Sabien Clement & Mieke Versyp: Vel

Zo genoten van dit prachtboek. Ik heb de graphic novel Vel gelezen, een samenwerking van Sabien Clement en Mieke Versyp. (Bestel hier)

Het verhaal gaat over Esther, een tekenares die houdt van modeltekenen. Ze ontmoet Rita, die model wil staan voor de groep. Beiden worstelen met hun eigen verleden, hun eigen onzekerheden over zichzelf. Esther slaagt er niet in de liefde te vinden, Rita heeft een moeilijk contact met haar dochter.

Vel is een prachtig boek. De tekeningen van Sabien Clement zijn ontroerend, meeslepend, overweldigend, ik vond ze zelfs: bedwelmend. Wat een gevoel. Wat een persoonlijkheid. Wat een cadeau.

Sabien Clement vertelt over hoe Vel tot stand kwam in aflevering 76 van de podcast ‘drie boeken’. Ze vertelt ook uitgebreid over haar passie voor modeltekenen.

Ik kreeg het boek van haar cadeau. Bestel Vel hier (affiliate) of hier rechtstreeks bij de uitgeverij.

gelezen: Hugo Matthysen: Onheil in Black Creek

Een Educatief en Klimaatneutraal Ervaringsgericht Multicultureel Ecocentrum. Dat willen Femke en Jelle oprichten, de nieuwe eigenaars van het oude Vlaamse cowboydorp Black Creek. Dirk, de zoon van oprichter Wild Bill Jenkins, houdt een speech waarin hij officieel de fakkel aan hen doorgeeft.

Onheil in Black Creek is een monoloog van Hugo Matthysen, geschreven in zijn herkenbare en absurdistische stijl. Met de hilarische tegenstelling tussen de jonge maatschappijbewuste ondernemers en de Vlaamse cowboys die blijven vasthouden aan een lang vervlogen verleden. Acteur Lucas Van den Eynde brengt dit stuk op de planken.

gelezen: Robert Seethaler: Een heel leven

Een heel leven van de Oostenrijkse schrijver Robert Seethaler is een klein pareltje. (Bestel het boek hier.) 150 pagina’s dik, vertelt het boekje het leven van Andreas Egger. Hij woont op een berg in een onooglijk dorpje. Hij is invalide: hij mankt, en is eenzaam; hij kent slechts één keer in zijn leven de liefde: Marie.

Tijdens zijn leven ziet Andreas de moderniteit binnentreden, met de komst van skiliften en toeristen met vrije tijd. Een groot deel van zijn leven is hij als arbeider bij de bouw van de liften zelfs een klein radertje in de onstuitbare voortgang van het moderne leven.

Het aantrekkelijke en prachtige van dit boekje is de hoofdfiguur, die een eenzaam leven leidt in een ruw berglandschap. Hij lijkt de mensen niet goed te begrijpen, hij bekijkt de vooruitgang met grote ogen. Op het einde van zijn carrière werkt hij als berggids, en bedenkt hij:

Kennelijk zochten de mensen in de bergen iets waarvan ze dachten dat ze het lang geleden waren kwijtgeraakt. Hij kwam er nooit achter wat precies, maar hij raakte er met de jaren steeds meer van overtuigd dat de toeristen in feite niet achter hem maar achter een of ander onbekend en onverzadigbaar verlangen aan strompelden. (p. 119-120)

Andreas Egger: de eenzame ziel op de berg. Een volledig leven verteld in amper 150 bladzijden.

Het boek riep bij mij hetzelfde gevoel op als Wereld en wandel van Michael K van J.M. Coetzee. Beide boeken werden mij door gasten in de podcast ‘drie boeken’ hartstochtelijk aangeraden: Een heel leven door Fien Sabbe, Wereld en wandel van Michael K. door Hilde Van Mieghem.

Bestel Een heel leven hier.

gelezen: Peter Terrin: Post Mortem

Ik heb Post Mortem gelezen, een prachtige roman uit 2012 van de Vlaamse schrijver Peter Terrin.

Post Mortem gaat over de schrijver Emiel Steegman. Hij heeft een vrouw Theresa en een dochtertje Renée. Steegman wil een boek schrijven over een schrijver. Hij noemt hem T en bedenkt dat T succesvol en beroemd is, en zelfs een biograaf heeft. Maar dan wordt Steegmans dochtertje zwaar ziek.

Peter Terrin schrijft een boek over een schrijver die een boek schrijft over een schrijver. Als een slang die in haar eigen staart bijt. Wat Steegman verzint over de biograaf van T, blijkt later van toepassing op zichzelf. Terwijl de roman als geheel deels autobiografisch is. De verhalen in dit boek draaien de hele tijd in elkaar. Peter Terrin speelt met werkelijkheid en fictie, met metaniveaus. Enkel het ontroerende deel twee lijkt vrij eenduidig, als hij vertelt over zijn dochtertje in het ziekenhuis.

Boven het hoofd van ieder kind, iedere ouder bengelt een zwaard van Damocles. Dat boven Renée schittert, fonkelt en glimt in het zonlicht, bij slagregen, in het holst van de nacht. (p. 268, 269)

Post Mortem gaat over kleine menselijkheid, roem, succes en communicatie. Er wordt de hele tijd gekeken in dit boek, stiekem vaak, gegluurd, of door een camera.

Maar deze roman lijkt vooral te gaan over de roman zelf. Over beschrijvingen van levens, en wat je daarmee kan doen. Steegman die het leven van T beschrijft, de journalist/biograaf die filmpjes over het leven van Renée bekijkt. Er is een professor die in het boek van Steegman betekenissen ontdekt die hij er zelf helemaal niet in vermoed had. Het lijkt alsof het boek de hele tijd over zichzelf gaat, en tegelijk de zinloosheid van de metaniveaus toont op het moment dat er écht iets gebeurt: de ziekte van een kind. Toch heb ik het gevoel dat ik de complexiteit van het geheel niet volledig gevat heb. Ik betwijfel of ik alles goed begrepen heb.

Post Mortem is een complex boek; ik had de behoefte om meteen weer opnieuw te beginnen (zoals ook de roman T beschreven wordt). Maar door de mysterieuze gelaagdheid én de gevoeligheid is het een aanrader om te lezen. Twee keer.

Ik heb Post Mortem ontleend in Bibliotheek De Krook in Gent. Kopen? Bestellen doe je hier.

gelezen: Matt Thorne: Prince

Ik heb de biografie van Prince door de Britse journalist Matt Thorne gelezen, een boek uit 2008. (Bestel het boek hier.) Het is een uitgebreide en gedetailleerde trip door de carrière van de popster. Een boek dat Prince laat zien als een workaholic en een supercreatieveling, die naast werk voor eigen albums ook nog een ontzaglijke hoeveelheid muziek voor anderen maakte. Maar helaas is het boek niet goed geschreven.

Matt Thorne heeft de curieuze keuze gemaakt om het werk van Prince te analyseren vanuit zijn songteksten, vanuit de onderwerpen en de thema’s die Prince in zijn teksten laat voorbijkomen. Merkwaardig, omdat Prince eerder zal onthouden worden voor het muzikale, zijn hits, zijn gitaarspel en all-round-talent als muzikant, zijn live-optredens, zijn ‘superstergehalte’, enfin eigenlijk alles behalve zijn songteksten.

Bovendien maakt Matt Thorne geen verhalen. Hij bespreekt nummers en albums, vergelijkt, beoordeelt, maakt oneindige analyses maar slaagt er met de onuitputtelijke hoeveelheid Prince-materiaal nauwelijks in een verhaal te vertellen dat boeit.

Door zijn nadruk op de songteksten negeert hij vaak essentiële stukken van Princes biografie: zo skipt hij de bouw van het studiocomplex Paisley Park volledig. Plots staat het gebouw er. Het succes van de film Purple Rain beschrijft hij nauwelijks, terwijl dat toch erg bepalend was voor zijn carrière. We komen bijna niets te weten over de relaties van Prince, over zijn familie, over zijn leven naast de muziek (als dat er al was).

Het boek geeft gelukkig wél zin om het oude werk van Prince opnieuw op te pikken en te herbeluisteren, of vaak: onbekende nummers te gaan opzoeken. Het boek is een gespecialiseerd relaas van één van de grootste popsterren aller tijden, maar zelfs als fan moet je je hier moeizaam door worstelen. Wie schrijft de ultieme biografie van Prince?

gelezen: Barack Obama: A Promised Land

Ik heb er negen maanden over gedaan, maar nu is het boek uit. De kanjer is bedwongen. Ik heb het boek bewust traag gelezen, elke avond een vijftal bladzijden voor het slapengaan. Ik heb voorzichtig geproefd van het prachtige Engels, van het inzicht en de intelligentie van deze man. Slow reading, een aanrader.

Ik heb A Promised Land gelezen, deel 1 van de presidentiële memoires van Barack Obama. (bestel hier) Een boek van 700 bladzijden. Oorspronkelijk bedoeld als één volume, bestrijkt dit eerste deel niet eens zijn volledige eerste vier jaar als president van de Verenigde Staten.

Barack Obama begint met een korte beschrijving van zijn jeugd. De start van zijn politieke carrière volgt, zijn beslissing om zich op relatief jonge leeftijd kandidaat te stellen voor het presidentschap, en de lange en slopende verkiezingscampagne. Pas op pagina 201 wordt hij de 44ste president van de Verenigde Staten.

Vanaf dan volgt een ongelooflijke inkijk in het leven van een president: de dagelijkse beslissingen, de politieke manoeuvres en gevechten, maar ook de privé-opofferingen en de poging om een normaal gezinsleven te leiden in het Witte Huis in Washington.

De president toont zich in dit boek als de man zoals we hem denken te kennen uit de media: intelligent, belezen en geëngageerd. In dit boek vertelt hij hoe geen enkel probleem dat tot bij hem komt, een eenvoudige oplossing heeft. In dat geval had iemand enkele niveaus lager al lang de knoop doorgehakt. In de beslissingen die hij moet nemen, is er altijd sprake van het afwegen van kansen, het inschatten van mogelijkheden, moeilijk en op lange termijn. Er staan vaak mensenlevens op het spel. Nooit is er een eenvoudige kant-en-klare oplossing.

Obama vertelt omstandig hoe hij tot een beslissing komt in de financiële crisis, de hervorming van de gezondheidszorg, de oorlog in Afghanistan. Hij vertelt wat hij precies wil bereiken. En hij slaagt erin altijd twee kanten van de zaak te laten zien, en het standpunt van zijn politieke tegenstanders te beschrijven; sterker nog: hij verdedigt het in sommige gevallen, en legt dan uit waarom hij toch zijn beslissing nam. Zijn begrip en inlevingsvermogen zijn indrukwekkend en tonen een diepe intelligentie.

Hij beschrijft gedetailleerd het politieke spel: rekening houden met polls en media, voldoende stemmen verzamelen voor elk wetsvoorstel, senatoren (zelfs van zijn eigen partij) die eisen stellen in ruil voor een stem. De lectuur van dit boek leert de lezer bescheiden te zijn en minder snel een oordeel te vellen: een maatschappelijk probleem is nooit zo eenvoudig als het lijkt, een beslissing heeft altijd meer gevolgen dan we op het eerste gezicht kunnen zien. Omdat maatschappelijke processen extreem ingewikkeld zijn, en op lange termijn andere gevolgen kunnen hebben dan verwacht.

Ook al zien we Barack Obama vaak als een geëngageerd leider, hij blijft de president van de Verenigde Staten. In dit boek is het duidelijk: zijn job is niet de wereld verbeteren, zijn job is de belangen van zijn land verdedigen, strategische beslissingen nemen die op lange termijn zijn bevolking ten goede komen. Dit fragment, over de protesten tegen president Mubarak op het Tahrirplein in Caïro, toont de grens tussen de mens en het ambt: hoe de belangen van zijn land – de stabiliteit van het Midden-Oosten – doorwegen op zijn persoonlijke sympathie voor een democratische beweging:

“‘If I were an Egyptian in my twenties’, I told Ben, ‘I’d probably be out there with them.’

Of course, I wasn’t an Egyptian in my twenties. I was president of the United States. And as compelling as these young people were, I had to remind myself that they (…) represented only a fraction of the Egyptian population. If Mubarak stepped down, creating a sudden power vacuum, they weren’t the ones most likely to fill it. One of the tragedies of Mubarak’s dictatorial reign was that it had stunted the development of the institutions and traditions that might help Egypt effectively manage a transition to democracy: strong political parties, an independent judiciary and media, impartial election monitors, broadbased civic associations, an effective civil service, and respect for minorities.” (p. 643)

Naast de politieke verhalen, vertelt Obama ook uitgebreid over het dagelijkse leven als president: met vrouw en kinderen wonen in het Witte Huis, personeel hebben, voortdurend omringd worden door de Secret Service, reizen met the Beast en Air Force One. Hij vertelt over zijn ontmoeting met buitenlandse staatshoofden als Merkel en Sarkozy, zijn beschrijvingen van de Chinese president en van Ban Ki-Moon van de Verenigde Naties zijn hilarisch.

A Promised Land is een heerlijk boek, zowel politiek als menselijk, en geeft een unieke inkijk in het leven van de eerste zwarte president van de Verenigde Staten. Het is bovendien schitterend geschreven én prachtig uitgegeven. Ik heb hier ontzettend van genoten.

Ik las het boek in het Engels. Bestel A Promised Land hier in het Engels. Bestel hier Een beloofd land, de Nederlandse vertaling.

gelezen: Sanne Huysmans: Rafelen

Ik heb Rafelen gelezen, de debuutroman uit 2017 van de Vlaamse Sanne Huysmans. (Bestel het boek hier)

Het verhaal gaat over de jonge Clara Badisco, die het einde van een relatie verwerkt. Ze komt in contact met een professor fysica, van wie ze een opdracht krijgt: denk na hoe je het denkkader van de samenleving kan samenbrengen met dat van de natuurwetenschappen. Of: hoe kijken fysici eigenlijk naar de wereld? Conclusies te presenteren op een manier naar keuze.

Rafelen gaat over wetenschap en filosofie, over de subjectiviteit van de wetenschapper, over entropie, maar vooral over: de liefde, de liefde, de liefde. De roman is een poging om de beleving van de liefde samen te brengen met de grote lijn van de natuurwetenschappen, en in die zin een poging tot zingeving: waarom blijven we samen, en waarom gaan we uit elkaar.

Sanne Huysmans schrijft intens en pakt uit met grote woorden, grootse gedachten en welluidende metaforen. De personages moeten van hun schrijfster zò veel prachtige en intelligente dingen zeggen, dat deze roman ook voor hen een intense ervaring moet geweest zijn.

“Het leven is op zijn best wanneer verrassing en verwondering als beekforellen opspringen uit een stroom van zekerheid.” (p. 159)

Ik las Rafelen op aanraden van Marc Buelens. Ik ontleende het boek in de Gentse stadsbibliotheek De Krook. Bestel Rafelen van Sanne Huysmans hier.

de website van Sanne Huysmans

gelezen: Freek de Jonge: Door de knieën

Een zoekende roman van de grote cabaretier Freek de Jonge over een comedian die zijn carrière in vraag stelt, onderweg naar een zwaar gehandicapt kind met wie hij bevriend is geraakt. De Jonge speelt met de twijfels van de podiumkunstenaar en jongleert met liefde, leven en geloof.

“Het werd me steeds duidelijker dat mijn betrokkenheid bij de wereld een substituut was voor de onmacht mijn eigen bestaan zin te geven. Lachen om de ellende ging me steeds meer tegenstaan. De humor woekerde als brandnetel. En diende geen ander doel dan verdoven.” (p. 102)

Bestel hier.

gelezen: Michel Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland

Als afsluiter van mijn vakantie heb ik Mogelijkheid van een eiland (La Possibilité d’une île) gelezen, een roman uit 2005 waarin Michel Houellebecq de wereld van de sektes verkent.

De hoofdpersoon is Daniel, hij leeft in een verre toekomst waarin de mens van vandaag vervangen is door een efficiënter organisme. Doorheen het boek leest Daniel het levensverhaal van zijn verre voorvader, van wie hij het DNA overgekregen heeft: Daniel1, die in zijn tijd (onze tijd) een bekende komiek was. Hij vertelt over zijn leven in de 20ste/21ste eeuw, zijn carrière, de vrouwen op wie hij verliefd wordt, zijn seksuele avonturen en zijn kennismaking met de sekte van de elohimieten die voor een reïncarnatie van de mens wil zorgen.

Mogelijkheid van een eiland is een complexe roman die zich deels afspeelt in een min of meer dystopische samenleving, er zit een stevige snuif Brave New World in. Het boek bestaat uit een wervelwind van ideeën en verwijzingen naar literatuur en filosofie, een opeenstapeling van verrassende inzichten, absurditeiten en controversiële uitspraken. Zo wisselt Houellebecq in het levensverhaal van Daniel1 pornografie voortdurend af met filosofie. En hij spreekt visionair over humor:

“ik begreep ook dat ironie, spot en humor moesten sterven, want in de toekomstige wereld, die een wereld van geluk was, zou er geen enkele plaats voor ons zijn.” (p. 263)

Centraal in Mogelijkheid van een eiland staat de tegenstelling jeugd – ouderdom, de aftakeling. En tegelijk gaat het over de zoektocht naar een toestand van onthechtheid: de nieuwe mens heeft geen verlangens meer. Dit boek toont heel erg de Schopenhaueriaanse Houellebecq.

Maar het allerbeste van deze roman zijn de observaties, theorieën en gedachten over de menselijke soort. Zoals steeds beschrijft Houellebecq de mens als een diersoort, vanuit een lijdzaam pessimisme dat tegelijk pijnlijk, grappig en controversieel is. Mogelijkheid van een eiland is een geniaal boek, met een verbluffende intellectuele rijkdom. Maar niet voor gevoelige zieltjes.

Bestel het boek hier. (affiliate)

gelezen: Albert Camus: De vreemdeling

Ik heb de klassieker De vreemdeling van Albert Camus gelezen, een korte maar indrukwekkende roman over iemand die een moord pleegt.

De hoofdpersoon, Meursault, vertelt over zijn leven. Er gebeurt niet veel. Er ligt een regelmaat, een routine in zijn dagelijkse bezigheden, een gevoel van nutteloosheid ook. Als zijn moeder sterft, trekt hij naar de plaats waar ze in een rusthuis verbleef om daar de begrafenis bij te wonen. Maar alles gebeurt zonder veel emotie.

Op het einde van deel 1 slaat het noodlot toe. Tijdens een uitje aan zee schiet Meursault in een moment van verdwazing een vreemdeling dood, een Arabier die hij niet kent en die hem niks misdaan heeft, maar die ergens iets te maken heeft met de ruzie van een vriend.

In deel 2 zit Meursault in de gevangenis en wacht hij op zijn proces. Hij vertelt hoe hij zich bezighoudt tussen de muren van zijn cel. Er is een voortdurende leegte en verveling, als een spiegeling van deel 1 van het boek – zijn gewone leven. Hij krijgt een advocaat en wordt ondervraagd over zijn misdaad.

“Hij heeft me alleen nog gevraagd, nog steeds een beetje mat, of ik spijt had van mijn daad. Ik dacht even na en zei toen dat ik niet zozeer echte spijt voelde als wel een soort onbehagen.” (p. 81)

Meursault lijkt wel een toeschouwer van zijn eigen leven en van zijn eigen proces, alsof hij er niet veel mee te maken heeft, alsof zijn gevoel tekortschiet voor het echte leven, voor de reële impact van zijn daden.

De vreemdeling is een ongelooflijk boek, deels door het ijzersterke einde, deels door het gevoel dat je nooit grip krijgt op het personage; alles blijft ergens onvatbaar. En vooral door de levensvragen die Camus impliciet losmaakt via zijn personages.

Het is indrukwekkend hoe een schrijver met zulke eenvoudige zinnen toch zo diep en zo pregnant de kernvragen van het leven kan oproepen: Waarom leef ik? Wat ben ik hier aan het doen? Wat is de betekenis van mijn daden? Vragen over de absurditeit van het leven, zoals we zeggen.

Zoals Mohamed Ouaamari opmerkte in mijn podcast ‘drie boeken’: over het slachtoffer, de Arabier, gaat het niet. Geen moment.

gelezen: Willem Elsschot: Pensioen/Het tankschip

Ik heb een pocket met twee verhalen van Willem Elsschot gelezen: Pensioen uit 1937 en Het tankschip uit 1941.

Pensioen gaat over een Vlaamse familie die probeert om het pensioen van hun gesneuvelde zoon op te strijken. In het tweede verhaal laat een man zich verleiden tot belastingontduiking bij de verkoop van een tankschip.

In beide verhalen tekent Elsschot een portret van kleine Belgen die zich niet bepaald van hun beste of meest gulle kant laten zien. Met als hoogtepunt de oude moeder in het eerste verhaal, een vreselijk kreng van een vrouw, een onvergetelijk personage.

Net zoals in Kaas, Villa des Roses en Lijmen/Het been schrijft Elsschot ook in Pensioen en Het tankschip met humor en met een feilloos inzicht in de mensen rondom ons. Vooral Pensioen is een aanrader. Bestel hier het verzameld werk van Elsschot.

gelezen: Stephen King: On Writing

On Writing (bestel hier) is het boek waarin The King of Horror zijn schrijfgeheimen onthult.

In deel 1 vertelt Stephen King over het begin van zijn carrière, en over de momenten in zijn leven die bepalend waren voor zijn schrijven. Deel 2 gaat over het schrijven zelf: hij deelt zijn persoonlijke ervaring, en geeft een kijk achter de schermen van het schrijfproces, inclusief de twijfels, de rommeltjes, het succes en de mislukkingen.

Zijn drie grote schrijftips:

  1. Story. Story. Story. Alles dient om het verhaal te vertellen.

2. Schrap zoveel mogelijk bijwoorden.

3. Maak je tweede draft tien procent korter dan de eerste.

Hij spreekt ook over je ideale lezer, over plot versus verhaal, en hoe belangrijk lezen is voor een schrijver.

On writing is een unieke blik in de keuken, een fascinerende inkijk in het leven en het beroep van de professionele schrijver. Ik heb het gelezen als een pageturner.

Bestel het boek hier. (affiliate)

gelezen: Erik Vlaminck: Een berg mens onder witte lakens

De schrijver verblijft in het ziekenhuis, in het bed naast hem ligt een vrachtwagenchauffeur. De man zwijgt geen moment en vertelt stukken en brokken van zijn levensverhaal. Tussenin krijgen we te lezen wat er écht gebeurd is, leren we de hoofdpersonages in zijn leven kennen, ontdekken we de dramatische gebeurtenissen die de man hebben bepaald.

Een berg mens onder witte lakens is schitterend gecomponeerd, met de eenvoud en het gemak die de meester verraden. Met een stijl en een taal die zo typerend zijn voor Erik Vlaminck, en ook hier weer zijn aandacht voor de mens die het in het leven niet getroffen heeft. Wat een mooi en pakkend boek.

Bestel het boek hier. Ik kreeg Een berg mens onder witte lakens cadeau van Erik Vlaminck toen ik hem sprak voor de podcast ‘drie boeken’.

gelezen: Berlinde De Bruyckere, Erwin Mortier, Stijn Huijts, Zbigniew Herbert: Engelenkeel

Engelenkeel is een kunstboek, uitgegeven bij de gelijknamige tentoonstelling van de Gentse kunstenares Berlinde De Bruyckere in museum Bonnefanten in Maastricht.

Naast schitterend gedetailleerde foto’s van het werk van De Bruyckere, genomen in haar studio in Gent, is er een analyse van de engelen in haar oeuvre, geschreven door de directeur van Bonnefanten, Stijn Huijts. Er staan ook twee engelengedichten in het boek van de Poolse dichter Zbigniew Herbert. (Meer over Zbigniew Herbert hoor je in de podcast ‘drie boeken’ aflevering 53 met Erwin Mortier.)

En dan is er Erwin Mortier zelf, die drie korte verhalen schreef voor het boek, waarvan het laatste een absoluut hoogtepunt is: De engelenmaakster is een ongelooflijke tekst over een oude vroedvrouw in een dorp, knarsend en zinderend van spanning, elk woord een venijnige naald. Een verhaal waardoor de wereld eventjes kraakt in haar voegen. Erwin Mortier op zijn allerbest. En dat wil wat zeggen.

gelezen: Linda Polman: De crisiskaravaan

Wat is er mis met humanitaire hulp? Over wat Live Aid écht gerealiseerd heeft, over donor darlings en landingsbanen, over hulporganisaties als actieve spelers in de oorlogsvoering.

In De crisiskaravaan (bestel hier) beschrijft journaliste Linda Polman het probleem van humanitaire acties. Ze legt uit dat hulporganisaties zoals Het Rode Kruis, Artsen Zonder Grenzen en Caritas deel zijn van een gigantische noodhulpindustrie waar massaal veel geld in omgaat, een industrie met concurrentie, targets en marketing, en dat de vraag zich stelt of ze niet meer kwaad dan goed doen.

Haar belangrijkste punt: hulporganisaties spelen een grote rol in de oorlogsvoering, ook al doen ze alsof ze neutraal zijn en enkel slachtoffers willen helpen. Ze toont hoe hulporganisaties door alle strijdende partijen ingeschakeld worden voor hun militaire doelen: om hun troepen te voeden, om veilige enclaves te creëren tegen de vijand, om volkeren op hun plaats te houden, om terroristische dreiging te verminderen.

Hulporganisaties moeten vaak onderhandelen met minstens één van de strijdende partijen om te mogen werken of hulpgoederen in een gebied binnen te brengen. Ze betalen belastingen, of een percentage van de goederen zelf wordt afgestaan en gaat dus niet naar de mensen voor wie ze bedoeld zijn.

Zo beschrijft ze de befaamde hongersnood in Ethiopië in de jaren 80 als een bewust georganiseerde actie van de regering tegen een rebellengroep. De sympathieke artiesten die optraden tijdens Live Aid hielden vooral een dubieus regime aan de macht. Ze vertelt uitgebreid over Goma, waar de vluchtelingenkampen vol zaten, niet met de slachtoffers, maar met de daders van de afslachting van de Rwandese Tutsi’s.

Een ander probleem: de oorlog of de rampsituatie wordt door de komst van hulpverleners vaak verlengd. Landen waarin hulporganisaties toestromen na een humanitaire ramp, laten volgens Linda Polman alles vallen om zich te richten op het verlengen van de hulp. De donaties zijn de grootste inkomstenbronnen van het land en ze proberen dit zo te houden. Ze vertelt het hallucinante verhaal van een kamp met geamputeerden in Sierra Leone, die met geen stokken weg te krijgen zijn uit hun vluchtelingenkampje omdat hun zielige uitzicht hen zoveel hulp oplevert.

Ethische afspraken over de omgang met strijdende partijen en over wie hulp krijgt, worden steeds moeilijker omdat er zò veel hulporganisaties zijn. Over Goma:

“Op de hulpoperatie in het Grote-Merengebied wierpen zich niet minder dan tweehonderdvijftig (hulporganisaties). Plus acht VN-afdelingen, ruim twintig donorregeringen en -instituties en een niet te tellen aantal door de donoren betaalde lokale hulporganisaties.”

Voorts vertelt dit boek over de rijkelijke levensstijl van de duur betaalde westerse hulpverleners. Over het gebrek aan controle op hoe het geld gebruikt wordt. De auteur beschrijft de willekeur en de mediacultuur die sommige rampen tot ‘donor darlings’ maakt en andere links laat liggen. Ze vertelt over kleine plaatselijke westerse organisaties (lees: wij allemaal) die – wellicht goed bedoeld – nutteloze hulp verzamelen of de situatie ronduit slechter maken.

De crisiskaravaan toont een falikante omdraaiing van doel en middelen: de hulporganisatie die vooral zichzelf probeert te laten bestaan, de hulp zelf die de grootste economische activiteit van een regio blijft. Het resultaat op lange termijn wordt niet in vraag gesteld; wat telt is dat de hulpindustrie blijft draaien.

Linda Polman laat in dit boek uit 2008 enkel de negatieve kant van hulpverlening zien. Wellicht zijn er ook voorbeelden te vinden van situaties waarin er voor een bevolking oplossingen op lange termijn gevonden worden. Maar de problemen in het boek zijn schrijnend genoeg om ons grote zorgen te maken. Zonder in te gaan op mogelijke oplossingen, verscherpt het onze kritische blik naar hulporganisaties en televisiebeelden toe, en dat is altijd een goede zaak.

“Landingsbaaneffect – Als een ramp zich voltrekt naast of in de buurt van een vliegveld, zoals in Goma (1994), komen er meer hulporganisaties en media op af dan wanneer een ramp plaatsgrijpt in bijvoorbeeld Kashmir (2005), waar hulporganisaties de door een aardbeving getroffen bergbewoners te voet, op een ezel, of per peperdure gecharterde helikopter moesten zien te bereiken.” (p.195-196)

Bestel het boek hier. (affiliate) De crisiskaravaan werd aangeraden door Jan Verheyen in de podcast drie boeken.

gelezen: Ayn Rand: The Fountainhead

Ik heb een kanjer gelezen. De roman The Fountainhead (bestel hier) telt 805 pagina’s en werd mij hartstochtelijk aangeraden door ondernemer en drie boeken-podcastgast Rudi De Kerpel. Zò hartstochtelijk, dat hij het kocht en mij cadeau deed. Hij vertelde dat dit boek zijn leven heeft veranderd.

The Fountainhead gaat over een architect, Howard Roark, die sinds zijn studententijd exact weet wat hij wil bouwen en op welke manier. Hij is eigenzinnig, op een extreme manier: hij wil dat er niets verandert aan wat hij bouwt. Dat is de enige voorwaarde waaronder hij wil werken, wat het erg moeilijk maakt om opdrachten te krijgen.

Zijn medestudent en collega-architect Peter Keating daarentegen maakt wat het publiek wil, hij buigt naar de trends van de tijd en waait met de wind, wat hem aanvankelijk veel succes oplevert. Het boek vertelt het levensverhaal van deze twee personages, aangevuld met mediamagnaat Gail Wynand en de merkwaardige vrouw Dominique Francon, die Roark tegelijk steunt en saboteert.

The Fountainhead is een roman uit 1943 die het individualisme, de sterke persoonlijkheid hoog in het vaandel voert. De roman bejubelt sterke individuen als drijvende kracht van alles wat de samenleving voortstuwt. De rest wordt ‘tweedehands mensen’ genoemd: mensen die drijven op prestige, dus op de mening van anderen. De afwezigheid van enig ‘zelf’ bij mensen is verschrikkelijk.

“Er is geen hoger doel dan de mens zelf.” (p. 631)

The Fountainhead is naast een ode aan de scheppende kracht van de mens vooral een kritiek op het collectivisme, op de gelijkschakeling van iedereen. Eén voorstander van het collectief in het boek, de socialist Ellsworth Toohey, doet in zijn werk als cultuurcriticus zijn best om het begrip ‘kwaliteit’ te vernietigen. In zijn krantenrubriek hemelt hij middelmatigheid op, probeert hij elke notie van excellentie te verdelgen. Niets mag uitsteken boven het maaiveld. Op die manier bekritiseert het boek ook de populaire media, die middelmatigheid ophemelen en hoogstaande artistieke prestaties belachelijk maken.

Delen van het boek deden mij hard denken aan wat ik bij Nietzsche las: The Fountainhead verkettert het concept zelfopoffering als een uiting van zwakte en bekritiseert een maatschappij waarin opoffering centraal staat. Volgens Nietzsche hebben we dit te danken aan het christendom.

The Fountainhead is een te lang, maar op zijn minst interessant boek dat doet nadenken over de verhouding individu – maatschappij, over ambitie, liberalisme en de functie van een sociaal-maatschappelijk stelsel. Ook al ben je het niet honderd procent eens met het politiek-filosofische uitgangspunt. Howard Roark is een inspirerend personage, dat vanuit zijn ijzersterke wil niet in staat is om compromissen te sluiten, maar wel snoeihard zijn eigen weg volgt.

“Ik heb ernaar uitgekeken om hier te mogen staan en te zeggen dat ik een mens ben die niet bestaat voor anderen.” (p. 794)

Luister hier naar de drie boeken die je moet gelezen hebben volgens Rudi De Kerpel.

Ik las het boek in het Nederlands: De eeuwige bron (bestel hier).

gelezen: Albert Camus: De val

Ik heb De val van Albert Camus gelezen, een fascinerende roman uit 1956. De val (bestel hier) gaat over Jean-Baptiste Clamence, een rechter die een man aanspreekt in een café in Amsterdam. Hij vertelt over zichzelf, over hoe hij in het leven staat, én over het moment dat zijn leven veranderde: hij zag een vrouw op een brug in Parijs. Hij liep haar voorbij, hoorde een plons en een gil toen ze meegesleurd werd met de stroming van de Seine en dan niets meer. De val van deze vrouw is voor hem een breuk, een levensbepalend moment: het moment dat de vrijheid ondraaglijk wordt.

“Op dat ogenblik viel in mijn dagelijkse bestaan de gedachte aan de dood in.” (p. 75)

Als rechter is hij beroepshalve bezig met schuld/onschuld en rechtvaardigheid. Na de val van de vrouw voelt hij zich anders: niet meer schuldeloos. De machine begint kuren te vertonen. Het hele boek wordt een beschuldiging, van zichzelf maar uiteindelijk – als spiegel – van iedereen.

De evidente verwerping van het katholieke geloof speelt een fijne rol in het boek. Mensen hebben geen god meer en ook geen alternatief en ze weten zich geen weg. De val van de vrouw, de zondeval, opent de ogen. De rechter zegt ook: Vergeef de paus, het is de enige manier om boven hem te komen te staan.

De val is een roman over vrijheid, macht, oordeel en schuld, waarin een volledig moreel kader onderzocht wordt op slechts iets meer dan 100 bladzijden.

“Hoe meer ik mezelf beschuldig, met des te meer recht oordeel ik over u.” (p. 119)

Ik heb De val van Camus ontleend in stadsbibliotheek De Krook in Gent. Je kan het boek hier kopen (affiliate).

gelezen: Sami Said: De mens is de mooiste stad

Sami Said is een Zweedse schrijver geboren in Eritrea. In zijn roman De mens is de mooiste stad vertelt hij over San Francisco, een jonge Afrikaan die op zoek gaat naar een beter leven. Hij belandt in noord-Europa en moet er in moeilijke omstandigheden leven: hij wordt geconfronteerd met uitsluiting, maffiatoestanden en haat tegenover vreemdelingen.

De mens is de mooiste stad geeft bij tijden een boeiend beeld van het leven van een vluchteling: de onzekerheid, de voortdurende dreiging, de neiging tot onderdanigheid die een gevolg is van de wankele positie. Ondanks het onderwerp schrijft Sami Said meestal luchtig en grappig, met een bizarre humor. Tegelijk zijn de dialogen soms moeilijk te volgen. Ik ben niet helemaal overtuigd, al heeft Sami Said duidelijk een eigen stem en is zijn roman een meerwaarde voor ons per definitie beperkte beeld van vluchtelingen in Europa.

“‘Weet je, San Francisco,’ zei die ene achter de kassa, Irma, ‘jouw naam is nog stommer dan koeienpoep’, terwijl ik mijn best deed om de munten in mijn zakken te vermenigvuldigen. Lieverds, waarom hebben jullie mij verlaten? Hadden jullie niet beloofd om tot het einde aan mijn zijde te blijven? Zes, zeven, twaalf munten wurmde ik uit mijn broekzak op de toonbank. (p. 9)

Ik heb De mens is de mooiste stad ingelezen bij Blindenzorg Licht en Liefde als luisterboek voor de Luisterpuntbibliotheek. Bestel het boek hier. (affiliate)

gelezen: Max Porter: The Death of Francis Bacon

Gisteren heb ik samen met twee vrienden gedurende anderhalf uur dit boekje besproken, we hebben gezocht, gedacht, geanalyseerd, gediscussieerd, en ik begrijp er nog steeds niks van.

The Death of Francis Bacon (bestel hier) is een werkje waarin de Britse schrijver Max Porter aan de slag gaat met de wereldberoemde schilder Francis Bacon. In 7 hoofdstukken en 74 bladzijden beschrijft Porter de indrukken van de schilder die op sterven ligt in Madrid. Er komen geliefden en vrienden op bezoek, er komen schilderijen voorbij, scènes uit zijn leven. Elk hoofdstuk draagt als titel de technische beschrijving van een (fictief?) schilderij: “Oil on canvas, 651/2 x 56 in.” (p. 13).

Misschien is het een fictief verhaal over de laatste dagen van Francis Bacon. Misschien zijn het hallucinaties en waanbeelden van een stervende. Het is onduidelijk. Als lezer word je in het ongewisse gelaten.

Max Porter gebruikt afwisselend korte dialogen en stukken proza, citaten en korte gedichten, in een boek vol herhalingen en variaties. The Death of Francis Bacon is een wervelend muzikaal en poëtisch huzarenstukje. In een begeleidend filmpje vertelt Max Porter dat hij wilde schrijven zoals Francis Bacon schildert.

Maar ondanks de bevlogenheid en de verrukkelijke taal, blijft het boekje bijzonder hermetisch. Ik zeg het: ook na anderhalf uur bespreking begrijp ik er inhoudelijk niet veel van.

Ik las The Death of Francis Bacon in het Engels. Ik kocht mijn exemplaar in boekhandel Limerick in Gent.

“The purple, the orange, the shocking pink, the great lilac mistake, the poor man got so used to seeing his huge paintings in huge galleries, pumped up with huge space, huge palettes, huge cheques, he egged himself on to absolute banality, temper tantrums that he can’t actually make a figure move, and then his best pictures looked familiar, and fetched a pretty penny, because they were copies of his earlier worst, his sturdier work, his curdling burst of fifties kitsch, his own podgy face trademarked, pretending it confronted death when all it did was illustrate again and again a lazy fear of it.” (p. 38-39)

gelezen: Sabien Clement, Maud Vanhauwaert: Ik ben weer velen

Ontroerend prachtwerkje gelezen van illustratrice Sabien Clement en dichteres Maud Vanhauwaert. Ik ben weer velen uit 2018 vertelt in vier seizoenen het verhaal van een liefde. Zomer-herfst-winter-lente. De hoop overwint.

Ik had beide artiesten te gast in mijn podcast drie boeken. In de aflevering met Sabien Clement vertelt ze de ontstaansgeschiedenis van dit boek. Hoe de tekeningen op basis van de fotografie van Eadweard Muybridge voortkwamen uit een emotioneel erg zware periode, en hoe Maud Vanhauwaert woorden en zinnen toevoegde. Luister eerst naar de podcast drie boeken met Sabien Clement, en lees daarna dit boek.

“we vielen in elkaars armen uiteen”