ze zijn veilig; ze zijn nooit ziek; ze zijn niet bang voor de dood; ze leven in zalige onwetendheid van hartstocht en ouderdom; ze worden niet geteisterd door moeders of vaders; ze hebben geen vrouw, geen kinderen, geen geliefden om hevige gevoelens voor te koesteren; ze zijn zo geconditioneerd dat ze vrijwel niet anders kunnen dan zich gedragen zoals ze zich behoren te gedragen. En mocht er toch iets misgaan, dan is er soma. En dat gooit u in naam van de vrijheid uit het raam, meneer de Wilde. Vrijheid!’ Hij lachte.” (p.218-219)

HipstamaticPhoto-580840812.529829.JPG

gelezen: Roger van de Velde: Tabula rasa

Schrijver en journalist Roger van de Velde werd geboren in 1925 in Boom. Zijn levensverhaal is een opeenvolging van opnames in gevangenissen en psychiatrische instellingen, een gevolg van zijn verslaving aan de pijnstiller Palfium. Hij stierf in 1970. De roman Tabula rasa (ondertitel Een farce) verscheen posthuum.

Tabula rasa is het verhaal van een jonge kapper die zijn eerste stapjes zet in het literaire wereldje. Via een kennis wordt hij lid van een avant-gardetijdschrift. Het boek leest heerlijk. Roger van de Velde schrijft zuiver, intelligent en vol onderhuidse humor.

Jeroen Brouwers over Roger van de Velde in zijn boek Vlaamse leeuwen:

Het Vrije Woord in Vlaanderen! En Roger van de Velde zat in de gevangenis omdat hij doktersrecepten had vervalst, – het gebruik van een schrijfmachine in zijn cel werd hem lange tijd niet toegestaan en zijn verhalen moesten door zijn vrouw in haar onderbroek de gevangenis worden uit gesmokkeld.” (p.163)

Schrijfster Ellen Van Pelt werkt aan een biografie van Roger van de Velde, die in 2020 moet verschijnen. Roger van de Velde werd mij aangeraden door Marc Buelens.

HipstamaticPhoto-581002555.605483.jpg

de officiële website van Roger van de Velde

gelezen: Louis Paul Boon: Mijn kleine oorlog

Gelezen: Mijn kleine oorlog van de Aalsterse schrijver Louis Paul Boon. Ik heb het boek verslonden in mijn studententijd, en nu herlezen omdat er een prachtige nieuwe uitgave is verschenen. Boon stierf in mei 1979, precies 40 jaar geleden.

gij (…), die geteisterd werd in uw have en goed, zoals ze dat noemen, maar die nog veel meer geteisterd werd in uw ziel, zijnde geëvacueerd geweest als een stuk vee en gedeporteerd als een misdadiger, gebombardeerd en gemitrailleerd en gefusilleerd en mee-geamuseerd als een leeg blik waarop de kinderen schoppen…” (p. 17)

Heb je de film Saving Private Ryan van Steven Spielberg gezien? Een film die elk frutseltje heldhaftigheid dat nog aan het begrip oorlog vasthing, voorgoed wegblies. Het enige wat overblijft is dood, honger en doffe ellende. Mijn kleine oorlog doet iets gelijkaardigs, maar dan met minder bombast, minder special effects en minder Hollywoodsterren.

Mijn kleine oorlog gaat over de tweede wereldoorlog, maar dan op zijn Louis Paul Boons. Hij verzint geen grote verhalen van moed, eer en vaderlandsliefde; hij vertelt de kleine, dagelijkse gebeurtenissen van mensen op straat tijdens de bezetting. Het boek gaat over de schaamte van de soldaat die tijdens de hele oorlog maar één keer iets heeft moeten doen en dat is vluchten, over de kleine man of vrouw uit de buurt, over roddels, gefluister en geruchten, over de dagelijkse honger, armoede en miserie van de oorlog.

En ge moet de kinderen uit de blokken werkmanshuizen zien lopen, met tussen hun magere benen en billetjes dikgezwollen knieën. En ze hebben de zenuwen, kinderen van twaalf en dertien jaar, ze hebben tering of ze zien niet goed meer of hebben krampen aan de maag, zodat ze zich liggen te wentelen van de pijn. En ge kunt geen huis binnengaan of men pist er in bed.” (p. 59)

Louis Paul Boon vertelt het ontroerende verhaal van het Joodse meisje Lea Lûbka dat sterft na haar bevrijding uit het concentratiekamp van Mauthausen. Hij vertelt over de terrorist bij hem thuis op bezoek die van het verzet blijkt te zijn, hij vertelt over zielige helden en kleine bedriegers, en altijd in zijn prachtige Vlaamse taal.

En niemand die binst de oorlog wist wat de Weerstand nu eigenlijk voor iets was, en vier dagen na de bevrijding iedereen die u zegt: ik was ook bij de Weerstand. En nu zeggen ze reeds: ik ben blij nooit in die Weerstand te zijn geweest, want het waren maar een hoop smerige communisten.” (p. 99)

Mijn kleine oorlog is schitterend in zijn Boonse eenvoud. Veel leesbaarder ook dan zijn meesterwerk De Kapellekensbaan. Een absolute aanrader. Een boek dat in een klimaat van extreme verrechtsing en oorlogstaal een nieuwe uitgave verdiende, en nu ook gekregen heeft. Met een voorwoord van Rudi Vranckx.

HipstamaticPhoto-579706775.128550.jpg

gelezen: Austin Kleon: Keep Going

Er is een nieuw boekje in de inspirerende reeks van de Amerikaanse tekenaar en schrijver Austin Kleon. Na Steal like an artist en Show your work! is er nu Keep Going, over tien manieren om creatief te blijven in goede tijden en slechte.

Een boek vol tips die je creativiteit ten goede komen, zoals: blijf spelen, leer neen zeggen, zorg voor een plaats waar je kan werken, negeer soms het aantal clicks, maak lange wandelingen, breng een vaste routine tot stand:

When you don’t have time, a routine helps you make the little time you have count. When you have all the time in the world, a routine helps you make sure you don’t waste it. I’ve written while holding a day job, written full-time from home, and written while caring for small children. The secret to writing under all those conditions was having a schedule and sticking to it.” (p. 15)

Om te lezen en af en toe te herlezen.

HipstamaticPhoto-577543702.114020.jpg

de blog van Austin Kleon

gelezen: Boudens: Het Lijden Van De Jonge Werner

Werner De Jonge vindt zichzelf een Auteur, een Veelbelovend Schrijver van Teksten. Hij doolt rond in Brussel, van zijn Schrijverscel naar terrassen waar hij talloze vazen Duvelbier, troggen spaghetti en koffies met rum nuttigt. Intussen ontmoet hij zijn muze, maakt hij boodschappenlijstjes en koopt hij schrijfgerief en etsen van ene Jean-Jacques in café Grain d’Orge. Eén ding doet hij niet: schrijven.

Onlangs gekocht in de uitverkoop van de KANTL – de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde – en nu gelezen: Het Lijden Van De Jonge Werner, een roman uit 1990 geschreven door Boudens, die toen vaak werd genoemd als aanstormend talent samen met Tom Lanoye en Herman Brusselmans.

Het is een grappig boek, een literatuurparodie over iemand die zich schrijver noemt maar nooit schrijft; over iemand die de rest van de wereld waardeloze prutsers vindt maar er niet in slaagt zelf iets voor elkaar te krijgen. Geschreven in de archaïsche taal die Brusselmans ook graag gebruikt (en Reve). Eerder genoten van zijn Op eenzame hoogte uit 2014.

HipstamaticPhoto-577359673.231556.jpg