Terug naar de bioscoop – coronadagboek 5

1 juli 2020 zal de geschiedenis ingaan als de dag waarop het Koninkrijk België zijn bioscopen weer opende na de roemruchte Eerste Golf van de Coronacrisis. Mijn vriendin en ik lieten het ons geen twee keer zeggen. We gingen meteen naar de cinema, naar 1917 van Sam Mendes, een oscarfilm die zich afspeelt op het slagveld van de eerste wereldoorlog.

Bij aankomst in de bioscoop werden we verwelkomd door een pre-kaartjesdame. Ze bekeek ons met strenge blik van kop tot teen, beval ons ogenblikkelijk onze handen te ontsmetten en controleerde of we wel kaartjes online besteld hadden. Dat hadden we. Geen idee wat er gebeurt met mensen die niet op voorhand een kaartje online gekocht hebben, maar het zal zeker hun beste dag niet zijn, dat zag ik in de pre-kaartjesdame haar ogen.

Na de tweede, échte kaartjescontrole, stapten we voor het eerst in een kwart jaar weer een bioscoop binnen. Het voelde als een bezoek aan een nieuw pretpark. We hebben meteen alle covid-attracties uitgeprobeerd.

Je kon drie richtingen volgen, drie lijnen. De linkse lijn ging naar het toilet. Wij naar het toilet. Daar zit normaal een ietwat bejaarde dame als een bezetene sokken te breien, maar nu zat er een jonge man niets te doen achter een draadloos betaalapparaat. De som van een halve euro die je moet betalen om van het bioscooptoilet gebruik te maken, werd op handenvrije en elektronische wijze geïnd. Een systeem dat de gemiddelde toiletdame veertig jaar vooruit is, waardoor zij tijdelijk vervangen werd door de jongeman. Hij wachtte geduldig tot het apparaatje automatisch weer op 0,50 sprong, waarna de volgende pipiklant kon betalen. De ietwat bejaarde dames zitten nu vermoedelijk thuis op vrijwillige wijze mondmaskers te haken.

Van mondmaskers gesproken: mijn vriendin en ik droegen er elk één. Het was niet verplicht, wel aanbevolen, waardoor wij dus de enige bezoekers waren met een mondmasker. 

Na de pipi stonden we voor de middelste lijn. Die liep naar de popcorn. Wij om popcorn. Normaal kan je in de enorme shop van de bioscoop kiezen uit een assortiment van 67 miljoen soorten snoep, ijs en drank, maar ter gelegenheid van het coronavirus was de keuze beperkt tot 19 mogelijkheden en werd alles via een ouderwets tafeltje aan de man gebracht. De keuze qua popcorn was werkelijk schamel. Je kon kiezen tussen een junior-, mini of monsterdoos zoete popcorn of een junior-, mini of monsterdoos zoute popcorn. Het leek wel Cuba. Of cinema Eldorado in Tremelo.

Vervolgens mochten we via de uiterst rechtse lijn richting onze oorlogsfilm. Symbolisch. In de zaal waren er tussen de bezoekers telkens twee zitjes én een volledige rij vrijgelaten. Het was allemaal zò streng geregeld dat mijn vriendin en ik blij waren dat we naast elkaar mochten zitten.

Voor de rest was het de ultieme cinemabeleving. Twee zetels naast ons zat een man, we zullen hem Johan noemen. Johan had snoep gekocht en scheurde het luid krakende zakje open tijdens het meest emotionele moment van de film. Want dat hoort zo in de cinema. Vervolgens zat Johan tien volle minuten lang in zijn zakje te grabbelen waarbij hij het geluid van de film volledig overstemde. Inclusief alles wat 1917 de oscar voor beste geluidseffecten had opgeleverd. 

Na de laatste scène van de film, waarin de held tegen een boom… – wacht, stop, ik ga hier nu niet verklappen of het goed afloopt of niet, maar het is iets met een boom – het moment waarop de strijkers aanzwollen en het beeld zwart werd en wij ons tijdens de eerste letters van de eindgeneriek bezonnen over oorlog en vrede, jeugd en vriendschap, – het is niet pissen dat hij tegen die boom doet by the way, om dat mogelijke misverstand alvast uit de weg te ruimen – waarop wij ons bezonnen over opoffering en het lot dat ons steeds naar onbekende wegen voert, SPRONG opeens keihard het licht in de zaal aan, stopten de strijkers, werd de generiek ruw onderbroken door een informatieboodschap op het scherm die meldde dat we nu rij per rij de zaal mochten verlaten en om alstublieft ons afval mee te nemen, weg sfeer, waarna de eindgeneriek voortging maar wij alreeds door een ingehuurde bewakingsagent de zaal werden uitgevorderd. Achter ons liep Johan die – het moet gezegd – zijn krakend snoepzakje braaf de vuilnisbak in keilde.

Maar voor de rest geen klachten. De film was werkelijk ideaal. Er was drama, emotie en spanning, er was een stoere held. Er was de gruwel van de oorlog; de goeden waren duidelijk de goeden en de slechten waren duidelijk de slechten. Er was een arm hongerig baby’tje, een eenzame moeder en een doodgeschoten hondje, én er was Benedict Cumberbatch als norse kolonel helemaal op het einde van de film. Kortom, alles wat de hedendaagse post-covid-fase 1-bioscoopganger nodig heeft.

En het was prachtig om eindelijk weer eens naar de cinema te kunnen, met een echt filmdoek en licht en geluid. En popcorn. We hebben er ontzettend van genoten. En Johan ook.

HipstamaticPhoto-615322600.163630.jpg

Cinema Central

“Mag ik terug starten?” roept iemand luidkeels de zaal in.

Ik zit in Cinema Central in het Oost-Vlaamse Ninove. Zes minuten geleden is de pauze begonnen, halverwege een conversatie tussen Stan en Ollie, de Dikke en de Dunne. Stan en Ollie zaten aan tafel samen met hun vrouwen, er ontwikkelde zich een belangrijk gesprek over hun toekomstige carrière als komisch duo, Stan wilde iets zeggen en toen was het afgelopen. Midden in een zin.

Pauze. Hét moment waarop de helft van de filmzaal normaal naar buiten stormt om pipi te doen, de benen los te gooien, een nieuwe voorraad cola of popcorn in te slaan of de hond uit te laten. Hier niet. Iedereen blijft zitten. Iedereen, dat wil zeggen, de voltallige drie bezoekers.

Ik zit alleen in de zaal samen met een ouder koppel van wie ik enkel weet dat de vrouw een lichte fobie voor 3D-films heeft. Bij mijn aankomst was ze in een lange discussie verwikkeld met de uitbater van de filmzaal. Of ze liever wél of liever niét films in 3D bekijkt. Meer bepaald of ze de film Dumbo wil zien als die in 3D wordt vertoond maar dat ze eigenlijk liever geen 3D wil zien maar dat ze toch graag Dumbo wil zien ook al is het in 3D. De discussie gebeurde half in het Ninoofs en had niet echt een richting noch een ontknoping. Ze bestond vooral uit losse beweringen van de vrouw tegen de uitbater. Hij zat intussen in een piepklein hokje de ticketverkoop te verzorgen.

Zo gaat het in een kleine dorpscinema. Geen overbodig personeel dat in de weg loopt terwijl je alles gewoon alleen kan doen. Geen 7 soorten popcorn, geen 5 euro voor 100 gram snoep die overduidelijk maar 6 cent per kilo kost. Geen 2 euro om naar het toilet te gaan. Geen gsm’ende teenagers in de zaal die voedsel en schrijfgerief naar elkaar gooien. Geen cosy seats waarin je gemakkelijker kan foefelen met je lief voor de bescheiden meerprijs van 3,5 euro per ticket. Geen 26 zalen met 83 verschillende films in 13 verschillende digitale formaten. Gewoon Stan & Ollie beneden in zaal 1. Dumbo boven in zaal 2. Weliswaar in 3D.

Cinema Central in Ninove bestaat dit jaar 100 jaar. In de inkomhal is een groot bord geïnstalleerd vol krantenknipsels over de feestelijke verjaardag. Er hangt een affiche van de film F.C. De Kampioenen Forever, wellicht één van de grote kaskrakers van de afgelopen 100 jaar. En buiten staat op een gigantisch doek te lezen: 100 jaar Cinema Central. Cinema als nooit voorheen. Met daaronder in dreigende letters: 3D. Wellicht om oudere mevrouwen af te schrikken.

Zaal 1 ziet er oud en donker uit en ruikt wat muffig, maar dat kan de pret nauwelijks drukken. Eerst was er een trailer van Dumbo waarin ze de hele tijd Dombo zeiden en daarna begon Stan & Ollie, een film over de Britse afscheidstournee van Stan Laurel en Oliver Hardy waarvan ze toen zelf nog niet wisten dat het hun afscheidstournee zou zijn. Het leven is geen vrolijke draaimolen op de kermis. Toen was er pauze.

En nu roept iemand: “Mag ik terug starten?” Er is even verbijstering in de zaal bij de drie toeschouwers – wij dachten dat de film na de pauze automatisch opnieuw zou beginnen – maar dat is buiten de flexibiliteit van het personeel van Cinema Central gerekend. De man voor mij roept: “jot!” en de avonturen van Stan en Ollie gaan voort; we zitten weer aan tafel bij de Dikke en de Dunne en hun vrouwen. We zitten weer in een sjiek hotel in Engeland, niet in de Lavendelstraat 25 in Ninove.

Er zijn niet zoveel dorpscinema’s meer over. Ik heb de afgelopen tijd Cinema Rio in De Haan bezocht, Cinema De Keizer in Lichtervelde, Cinema Albert in Dendermonde, Cine Star in Waregem, Beverly Screens in Knokke-Heist, en de intussen al gesloten Cinema Actor’s Studio in Brussel (ok, Brussel is niet echt wat je een dorp noemt, maar de sfeer van de cinema was zeer gelijkend).

Na de aftiteling, bij het naar buiten stappen, hoor ik de oudere vrouw iets mompelen tegen haar man. Het gaat over 3D-films. Voor Dumbo kwam er vanavond in Ninove niemand opdagen. Morgen misschien. Gelukkige verjaardag Cinema Central.

HipstamaticPhoto-576799120.045628.jpg

de website van Cinema Central

Cinema Actor’s Studio

Dat de bioscoop gesloten is, is geen wonder. Het is eerder een mirakel dat het nog zo lang geduurd heeft. Ik sta in een overdekte galerij vlakbij de Rue des Bouchers in Brussel te staren naar een enorme berg afval, puin en zakken cement. Het is enkele dagen na de definitieve sluiting van cinema Actor’s Studio, wellicht de best verborgen bioscoop van het land.

In het centrum van Brussel moest je zijn, tussen de Grote Markt en het Muntplein, aan de uitgang van de Galerie du Centre waar elk uur van de dag zwervers liggen te slapen. Daartegenover: iets wat ooit een winkelgalerij moet geweest zijn; een glazen schuifdeur met de ingang van een hotel, kronkelende gangen en een neonlamp die zegt: Cinema Actors Studio. In die gangen: nooit een mens te bespeuren, alles stond te huur. Ergens achteraan, in een donker hoekje, enkele trapjes omhoog, was de ingang van de bioscoop. De man achter de kassa verkocht tijdens mijn laatste bezoek ook drankjes in de bar, liet de bezoekers binnen in de drie zalen en startte de films.

Ik zat toen in zaal 2: links was een vreemde afbeelding van Charlie Chaplin, rechts naast het filmdoek hing aan de muur een gouden vrouw. Ze lag als een zeemeermin, bovenaan bloot, onderaan bedekt door een stukje pellicule. Onder haar benen: de nooduitgang, die er angstaanjagend uitzag; je wilde niet denken wat er kon gebeuren als je deze uitgang nam, in welke krochten van de Brusselse onderwereld je zou belanden.

Rondom mij hingen drie verschillende soorten speakers die samen een soort dolby surround systeem vormden. Vooraan op het mini-podium een piano en een oude katheder met Actor’s Studio welcome erop geschilderd.

Ik was daar op 6 juli 2016, voor Love & Friendship, een kostuumdrama naar een vergeten verhaal van Jane Austen. Nooit geweten dat Jane Austen grappig was. Ik vond dat Kate Beckinsale een oscarnominatie verdiende voor haar geweldige hoofdrol, maar die heeft ze nooit gekregen. Ik ben niet van kostuumdrama’s (ik ben niet van kostuums), maar het was een heerlijke film.

Lang daarvòòr bracht ik ooit een bezoekje aan de buren van de bioscoop: voorbij een glazen deur, langs een trap naar beneden, moest je een gigantische, muffige zaal binnen waar een soort Braziliaans spektakel werd opgevoerd voor enkele bejaarden aan ronde tafeltjes. De glazen deur is al lang dicht. De naam is wel nog leesbaar: Mazazik Oriental Club Live. Er hangt al jaren een sticker op het glas: fermé.

En nu is dus ook cinema Actor’s Studio definitief dicht. Een bioscoop waar ze liefst niet de grote kaskrakers van het moment vertoonden. Kansloos in het hart van onze nationale toeristische industrie. Het hotel boven de bioscoop wil uitbreiden en de bezoekersaantallen bleven teruglopen: Actor’s Studio had op het einde nog gemiddeld 3,5 bezoekers per filmprojectie. Op de website staat: het cinefiele paradijs. Het paradijs sloot definitief de deuren op 31 juli 2018. De bioscoop heeft 30 jaar bestaan.

Er zijn nog wel een paar andere arthouse bioscopen in het centrum van Brussel; ga er vlug heen voor ze ook sluiten. Hun namen: Galeries Cinema in de prachtige Koninginnegalerij, Cinema Aventure in Galerie du Centre (met de zwervers) rechtover Actor’s Studio, én de net schitterend gerenoveerde Cinema Palace op de Anspachlaan.

Vaarwel Actor’s Studio. Bedankt voor de mooie films.

HipstamaticPhoto-558123980.322352.jpg

Terecht: Rechtvaardige Rechters

Dames, heren, lezers. Stop met zoeken. Het is afgelopen. De zaak is gesloten. Het mysterie is opgelost. De boeken mogen dicht. Het schilderij De Rechtvaardige Rechters is terecht.

Het ontbrekende paneel van het Lam Gods ligt onder de Pain Quotidien in Gent. Minder goed bekend als de Kalandeberg. Waar rioleringswerken bezig waren toen het paneel in 1934 gestolen werd.

Dat staat in het nieuwe boek van Marc de Bel, die behalve jeugdschrijver ook amateur-privédetective gespecialiseerd in kunsthistorisch erfgoed blijkt te zijn.

De Aanbidding van het Lam Gods hangt in de Sint-Baafskathedraal in Gent en is één van de belangrijkste schilderijen in de geschiedenis van de mensheid en ver daarbuiten. Weet ik omdat George Clooney dat in de film The Monuments Men aan de president van Amerika vertelt, waarop hij toestemming krijgt om met zijn bataljon soldaten een vracht kunstwerken te gaan redden uit de handen van de Nazi’s.

Ik heb de film The Monuments Men trouwens gezien op groot scherm in de Sint-Baafskathedraal zelf, met het Lam Gods achter onze rug. En met een dekentje, want het was koud. Belgische première. De film was een rommeltje, leek nergens op. Maar wat George zei over het Lam Gods was de nagel op de kop.

De diefstal van de Rechtvaardige Rechters is bovendien één van de meest fascinerende verhalen uit onze kunstgeschiedenis. Als Dan Brown (van De Da Vinci Code) ervan zou horen én overtuigd zou kunnen worden dat België een echt bestaand land is, zou hij er ogenblikkelijk een thriller over schrijven. Waarin de Rechtvaardige Rechters, ontvreemd door een complot van de vrijmetselarij en het bisdom, uiteindelijk via een 450 bladzijden durende speurtocht langs Washington, Rome en het Louvre in Parijs teruggevonden wordt tijdens een verzengend spannend einde één seconde voor het vergaan van de wereld. Onder de Pain Quotidien in Gent. Met codes en onderaardse gangen en kale psychopathische massamoordenaars. En met Tom Hanks in de rol van Marc de Bel.

Want Marc de Bel heeft het gestolen paneel dus gevonden. Samen met zijn maat Gino Marchal. Hebben ze verteld in het Gentse stadhuis.

Okee, ze hebben het schilderij nog niet opgegraven en de stad heeft zelf ook nog niet beslist om dat te doen, maar dat zijn details. Burgemeester Termont vraagt om nog niet direct met schop en pikhouweel naar de Kalandeberg te trekken. 

Ik heb Marc de Bel gebeld op de radio en hem in naam van de wereldbevolking alvast onze dankbaarheid betoond voor het oplossen van het mysterie. “Graag gedaan”, zei hij eenvoudig.

De Rechtvaardige Rechters is terecht. Laat de Gentse feestelijkheden beginnen. Ik heb alvast een vuurwerk besteld voor 21 juli.

Als je de volgende keer op een croissant zit te kauwen op het terras van de Pain Quotidien, geniet er dan van om uw voeten nog eventjes te laten rusten boven het belangrijkste verdwenen schilderwerk van onze geschiedenis. George Clooney heeft het gezegd.

Lam Gods.jpg

Moorddadige monsters en homoseksuele cowboys

En toen kwam het moorddadige monster het bos uitgehuppeld.

Lap, dacht ik, daar gaan we weer. Ik wilde meteen de bioscoop uitrennen maar ik mocht niet van mijn vriendin, want zij had mij pas een halfuur eerder met veel moeite naar binnen gesleurd.

We zaten in Studio Skoop in Gent naar de film A Quiet Place te kijken. Een horrorfilm. Ik hou niet van horrorfilms. Ik heb daar schrik van. Ook al besef ik dat dat net de bedoeling is.

Ik wilde liever naar het drama over de homoseksuele cowboys, de komedie over Stalin of desnoods de tekenfilm over hondjes. Om het even. Als het maar geen horrorfilm was. Maar mijn vriendin zei streng dat ik mij voor één keer als een echte man moest gedragen en ze trok mij zaal 1 binnen.

A Quiet Place gaat over een gezin (geen spoilers – ik verklap niks wat je nog niet weet uit de trailer) dat in een dorpje woont waar je altijd stil moet zijn, anders word je opgevreten. Want er zijn dus obscure monsters in de buurt die enorme honger hebben en blind zijn en daarom alles pakken wat lawaai maakt.

Blijkbaar vonden mama en papa de aanwezige monsterpopulatie geen obstakel om nog een extra baby te produceren. Ja, mama is weer zwanger. En pers zo’n kind maar eens ter wereld zonder het hele dorp bij elkaar te brullen. Monsters inclusief.

Het was een ijzingwekkende film. Niemand in de bioscoopzaal grabbelde in zijn popcorn, niemand kraakte met een zak chips. Omdat de spanning en de stilte te snijden waren. En ook wel omdat ze in Studio Skoop geen popcorn of chips verkopen. Soit.

En toen kwam het vreselijke monster dus plots tevoorschijn. Als een luipaard in de Beekse Bergen zeg maar. Ik heb daar een groot probleem mee, zeker in horrorfilms. Als zo’n monster onzichtbaar blijft, in zijn hol resideert en af en toe in de donkere nacht een hallucinante deerne verslindt, is dat allemaal ok voor mij. Mysterieuze monsters zijn de max. Maar op het moment dat ik het monster in de film effectief te zien krijg, is voor mij de lol eraf. Als je vaststelt dat het monster er weer uitziet als een dubieuze kruising tussen een draak, een mens en een uit de hand gelopen hagedis, zoals elk filmmonster, hoeft het voor mij niet meer.

Kijk maar naar The Shape of Water, een oscarwinnende film met een mormel dat vanuit zijn zwembad een relatie met het hoofdpersonage begint en dat als enige verschil met alle andere monsters in alle andere films iets meer op een kikker lijkt dan op een hagedis. Flikker op met je monster. En je oscars.

In A Quiet Place was het dus weer prijs. Zat ik daar suf van de schrik en de spanning, chips- en popcornloos de arm van mijn lief tot moes te knijpen, komt plots dat monster uit het bos. Draak mens hagedis. Weg mysterie. Gedaan met de pret.

Ik zal niet verklappen wat er nadien nog gebeurde, maar enorm opbeurend voor de filmpersonages was het niet. Ik ben mij tot het einde talloze keren de pleuris geschrokken.

Los van mijn persoonlijke obsessie met moorddadige misbaksels, is A Quiet Place zeker te pruimen. In de lijst van horrorfilms die ik de afgelopen jaren gezien heb, staat hij zeker in de top 10. Wellicht op nummer 1 zelfs, omdat ik mij met de beste wil van de wereld geen andere horrorfilm kan herinneren.

Ik ben achteraf op vrij normale wijze naast mijn vriendin de bioscoop uitgewandeld, zonder extreme angstvisioenen, achtervolgingswaanzin of schrik om lawaai te maken. Ik had wel vreselijke honger.

Volgende week mag ik naar de homoseksuele cowboys.

2692512-thumb.jpg