gelezen: Hannelore Bedert: Hoelang gaat papa nog gestorven zijn?

De man van zangeres Hannelore Bedert, Stijn, overleed op 17 februari 2019 onverwacht aan hartfalen. Hij was 40 jaar. Hannelore bleef achter met hun twee kinderen: Hoppe en Polly. Voor het tijdschrift Libelle schreef ze een reeks columns over haar leven als alleenstaande moeder. Deze columns én enkele nieuwe teksten zijn nu gebundeld in een boekje met de hartverscheurende titel Hoelang gaat papa nog gestorven zijn?

De stukjes beschrijven de reacties van de kinderen op de dood van hun vader: de onverwachte, de verdrietige, de poëtische, de grappige, de geniale. “Jij mag geen hartgeval hebben, mama” (p. 57). Hannelore Bedert beschrijft hoe ze zelf omgaat met het verdriet, aan de hand van dagelijkse situaties en confrontaties, thuis en op straat, in het postkantoor of op het kerkhof. Het gaat over huilen en de eerste keer weer vrolijk zijn, over het woord ‘doodgraag’, over kerkhofvrouwen.

Een ontroerend boekje, met prachtige illustraties van Randall Casaer. Eerder las ik het mooie romandebuut van Hannelore Bedert: Lam.

“Wat wil ik soms keihard schelden, huilen en breken. Wat wil ik soms met heel mijn lijf aan de buitenwereld tonen hoe het verdriet mij in stukken scheurt.” (p. 36)

de website van Hannelore Bedert

gelezen: Chris de Stoop: Het boek Daniel

Het boek Daniel van Chris de Stoop vertelt het verhaal van zijn eigen oom: Daniel, een hoogbejaarde boer die vereenzaamd leefde in zijn vervallen vierkantshoeve vlakbij de Franse grens. De boer komt op vreselijke wijze om het leven door een overval van een groepje straatjongeren. Ze slaan hem op het hoofd, laten hem liggen en verdwijnen met zijn geld.

Chris de Stoop schrijft in het boek over het snel veranderende platteland, waarop zijn oom leefde als een overblijfsel uit vervlogen tijden. Hij beschrijft de omstandigheden van de roofoverval en de moord, maar ook de situatie van de jongeren: hoe zij uit ontwrichte gezinnen komen, zonder kansen in de samenleving. Hij schrijft over het strafproces van de daders en zijn eigen rol als nabestaande.

Het boek is meeslepend geschreven, in een eenvoudige, directe taal en stijl, tussen journalistiek en literatuur in. Het bevat enkele onvergetelijke beelden: oom Daniel die met zijn tractor naar de supermarkt rijdt, de brandende hoeve, de gekantelde kachel op het lichaam van de oude man.

Het boek Daniel is een boek over ontmenselijking: hoe iemand die ervoor kiest om zich terug te trekken uit de maatschappij, als een probleem wordt gezien, en hoe niet alleen de jongeren, maar ook het hele dorp de ontmenselijkte kluizenaar volledig aan zijn lot overlaten. Het lijkt alsof oom Daniel zondigde tegen een wet die zegt dat men sociaal moet zijn, en dat er geen bescherming meer is voor wie kiest om dat niet te doen. Dat zo iemand geen rechten meer heeft.

“Zoals altijd op zaterdag was oom Daniel die avond naar de supermarkt gegaan. Hij mocht alleen heel laat in de winkel komen, als er bijna geen andere klanten meer waren. Dus deed hij dat maar, ook al moest hij dan nog in het donker de straat op. (…)

Hij was een bekende verschijning, die er in de ogen van anderen zonderling uitzag, als iemand die buiten de tijd stond, buiten de maatschappij. Vierentachtig was hij, maar nog kloek en kwiek.” (p. 13)

gelezen: Patricia de Martelaere: Nachtboek van een slapeloze

Ik heb het romandebuut van de Vlaamse schrijfster Patricia de Martelaere gelezen: Nachtboek van een slapeloze uit 1988. Een boek over een man die niet kan slapen en ‘s nachts zijn gedachten en gevoelens neerschrijft.

Zijn vrouw Myriam probeert te helpen met tips, oefeningen, drankjes, maar niets lukt. Hij vertelt dat hij niks heeft om zich zorgen over te maken, dat hij alles in het leven bereikt heeft: vrouw, kinderen, huis, werk. Dat zijn leven klaar is, in positieve zin. Maar toch lukt het niet om te slapen, en langzaam gaat hij achteruit. Hij wordt droeviger, drinkt meer en meer (whisky), slikt meer en meer slaappillen. Hij maakt ruzie met zijn vrouw. Er zijn dromen en nachtmerries, die steeds gruwelijker worden. Hij heeft gedachten over de dood. Hij vindt het leven zinloos. Hij wacht tot de dag voorbij is, om daarna te wachten op het einde van de nacht.

“En zo zit ik dan nog een hele tijd, met groeiend onbehagen en een zweem van ontzetting, te denken aan alle daden, te dromen van bewegingen zo eenvoudig als met mijn hand mijn rug krabben waaar het jeukt; of mijn hart, waar alles plots zo’n pijn doet.” (p. 24)

Nachtboek van een slapeloze is een filosofische roman over een man die leeft buiten de gewone wereld, die zich anders voelt dan de anderen, en voortdurend nadenkt over de zin of zinloosheid van het leven en van onze dagelijkse handelingen.

Saskia De Coster noemde de mediaschuwe Patricia de Martelaere in de podcast drie boeken één van de klassiekers van de Vlaamse literatuur. Patricia de Martelaere stierf op 4 maart 2009.

gelezen: Joost de Vries: Oude meesters

Gelezen: Oude meesters, een roman uit 2017 van de Nederlandse schrijver Joost de Vries.

Oude meesters is een verhaal over twee broers: Sieger en Edmund van Zeeland. Sieger werkt als journalist voor een krant. Edmund is rijk geworden door een succesvolle app die voor veel geld verkocht werd.

Edmund zien we in de roman als winnaar: hij wordt gevraagd om een column te schrijven voor de krant van zijn broer, terwijl hij in het buitenland contact heeft met de (quasi-, niet zo duidelijk) ex van Sieger. Hij heeft zichzelf ook een rolletje cadeau gedaan in een beroemde televisieserie. Zijn broer Sieger is in eerste instantie het slachtoffer: in Berlijn belandt hij in een explosie in een veilinghuis en hij wordt neergeslagen tijdens een betoging. Hij keert terug naar Amsterdam om in het archief van een overleden collega op zoek te gaan naar wat er in Berlijn echt gebeurd is.

Oude meesters toont zich vooral als grote speeltuin van Joost de Vries. Het boek bulkt van de culturele verwijzingen, regelmatig beland je als lezer in situaties die filmscènes blijken te zijn. Ook de scène achteraan het boek met de Nederlandse koningin is een heerlijke spielerei van een auteur die graag het hoofd van de lezer op hol brengt. De schrijver pakt via zijn personages uit met zijn kennis, en citeert zelfs zijn eigen werk; op een bepaald moment neemt een personage het boek ‘Rituelen’ vast, een vorige roman van Joost de Vries.

In het hele boek wordt gedold met de waarheid. Was er echt een aanslag? Is het slachtoffer van de aanslag echt dood? Is het waar wat in de krant staat en wat op televisie komt? Sieger is tijdens de aanslag zijn telefoon kwijtgeraakt, en wordt in de pers als een misdadiger voorgesteld puur omdat hij niét reageert en niet bereikbaar is. Zijn terugkeer naar Amsterdam wordt voorgesteld als een vlucht, maar is dat wel zo? Wie van de broers is écht een winnaar?

Ook het spel van verleden en toekomst (Edmund heeft het gevoel dat hij in de verkeerde tijd leeft, dat hij vroeger moest geleefd hebben) zorgt voor een fascinerende trip in het hoofd van de lezer. Noem het: postmodernisme.

Oude meesters werd mij aangeraden door Marc Buelens in de podcast ‘drie boeken’.

gelezen: Barack Obama: The Audacity of Hope

The Audacity of Hope is het tweede boek van Barack Obama, het verscheen in 2006 toen hij de Amerikaanse staat Illinois vertegenwoordigde als senator. In zijn debuut, Dreams from my father, vertelt hij zijn levensverhaal: hoe hij als jonge zwarte man opgroeide en zijn weg zocht in de Verenigde Staten van Amerika. The Audacity of Hope gaat over politiek.

De politicus Barack Obama vertelt in prachtig Engels over de start van zijn politieke carrière, over het leven als senator, over compromissen zoeken met collega’s, over zijn avonturen op het campagnepad, over de druk op zijn huwelijk met Michelle. De verschillende hoofdstukken cirkelen rond thema’s als geloof, waarden, de grondwet, ras, politieke carrière, familie. Telkens gebruikt hij persoonlijke verhalen om zijn politieke standpunten te argumenteren of te illustreren. Zoals de eerste keer dat hij het Witte Huis in Washington zag, en hoe dichtbij je toen (in 1984) nog kon komen.

Obama toont zich in dit boek als een man die zich inleeft in de argumenten van de tegenpartij – “ik begrijp het gevoel van deze mensen” – als een man van de rede die doorheen tegenstellingen op zoek gaat naar een gemeenschappelijke basis om op te bouwen.

Hij heeft het over de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten en bekritiseert de invasie in Irak onder (zijn voorganger – wist hij toen nog niet!) president George W. Bush. Hij spreekt over het probleem van economische vluchtelingen aan de grens met Mexico, maar ook over hoe Amerikanen hun grondwet moeten interpreteren en hoe belangrijk het is om tienerzwangerschappen te voorkomen. Het hele boek is doordrongen van het optimisme en de nadruk op hoop die zo kenmerkend zou worden voor zijn latere presidentschap.

In de epiloog van het boek vertelt hij over de Democratische Conventie van 2004 in Boston waar hij keynote speaker was voor de presidentscampagne van John Kerry. Daar kwam hij als politicus voor het eerst in de nationale belangstelling. In dit fragment vertelt Obama hoe hij begon te schrijven aan die speech, met in zijn hoofd de uitspraak van de geestelijke Reverend Jeremiah A. Wright Jr, die in een preek ooit sprak over “the audacity of hope”:

“That was the best of the American spirit, I thought – having the audacity to believe despite all the evidence to the contrary that we could restore a sense of community to a nation torn by conflict; the gall to believe that despite personal setbacks, the loss of a job or an illness in the family or a childhood mired in poverty, we had some control – and therefore responsibility – over our own fate.

It was that audacity, I thought, that joined us as one people. It was that pervasive spirit of hope that tied my own family’s story to the larger American story, and my own story to those of the voters I sought to represent.

I turned off the basketball game en started to write.” (p. 356-357)

Ik heb eerst Dreams from my Father herlezen, en aansluitend dit boek, klaar voor het verschijnen van A Promised Land, deel 1 van Obama’s presidentiële memoires.

gelezen: Ocean Vuong: Op aarde schitteren we even

Gelezen: Op aarde schitteren we even, een roman van de Vietnamees-Amerikaanse schrijver Ocean Vuong. Het boek is een brief van een zoon aan zijn Vietnamese moeder. De zoon woont met zijn familie in de Verenigde Staten van Amerika. Hij wordt liefkozend “Hondje” genoemd en vertelt over zijn harde jeugd, zijn eerste liefde en de herinneringen aan zijn moeder, die het Engels niet beheerst en in een nagelsalon werkt. Doorheen zijn eigen verhaal vertelt de zoon ook de geschiedenis van zijn familie.

Op aarde schitteren we even gaat over liefde, maar nog meer over geweld. Het boek beschrijft de keiharde realiteit van een Vietnamese jongen in de armere delen van een Amerikaanse stad, maar doet dat uitzonderlijk sensitief en poëtisch. Het is een schitterend boek vol onvergetelijke beelden, vol gevoel en diepte. Alsof de poëzie de rauwe samenleving compenseert.

“De lucht om ons heen is donkerrood, of misschien zien alle avonden er zo uit, zoals ze weergegeven worden in mijn herinnering aan hem. Neergeknuppeld.” (p. 163)

Het is moeilijk om niet verliefd te worden op dit boek. Grote aanrader. Dit is trouwens het boek dat in het eerste halfjaar van mijn podcast ‘drie boeken‘ het meeste werd genoemd door mijn gasten.

gelezen: Nenad Joldeski: Ieder zijn eigen meer

Gelezen: Ieder zijn eigen meer van de Macedonische schrijver Nenad Joldeski. Hij werd geboren in Struga, een stad die een belangrijke rol speelt in deze verhalenbundel.

Wat een bijzonder, ontregelend boekje. Ontregelend omdat het boek het vaste idee dat je van een verhaal hebt, overhoop knalt. Er zijn verhalen, er zijn droomwerelden en -gedachten die lijken te versmelten met de realiteit. Het meer van Ohrid en de rivier de Zwarte Drin staan centraal. Het gaat over een vader, over het schrijven zelf. Er zijn fragmenten uit andere boeken en verhalen, en daar dan weer commentaar op. Er is een trompettist die een brug kan bouwen door aan de oever van de rivier op zijn trompet te blazen. De verhalen in Ieder zijn eigen meer zijn soms dromerig en sprookjesachtig, vaak melancholisch en altijd poëtisch; soms kreeg ik er kop noch staart aan. Is dit wel een verhalenbundel?

“Ze ging ’s morgens de deur uit en nam zonder het zelf te weten alles mee: de boeken, de meubels, de gitaar, de kussens, de deuren, de ramen, alle voorbije herinneringen, de geur van sinaasappels en de smaak van peren die op onze lippen zat, de complete tijd en een foto waarop we in een meervoudige belichting in de donkerblauwe zee zwemmen.”

Ik heb Ieder zijn eigen meer ingelezen voor de Luisterpuntbibliotheek.

gelezen: Thomas Rosenboom: De grote ronde. Een wandeling.

De Nederlandse uitgeverij Van Oorschot heeft een reeks wandelboekjes uitgegeven. Onder de noemer Van Oorschot Terloops neemt een auteur de lezer mee op zijn of haar favoriete wandeling.

Ik heb net (in de zetel) De grote ronde van Thomas Rosenboom gelezen. Hij beschrijft zijn dagelijkse wandeling door Amsterdam: van de Oudezijds Voorburgwal waar hij woont, naar het Ij, het station, en terug langs de Prinsengracht en de Amstel. Onderweg heeft hij zijn dagelijkse ontmoeting met de naakte lezende man, de toeristen en de Jaguar (de auto, niet het gelijknamige roofdier). Hij wijdt uit over de vogels in de stad, én vertelt wat de wandeling de afgelopen jaren voor zijn schrijven betekende:

Aangezien mijn vaste route geen enkele afleiding bood of aandacht vroeg, kon ik mij optimaal concentreren op het verhaal, en zonder nog veel van de omgeving gewaar te worden zonk ik dan al fabulerend weg in formuleren (…) Al bewegend kreeg ik veel makkelijker en meer ideeën dan gezeten aan mijn bureau, en zo vond ik onder het lopen nu eens een soepeler overgang tussen de scènes, dan weer een betere volgorde en soms ook, behalve losse zinnen, hele verhaallijnen of romanonderwerpen.” (p. 27-29)

De grote ronde, met zijn prachtige cover (een hond op een boot), bevat naast de tekst ook foto’s van onderweg en zelfs een kaartje door de auteur zelf getekend. Het boekje past in je binnenzak, om de wandeling helemaal zelf mee te volgen, wat ik dus niet gedaan heb.

De andere Van Oorschot-wandelboekjes zijn van Gerbrand Bakker, Bregje Hofstede en Marjoleine de Vos. Ik heb mijn exemplaartje gekocht in boekhandel Limerick in Gent.

HipstamaticPhoto-619383774.574390.jpg

gelezen: Tracy Johnson & Alan Burns: Morning Radio. A Guide To Developing On-Air Superstars.

Eentje voor de radiomakers. Net herlezen: Morning Radio, het beste radioboek ooit. De auteurs leggen van naaldje tot draadje uit hoe je als programmadirecteur met presentatoren aan de slag gaat, hoe een ochtendploeg werkt, hoe je een programma opbouwt. ‘Preparation, concentration and moderation’ staan centraal. Over humor, emotie, telefoneren, een band maken met je publiek, maar ook over research, vergaderen en nieuw talent aannemen.

Tussen de regels lees je voortdurend dat radio een job is. Niks is toeval; succes wordt bedacht, voorbereid en geproduceerd. Dit boek ademt inzet, ernst en ambitie. Professionaliteit is een vanzelfsprekendheid. Twintig jaar oud maar nogmaals: het beste radioboek ooit. Bijbel voor radiofreaks.

HipstamaticPhoto-619189334.460593.jpg

gelezen: Aan een karakter. Brieven aan Jeroen Brouwers

Op 30 april 2020 is Jeroen Brouwers tachtig geworden. Voor zijn verjaardag heeft zijn uitgeverij Atlas Contact een boek uitgebracht met 26 brieven van kunstenaars en schrijvers. Een boek dat het meesterschap van de jarige bewijst door zijn eigen wisselende kwaliteit: een brief schrijven, laat staan een boek, vergt vakmanschap, en dat is niet elke feestvierder gegeven.

De brieven komen van collega-schrijvers, vrienden, bewonderaars en kennissen, verschillende onder hen hebben met Brouwers al lang geen contact meer gehad. Er zijn mooie brieven van fotograaf Stephan Vanfleteren en van Dimitri Verhulst, er is een prachtige, diep ontroerende brief van acteur Dirk Roofthooft. En er zijn iets minder interessante brieven van mensen die proberen om de grootmeester zelf uit te hangen, via zinnen volgestouwd met citaten uit zijn werk. Exact wat ik ook zou doen.

Als je brieven wil lezen, lees dan liever de brievenboeken van Jeroen Brouwers zélf. Ze heten Kroniek van een karakter (vandaar de titel ‘Aan een karakter’). Ze zijn schitterend, grappig, meesterlijk, kortom: een grote aanrader. Nog meer na lezing van dit huldeboek.

Je wordt 80, jandorie.
De vader die ik niet heb te vermoorden wordt tachtig.
Zoals ik het mij voorstel heb je zin om de kaarsen op jouw verjaardagstaart uit te pissen.” (Dimitri Verhulst, p. 170)

HipstamaticPhoto-619035226.470641.jpg

gelezen: Roland Jooris: Als het dichtklapt

Als het dichtklapt is een dichtbundel van Roland Jooris uit 2005. Jooris is de meester van de sfeerschepping met een minimum aan woorden. De ultieme verdichting van de taal. In zijn – vaak korte – gedichten is er sprake van tijd, duizeling, schemering en vervaging. Hij laat in deze bundel oude dozen geuren, snaren spannen, poëzie schuren. Fabelachtige dichtkunst.

Een gedicht uit de cyclus Onderdak:

Vorm

Onuitgesproken in een klomp
hebben vingers de aarde
gemompeld

We hebben het ongrijpbare
steeds vaster binnenwaarts
geduwd

Het valt te raden hoe
in gebaldheid huilen schuilt
alsof het schoonheid is

(p. 43)

Ik heb deze bundel ontleend in stadsbibliotheek De Krook in Gent.

HipstamaticPhoto-618840740.521651.jpg

gelezen: Willem Elsschot: Villa des Roses

Ik heb de debuutroman van Willem Elsschot uit 1913 gelezen: de heerlijke klassieker Villa des Roses.

Villa des Roses gaat over een aftands pension in Parijs uitgebaat door mevrouw Brulot, die een aapje als huisdier heeft en een man. Zij leidt het pension met een slinkse gierigheid: ze probeert zoveel mogelijk extra geld te slaan uit haar klanten door allerlei trucjes te gebruiken. Zo bespaart ze op het levensonderhoud van de hoogbejaarde kleptomane madame Gendron door uitstapjes te factureren die niet plaatsvinden, door haar eau de cologne te vervangen door water en haar poederdoos te vullen met aardappelmeel.

Het hoofdverhaal gaat over het nieuwe dienstmeisje Louise, die weduwe is, een zoontje heeft en verliefd wordt op één van de gasten: de Duitser Grünewald. Maar het zijn vooral de nevenverhalen die het boek onweerstaanbaar maken: het voortdurende gesjoemel van mevrouw Brulot, de jammerlijke dood van Gustave Brizard, de appelsienendiefstal van madame Gendron.

In zijn nawoord noemt Elsschotkenner Eric Rinckhout Villa des Roses een boek over bedrog en hypocrisie. Het allegaartje van gasten in het pension wordt door Elsschot geniaal grappig getekend, in zijn gekende droge stijl. Ondanks de hoge leeftijd van het boek blijft Villa des Roses een geweldige aanrader. Elsschot in de roos.

Ik heb Villa des Roses ontleend in stadsbibliotheek De Krook in Gent. Recent las ik van Willem Elsschot ook Kaas en Lijmen/Het been.

HipstamaticPhoto-618678096.683243.jpg

gelezen: Louis Paul Boon: Mieke Maaike’s obscene jeugd

Eindelijk gelezen: Mieke Maaike’s obscene jeugd, de beruchte roman van de Aalsterse schrijver Louis Paul Boon uit 1972. Berucht voor zijn schunnigheid. (het boek én de schrijver) Het exhibitionistische, vroegrijpe hoofdpersonage Mieke Maaike vertelt over haar erotische avonturen met vaders van vriendinnetjes, jonge jongens, getrouwde mannen, pastoors en al het mannelijks dat op haar pad komt.

Louis Paul Boon heeft duidelijk bijzonder veel schrijfplezier beleefd aan dit boek. Het zit vol grappige elementjes en seksuele woordspelingen, maar de basis is pure porno, met de ene uitspatting en perversiteit na de andere. Er wordt gevoeld gelikt gevingerd geneukt geplast gespoten. Bovendien speelt het grootste deel van het verhaal zich af tussen Mieke Maaikes negende (!) en haar zestiende jaar, en dat heet: pedofilie.

Op de achterflap wordt het boek “frivool-erotisch” genoemd maar dat is een complete miskenning van de zware pornografie die van de pagina’s spat. Mieke Maaike’s obscene jeugd bevat naast pedofiele scènes ook incest, sadisme en enkele vormen van kindermisbruik. Het is bij momenten schokkend. Bedacht en geschreven door een volwassen man, is deze roman eigenlijk kinderporno.

In zijn schitterende, hilarische voorwoord uit 2018 vertelt Ilja Leonard Pfeijffer dat de scènes in het boek zò grotesk en bij de haren getrokken zijn, dat het als een parodie kan gezien worden, een pastiche, een satire. Maar dat het tegelijk vooral keiharde porno is. Dat het boek omwille van de leeftijd van het hoofdpersonage nu niet meer uitgegeven zou kunnen worden.

Ik heb dit boek ontleend in stadsbibliotheek De Krook in Gent. Eerder las ik van Boon ook De Kapellekensbaan en Mijn kleine oorlog.

HipstamaticPhoto-618522151.901714.jpg

gelezen: J.M.G. Le Clézio: Refrein van de honger

Refrein van de honger is een roman uit 2008 van de Franse schrijver Jean-Marie Gustave Le Clézio, die in datzelfde jaar de Nobelprijs voor literatuur kreeg.

Het is het verhaal van Ethel, die in Parijs woont en ziet hoe haar rijke familie langzaam alles verliest. Eerst loopt het financieel mis, daarna breekt de tweede wereldoorlog uit en moeten ze van de hoofdstad vluchten naar Nice, waar ze armoede en zelfs honger lijden.

De familie van Ethel verliest niet alleen haar rijkdom en huis, maar ze verliezen ook hun eer en hun positie in de rijke Parijse milieus; Ethel verliest haar dromen en ze ontdekt gaandeweg de zwakheid van haar ruziënde ouders.

Le Clézio beschrijft in dit boek de Franse samenleving in aanloop naar en tijdens de tweede wereldoorlog, steeds bekeken vanuit de opgroeiende Ethel en haar gevoelsleven. Een centrale positie in het boek krijgt de Vélodrome d’Hiver, de velodroom waar de buitenlandse joden van Parijs in juli 1942 na een razzia bijeengebracht werden om van daaruit naar de uitroeiingskampen te worden gedeporteerd. Ook het muziekstuk de Bolero van Ravel is belangrijk; het lijkt in dit boek de oorlog te symboliseren:

De Boléro is geen willekeurig muziekstuk. Het is een profetie. Het vertelt de geschiedenis van een woede, een honger. Als het in alle heftigheid eindigt, is de stilte die volgt verschrikkelijk voor de verdoofde overlevenden.” (p. 184)

Refrein van de honger is een fijn en indrukwekkend boek dat getuigt van een rustig, beheerst meesterschap. De Franse titel is Ritournelle de la faim. Ik heb het boek ontleend in stadsbibliotheek De Krook in Gent.

HipstamaticPhoto-618002286.419836.jpg

gelezen: Charles Dickens: Grote verwachtingen

Ik heb Great expectations gelezen, de grote klassieker uit 1860-1861 van de Britse schrijver Charles Dickens. Het verscheen oorspronkelijk in afleveringen in zijn eigen tijdschrift All the Year Round.

Grote verwachtingen is het verhaal van de weesjongen Pip, die opgroeit bij zijn hardvochtige zuster op het arme platteland van het 19de eeuwse Engeland, tot hij een mysterieus fortuin tot zijn beschikking krijgt. Hij verhuist naar de grootstad Londen om daar zijn ‘grote verwachtingen’ waar te maken.

Het verhaal is spannend, grappig en ontroerend, de opbouw indrukwekkend. Dickens is een meester in het beschrijven van locaties en landschappen. Hij maakt een schitterend contrast tussen het mooie, rustige platteland en de vuile, jachtige stad.

Maar het strafste aan dit boek zijn wellicht de personages: elke figuur is briljant bedacht en tot in de fijnste details beschreven. De oude juffrouw Havisham, de mooie Estella, Pips zus mevrouw Joe Gargery en haar zachtaardige man Joe, de hatelijke werkman Orlick, de zwerver Magwitch, de advocaat Jaggers. Elk personage is onvergetelijk. Het is een encyclopedie van menselijke zwakte, hoogmoed, kortzichtigheid en grootsheid.

Great expectations gaat over liefde, armoede en rijkdom, geluk en ongeluk en wordt beschouwd als één van de beste romans uit de wereldliteratuur. Ik heb het ontleend in stadsbibliotheek De Krook in Gent.

HipstamaticPhoto-617745324.369478.jpg

gelezen: Roald Dahl: De fantastische Meneer Vos

Nog een Roald Dahl voorgelezen aan mijn dochter Roos (en zo ook zelf ontdekt). Fantastic Mr Fox verscheen in 1970 en gaat over de vader van een familie vossen die erin slaagt om voedsel te stelen onder de ogen van zijn aartsvijanden: de boeren Bolus, Bits en Biet. Zij proberen de vossenfamilie met de grote middelen uit te roeien.

De fantastische Meneer Vos is een heerlijk verhaal vol fantasie en met een weinig glorieuze rol voor de agrarische sector. Eerder lazen we ook al Matilda, Sjakie en de chocoladefabriek, Joris en de geheimzinnige toverdrankDe Griezels, De reuzenperzik, De giraffe, de peli en ikDe GVR en Daantje, de wereldkampioen. (En nu zijn de Roald Dahls tijdelijk op. Heksen vindt Roos te griezelig.)

HipstamaticPhoto-617738326.059063.JPG

gelezen: Sander Kollaard: Uit het leven van een hond

Merkwaardig boekje; ik heb Uit het leven van een hond gelezen, de roman waarmee de Nederlandse schrijver Sander Kollaard de Libris Literatuur Prijs 2020 won.

Uit het leven van een hond is het verhaal van de alleenstaande verpleegkundige Henk van Doorn. Henk is 56 jaar en ontdekt dat zijn hond Schurk aan hartfalen lijdt. De ziekte van zijn hond doet hem nadenken over zijn eigen leven. Hij vertelt over zijn scheiding, de relatie met zijn broer en de liefde voor zijn nichtje Rosa. Je voelt hoe hij weinig aansluiting vindt bij mensen en graag in boeken vlucht. Het lijkt een eenvoudige schets van een gewone man met een klein leven, een bespiegeling over de tegenstelling tussen levenslust en de dood die steeds naderbij komt.

Merkwaardig aan dit boek is dat de titel (én de prijs die het kreeg) een verwachting van grootsheid schept, een dramatiek suggereert die nooit aanwezig is in het boek. Integendeel, wat Sander Kollaard net doet is elk mogelijk dramatisch cliché zorgvuldig uit de weg gaan. Alles wat je als lezer verwacht, en wat het geheel dramatisch kan maken, gebeurt niét. Daardoor is Uit het leven van een hond bij uitstek een anti-spektakelroman. Een verhaal over de kleinheid van een leven, met een onopvallende hoofdfiguur, een verhaal over een man met een hond, en een hart dat klopt.

Het hart klopt, denkt Henk van Doorn als hij wakker wordt, en het bloed stroomt. Goedbeschouwd is dat het verstandigste wat je erover kunt zeggen.” (p. 9)

HipstamaticPhoto-616929022.470521.jpg

de website van Sander Kollaard

gelezen: Roald Dahl: Joris en de geheimzinnige toverdrank

Ik lees voor mijn dochter Roos alle boeken van Roald Dahl voor. Vandaag hebben we Joris en de geheimzinnige toverdrank uitgelezen. Over het jongetje Joris dat op zijn vreselijke grootmoeder moet passen en voor haar een toverdrank klaarmaakt die alles bevat wat hij in huis kan vinden…

Eerder lazen we ook al Matilda (2 keer), Sjakie en de chocoladefabriek, De Griezels, De reuzenperzik, De giraffe, de peli en ikDe GVR en Daantje, de wereldkampioen.

HipstamaticPhoto-616266906.513224.jpg

gelezen: Willem Elsschot: Lijmen/Het been

Lijmen en Het been zijn twee klassieke verhalen van de Antwerpse schrijver Willem Elsschot. Lijmen dateert van 1923, het vervolgverhaal Het been verscheen in 1938. De verhalen gaan over de meedogenloze commerçant Boorman en zijn secretaris Frans Laarmans.

Boorman is uitgever van het Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen maar noemt zichzelf handelaar in papier. Elke editie van zijn tijdschrift bevat een reportage over een bedrijf en wordt door Boorman ook enkel aan dat bedrijf verkocht. Op sluwe wijze slaagt hij erin zijn klanten tienduizenden nutteloze exemplaren van het Wereldtijdschrift aan te smeren. Tot hij zijn vaste truc uithaalt bij de oude Brusselse firma Lauwereyssen die keukenliftjes maakt, en alles misloopt.

Willem Elsschot baseerde zich voor deze verhalen op het echt bestaande tijdschrift La Revue Continentale Illustrée: industrie, finance, commerce, éducation, van zijn vriend Jules Valenpint (bron: Wikipedia), waarvoor hij zelf schreef. Lijmen/Het been gaat over een man (Laarmans) die zich slecht thuisvoelt in de commerciële wereld waarin hij belandt (net zoals in Kaas). Elsschot beschrijft kurkdroog en genadeloos de wereld van de commercie, van de Vlaamse ambtenarij, én de absurditeit van het land waarin wij leven.

HipstamaticPhoto-615926616.846350.jpg

Gelezen: Willem Elsschot: Kaas

Herlezen: Kaas, de geniale Vlaamse klassieker uit 1933 van Willem Elsschot. Kaas gaat over Frans Laarmans, een eenvoudige klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company in Antwerpen, die een carrière als groothandelaar in kaas opstart. Laarmans laat zich door een invloedrijke vriend beïnvloeden om contact op te nemen met kaashandelaar Hornstra in Amsterdam en zijn vertegenwoordiger voor België en Luxemburg te worden. Ze beginnen met een lading van twintig ton volvette Edammer:

Klein beginnen is voorzichtig, zei opeens Hornstra, die zeker vond dat ik lang genoeg had nagedacht. Ik zend u de volgende week twintig ton volvette Edammer in onze nieuwe patentverpakking. En naargelang u die verrekent, zal ik uw voorraad aanvullen.” (p. 26)

Waarop Laarmans zich ziek meldt op kantoor, op zoek gaat naar een bureaumeubel, briefpapier bestelt, een schrijfmachine huurt en personeel zoekt; alles dus behalve kaas verkopen.

Elsschot beschrijft genadeloos en vol humor de onafwendbare mislukking van de onderneming van arme ziel Laarmans, die zich door zijn naïviteit en eergevoel laat meetrekken in iets waar hij noch de ondernemingszin, noch het talent voor heeft. Schitterend. 

Aangeraden door Mohamed Ouaamari in de podcast ‘drie boeken’.

HipstamaticPhoto-615275497.093469.jpg