Terecht: Rechtvaardige Rechters

Dames, heren, lezers. Stop met zoeken. Het is afgelopen. De zaak is gesloten. Het mysterie is opgelost. De boeken mogen dicht. Het schilderij De Rechtvaardige Rechters is terecht.

Het ontbrekende paneel van het Lam Gods ligt onder de Pain Quotidien in Gent. Minder goed bekend als de Kalandeberg. Waar rioleringswerken bezig waren toen het paneel in 1934 gestolen werd.

Dat staat in het nieuwe boek van Marc de Bel, die behalve jeugdschrijver ook amateur-privédetective gespecialiseerd in kunsthistorisch erfgoed blijkt te zijn.

De Aanbidding van het Lam Gods hangt in de Sint-Baafskathedraal in Gent en is één van de belangrijkste schilderijen in de geschiedenis van de mensheid en ver daarbuiten. Weet ik omdat George Clooney dat in de film The Monuments Men aan de president van Amerika vertelt, waarop hij toestemming krijgt om met zijn bataljon soldaten een vracht kunstwerken te gaan redden uit de handen van de Nazi’s.

Ik heb de film The Monuments Men trouwens gezien op groot scherm in de Sint-Baafskathedraal zelf, met het Lam Gods achter onze rug. En met een dekentje, want het was koud. Belgische première. De film was een rommeltje, leek nergens op. Maar wat George zei over het Lam Gods was de nagel op de kop.

De diefstal van de Rechtvaardige Rechters is bovendien één van de meest fascinerende verhalen uit onze kunstgeschiedenis. Als Dan Brown (van De Da Vinci Code) ervan zou horen én overtuigd zou kunnen worden dat België een echt bestaand land is, zou hij er ogenblikkelijk een thriller over schrijven. Waarin de Rechtvaardige Rechters, ontvreemd door een complot van de vrijmetselarij en het bisdom, uiteindelijk via een 450 bladzijden durende speurtocht langs Washington, Rome en het Louvre in Parijs teruggevonden wordt tijdens een verzengend spannend einde één seconde voor het vergaan van de wereld. Onder de Pain Quotidien in Gent. Met codes en onderaardse gangen en kale psychopathische massamoordenaars. En met Tom Hanks in de rol van Marc de Bel.

Want Marc de Bel heeft het gestolen paneel dus gevonden. Samen met zijn maat Gino Marchal. Hebben ze verteld in het Gentse stadhuis.

Okee, ze hebben het schilderij nog niet opgegraven en de stad heeft zelf ook nog niet beslist om dat te doen, maar dat zijn details. Burgemeester Termont vraagt om nog niet direct met schop en pikhouweel naar de Kalandeberg te trekken. 

Ik heb Marc de Bel gebeld op de radio en hem in naam van de wereldbevolking alvast onze dankbaarheid betoond voor het oplossen van het mysterie. “Graag gedaan”, zei hij eenvoudig.

De Rechtvaardige Rechters is terecht. Laat de Gentse feestelijkheden beginnen. Ik heb alvast een vuurwerk besteld voor 21 juli.

Als je de volgende keer op een croissant zit te kauwen op het terras van de Pain Quotidien, geniet er dan van om uw voeten nog eventjes te laten rusten boven het belangrijkste verdwenen schilderwerk van onze geschiedenis. George Clooney heeft het gezegd.

Lam Gods.jpg

Dag Hautekiet

Ik zag hem nog op de Boekenbeurs in Antwerpen. Hij zat minzaam glimlachend te wachten tot iemand zijn boek zou kopen.

Ik zei niet: Hallo Hautekiet. Want dat is belachelijk. En ik heb al genoeg belachelijke dingen gedaan die het leven van Jan Hautekiet zuur hebben gemaakt. Daarover straks meer. Eerst dit:

Jan Hautekiet is een radiomonument. 

Niet zozeer omwille van zijn stem. Waar de technici de laagste bastonen moesten uitfilteren om hem goed hoorbaar in de ether te krijgen. De hoogste man met de diepste stem.

Niet omdat hij mee Studio Brussel opgericht heeft, of omdat hij zo razend strak kon presenteren dat de avondspits voorbij was voor je naar adem kon happen. En er tijdens de muziek ook nog in slaagde zijn volledige administratie erdoor te jagen zonder dat één luisteraar iets merkte.

Wél omdat hij veranderd heeft hoe je als radiopresentator kan klinken in ons land: minder presenteren, stijf, elitair en vanuit de hoogte, maar gewoon praten tegen die ene mens aan de andere kant van het radiotoestel. Samen met de luisteraars een café-gevoel creëren. Gewoon babbelen.

Het is het moeilijkste wat er is op de radio, de zoektocht van elke presentator: hoe slaag ik erin op een normale manier te spreken in de meest abnormale situatie aller tijden: in een afgesloten, geluidsdicht hok dat vol microfoons en camera’s hangt terwijl duizenden mensen overal in het land horen wat je zegt. Hoe vind ik die toon? Hoe vind ik mezelf?

Wat hij nòg deed in Hallo Hautekiet: lachen, mensen van antenne gooien, niet braaf zijn, en de radio maken waar we allemaal naar streven: radio waarbij je het gevoel hebt dat er elk moment iets kan gebeuren.

Jan Hautekiet is mijn baas geweest toen ik bij Studio Brussel werkte. Hij heeft de beslissing genomen om mij de ochtendshow te laten presenteren. Dat had nogal wat voeten in de aarde, want ik wilde opslag. Opslag op de VRT was toen een ongehoord begrip, een administratief, technisch en ideologisch volstrekte onmogelijkheid. Nauwelijks enkele uren na mijn vraag moest ik als jonkie voor het voltallige directiecomité van de VRT-radio verschijnen om te checken of ik nu nog steeds opslag wilde. Uiteindelijk kreeg ik de volle 34 euro meer per maand. Bruto. Om mijn extra benzinekosten mee te betalen.

Toen hij hoofd van Radio 1 was en samen met Canvas de verkiezing van De Grootste Belg organiseerde, kwam ik op het idee om samen met mijn Studio Brussel-ochtendluisteraars Eva Pauwels in de lijst te katapulteren, ex van Jacques Vermeire en toen bekend van een tv-programma waarin ze de Italiaanse fauna en flora lijfelijk was gaan verkennen. Enkele weken vòòr het einde van de actie was Jan Hautekiet verplicht om Eva Pauwels officieel en zonder enige noembare reden te diskwalificeren uit de lijst van de Grootste Belg, waar ze intussen in de top 10 was beland en onafwendbaar op de nummer 1-positie van Pater Damiaan afstevende.

Sorry Hautekiet.

Eerlijk? Jan Hautekiet speelde liever piano dan baas. En er is niemand die hem ongelijk geeft.

Ik stapte op hem af op de Boekenbeurs. Ik zei niet: Hallo Hautekiet. Ik zei: Dag Jan. Zijn boek ging over taal en levenswijsheden. Waarover anders.

Hij heeft iets doen gebeuren op de Vlaamse radio.

Dag Jan. Dag Hautekiet. Danku voor alles.

jan_hautekiet_280817.jpg

📸 Radio 1

Moorddadige monsters en homoseksuele cowboys

En toen kwam het moorddadige monster het bos uitgehuppeld.

Lap, dacht ik, daar gaan we weer. Ik wilde meteen de bioscoop uitrennen maar ik mocht niet van mijn vriendin, want zij had mij pas een halfuur eerder met veel moeite naar binnen gesleurd.

We zaten in Studio Skoop in Gent naar de film A Quiet Place te kijken. Een horrorfilm. Ik hou niet van horrorfilms. Ik heb daar schrik van. Ook al besef ik dat dat net de bedoeling is.

Ik wilde liever naar het drama over de homoseksuele cowboys, de komedie over Stalin of desnoods de tekenfilm over hondjes. Om het even. Als het maar geen horrorfilm was. Maar mijn vriendin zei streng dat ik mij voor één keer als een echte man moest gedragen en ze trok mij zaal 1 binnen.

A Quiet Place gaat over een gezin (geen spoilers – ik verklap niks wat je nog niet weet uit de trailer) dat in een dorpje woont waar je altijd stil moet zijn, anders word je opgevreten. Want er zijn dus obscure monsters in de buurt die enorme honger hebben en blind zijn en daarom alles pakken wat lawaai maakt.

Blijkbaar vonden mama en papa de aanwezige monsterpopulatie geen obstakel om nog een extra baby te produceren. Ja, mama is weer zwanger. En pers zo’n kind maar eens ter wereld zonder het hele dorp bij elkaar te brullen. Monsters inclusief.

Het was een ijzingwekkende film. Niemand in de bioscoopzaal grabbelde in zijn popcorn, niemand kraakte met een zak chips. Omdat de spanning en de stilte te snijden waren. En ook wel omdat ze in Studio Skoop geen popcorn of chips verkopen. Soit.

En toen kwam het vreselijke monster dus plots tevoorschijn. Als een luipaard in de Beekse Bergen zeg maar. Ik heb daar een groot probleem mee, zeker in horrorfilms. Als zo’n monster onzichtbaar blijft, in zijn hol resideert en af en toe in de donkere nacht een hallucinante deerne verslindt, is dat allemaal ok voor mij. Mysterieuze monsters zijn de max. Maar op het moment dat ik het monster in de film effectief te zien krijg, is voor mij de lol eraf. Als je vaststelt dat het monster er weer uitziet als een dubieuze kruising tussen een draak, een mens en een uit de hand gelopen hagedis, zoals elk filmmonster, hoeft het voor mij niet meer.

Kijk maar naar The Shape of Water, een oscarwinnende film met een mormel dat vanuit zijn zwembad een relatie met het hoofdpersonage begint en dat als enige verschil met alle andere monsters in alle andere films iets meer op een kikker lijkt dan op een hagedis. Flikker op met je monster. En je oscars.

In A Quiet Place was het dus weer prijs. Zat ik daar suf van de schrik en de spanning, chips- en popcornloos de arm van mijn lief tot moes te knijpen, komt plots dat monster uit het bos. Draak mens hagedis. Weg mysterie. Gedaan met de pret.

Ik zal niet verklappen wat er nadien nog gebeurde, maar enorm opbeurend voor de filmpersonages was het niet. Ik ben mij tot het einde talloze keren de pleuris geschrokken.

Los van mijn persoonlijke obsessie met moorddadige misbaksels, is A Quiet Place zeker te pruimen. In de lijst van horrorfilms die ik de afgelopen jaren gezien heb, staat hij zeker in de top 10. Wellicht op nummer 1 zelfs, omdat ik mij met de beste wil van de wereld geen andere horrorfilm kan herinneren.

Ik ben achteraf op vrij normale wijze naast mijn vriendin de bioscoop uitgewandeld, zonder extreme angstvisioenen, achtervolgingswaanzin of schrik om lawaai te maken. Ik had wel vreselijke honger.

Volgende week mag ik naar de homoseksuele cowboys.

2692512-thumb.jpg

Safarifile

Het jachtluipaard snuffelt aan de wielen van onze auto, kijkt even op, stapt naar rechts en lijkt dan uit het zicht te verdwijnen. Om even later plots op te duiken in onze achteruitkijkspiegel. In vol ornaat. Hooghartig.

We hebben de afgelopen maanden Pairi Daiza bezocht, de Zoo van Antwerpen en twee keer Planckendael, want ik heb na de geboorte van kind 2 meteen in een familie-jaarabonnement geïnvesteerd. We kunnen nu desnoods elke dag naar de dierentuin, tot we geen pinguïn of olifant of blauwe gnoe meer kunnen zien.

Maar dit is andere koek: nu staan we met onze auto midden in een safaripark: de Beekse Bergen in Nederland.

Een safaripark is een dierenpark met meer plaats. Véél meer plaats. Je kan hier kamperen in een tent of in een huisje waar klokvast elk halfuur een kudde wilde dieren passeert. Je kan een bootsafari van 20 minuten doen, je mag met de auto door de savanne rijden, tussen de kamelen en de giraffen. Er is zelfs een kanosafari. En een gamedrive. Ik weet niet wat een gamedrive is.

Wat niet mag, is uitstappen.

Vier dagen geleden hebben enkele Franse toeristen de Beekse Bergen wereldberoemd gemaakt door op exact deze plek, tussen de jachtluipaarden, uit hun auto te stappen en samen met hun vierjarige zoon op een heuveltje van het uitzicht te gaan genieten.

De luipaarden zagen in zoonlief een overheerlijk dessertje en de Fransen konden maar net op tijd terug in hun voiture vluchten. Het hele avontuur werd gefilmd door enkele Nederlanders die live commentaar gaven alsof ze naar een aflevering van Temptation Island zaten te kijken. 

Wij stappen niet uit. De wagen is stevig op slot en we turen langs alle kanten door de raampjes. Ergens moet hier nog een collega-jachtluipaard rondhangen, als het tenminste niet vergast is door de uitlaatgassen van de honderden auto’s die hier dagelijks in een oneindige file staan.

Ooit zullen we lachen met dierenparken. Onze achter-achterkleinkinderen zullen zich afvragen hoe we het in ons hoofd haalden om intelligente dieren groter dan wijzelf op te sluiten in een hok en er massaal naar te gaan kijken met een familie-jaarabonnement. Erger nog: op de ruit te kloppen in de hoop dat de chimpansee een rare bek trekt. Ooit tonen we enkel nog inheemse soorten in de dierentuin. Ter vermaak en educatie van onze uitgedroogde stadskinderen. De koe. Het varken. De kip. De ekster.

In de Zoo van Antwerpen moeten de zeeleeuwen nog steeds elke dag kunstjes doen. Tijdens een protestactie onlangs midden in de zeeleeuwenshow begon het publiek de demonstranten uit te jouwen. Eén man liep naar buiten, kwam terug binnen en gooide een levende eend naar een actievoerder. Bezoekers van de Zoo willen geen optreden van dierenliefhebbers, ze willen zeeleeuwen die kusjes geven en door een hoepel springen.

Hier moeten de dieren niks. Geen kunstjes. Geen kusjes. Ze mogen rustig staan grazen in de savanne, of uren liggen luieren in het gras zoals leeuwen dat graag doen, of wegdommelen in de zon, of kijken naar de passerende bezoekers, stinkend in hun bootjes en in hun bolides.

En als het safaripark ooit opgedoekt wordt, valt hier nog genoeg te beleven. Er is een speelland met trampolines, een strand, een minigolfbaan, een zwembad en een vijver waarop je met botsbootjes tegen elkaar kan knallen. Ik ben met mijn dochter rustig gaan varen in een waterfiets in de vorm van een zwaan. Vrij als een vogel.

Morgen gaan we misschien nog eens in de safarifile staan.

HipstamaticPhoto-548177909.948004.JPG