gelezen: Connie Palmen: I.M.

Eindelijk gelezen: I.M., het boek over Connie Palmens grote liefde voor de Nederlandse schrijver en presentator Ischa Meijer.

Het boek lijkt een uitgepuurde verzameling dagboekfragmenten. Connie Palmen beschrijft hoe zij en Ischa Meijer verliefd werden op elkaar en hoe hun leven samen eruitzag, hun leven in Amsterdam, hun reizen naar Amerika.

Ze beschrijft gebeurtenissen en uitspraken om een beeld te geven van een hyperintense, alles verpletterende liefde. Connie Palmen en Ischa Meijer wilden de hele tijd in elkaars gezelschap zijn, om te praten over hun leven en hun angsten, over werken en schrijven. Ze discussiëren over het verschil tussen literatuur (Palmen) en journalistiek (Meijer). Ze praten over de moeilijke relatie van Ischa met zijn ouders en zijn familie.

Het meest aangrijpende stuk is het einde van het boek, waarin Connie Palmen de dood van Ischa en haar rouw beschrijft. Hartverscheurend, onmenselijk.

Connie Palmen zet in dit boek schijnbaar een onhaalbare norm voor de liefde. Ze schrijft over een intens diepe band tussen twee mensen, niet alleen romantisch, maar ook intellectueel. Maar uiteraard is dit een literair werk, en heeft Connie Palmen haar eigen beeld geconstrueerd van Ischa Meijer en hun relatie aan de hand van welgekozen feiten, verhalen en conversaties. Laten we deze fictie niet met de realiteit gelijkstellen. Geen zorgen dus, er is nog hoop voor romantisch-intellectuele lovers.

Onlangs waren Marie en ik in Amsterdam op de 25ste sterfdatum van Ischa Meijer. We hebben zijn graf bezocht op begraafplaats Zorgvlied, waar naast hem nog een plekje vrij is – naar verluidt voor Connie Palmen.

I.M. is een onvergetelijk boek. Het werd mij aangeraden door Leen Dendievel in de podcast drie boeken.

HipstamaticPhoto-607190632.377278.jpg

gelezen: Prince & Randee St. Nicholas: 21 Nights

‘Gelezen’ is veel gezegd, 21 Nights is vooral een fotoboek, met songteksten en gedichten van Prince én foto’s van zijn vaste fotografe Randee St. Nicholas. Op de kaft wordt het een full-color photographic essay genoemd, wat dat ook moge betekenen.

In 2007 heeft Prince 21 avonden opgetreden in de O2 Arena in Londen, een legendarische reeks van uitverkochte concerten. Prince verbleef toen in The Dorchester in Londen. Dat hotel is eigendom van de sultan van Brunei, een man die naar verluidt 7000 luxewagens bezit en jaren geleden de sharia invoerde in zijn minilandje. Hij is dus officieel niet dol op kleine mannetjes op hoge hakken die met een falsetstem “But you’re such a hunk. So full of spunk. I’ll give you head. ’Til you’re burning up. Head. ’Til you get enough” gillen.

Maar de sultan zat in zijn eigen paleis in Brunei, en daarom mocht Prince in de suite. Of Prince daar veel tijd doorgebracht heeft, is de vraag. Na zijn geplande concerten in de O2 Arena heeft hij nog diverse nachtelijke aftershows gespeeld in de Indigo club naast de arena.

Fotografe Randee St. Nicholas heeft portretten gemaakt van Prince en zijn entourage in de O2 Arena en in The Dorchester. De foto’s tonen een gestileerde Prince in zijn hotelkamer en ’s nachts buiten op straat. Het zijn geen real life-foto’s; iedereen is geschminkt en gestyled, alles is geposeerd, met zelfs sexy kamermeisjes in jaretellen. Er staan slechts enkele (live) podiumfoto’s in het boek. De gedichten in het boek zijn voornamelijk songteksten van Prince.

Het boek bevat ook een cd met live-registratie van de aftershows in de Indigo Club.

HipstamaticPhoto-606568232.372400.jpg

gelezen: Dimitri Verhulst: Onze verslaggever in de leegte. Ongedateerde dagboeken.

Gelezen: het nieuwe boek van Dimitri Verhulst. Het is niet echt een verhaal, met een begin en een einde; het is eerder een illustratie van momenten van wanhoop in het leven van de schrijver en de mens Dimitri Verhulst. Vandaar de ondertitel: Ongedateerde dagboeken.

Een boek vol liefdes die verloren gaan, drugs (cocaïne vooral) en veel drank. De hoofdpersoon drinkt zich te pletter bij elke mogelijke gelegenheid. De verhalen spelen zich af op verschillende tijdstippen en verschillende plaatsen (Gent, Los Angeles, Frankrijk, Toronto), maar overal speelt drank een kolossale rol.

In die zin is Onze verslaggever in de leegte een soort droevige weerspiegeling van het meesterwerk De helaasheid der dingen, waarin de marginale, alcoholminnende familie van Dimitri Verhulst met veel humor wordt beschreven. In dit boek bekent Verhulst dat hij (tijdelijk) hetzelfde pad is opgegaan.

De reden voor deze “zomer van het grote zuipen en het grote snuiven” (p. 154) staat achteraan in het boek:

de ondubbelzinnige zelfdestructie manifesteerde zich een hele poos vòòr de eerste huilerige letter dit schrift bevuilde. Toen ik door een rancuneuze, zieke ex werd aangeklaagd voor verkrachting. Toen mijn uitlevering naar dat intrieste buitenland werd geëist. Toen ik de vernedering onderging mij te moeten verantwoorden voor iets wat ik niet had gedaan.” (p. 152)

Onze verslaggever in de leegte is een treurig relaas van een menselijke ondergang, maar zoals steeds: geweldig geschreven.

HipstamaticPhoto-605628119.309799.jpg

gelezen: Roald Dahl: De reuzenperzik

Uit! Voorgelezen aan mijn dochter Roos: De reuzenperzik van Roald Dahl, het verhaal van James Henry Trotter die in een reuzenperzik wegvliegt van zijn vreselijke tantes Spons en Spijker. Zijn medepassagiers in de pit van de perzik zijn ondermeer de Ouwe-Groene-Sprinkhaan, het Lieveheersbeest, de Regenworm en de Duizendpoot.

Na Matilda, De GVR en Daantje, de wereldkampioen opnieuw een geweldig avontuur van de geniale Roald Dahl, voor dochter én vader. In tengels: James and the Giant Peach. 🍑

HipstamaticPhoto-605265757.579222.jpg

gelezen: Haruki Murakami: Romanschrijver van beroep

Gelezen: Romanschrijver van beroep, een boek waarin de Japanse schrijver Haruki Murakami vertelt over zijn schrijverschap. In verschillende hoofdstukken (“een reeks essays”, noemt hij het zelf) heeft hij het over: hoe hij begon met schrijven toen hij nog een jazzclub uitbaatte in Tokio, literaire prijzen en hoe belangrijk hij die vindt (niet), wat originaliteit is, over het fysieke aspect van schrijven, over personages, over zijn doorbraak in het buitenland, over zijn schrijfritueel:

Bij een roman is het mijn regel om per dag zo’n tien pagina’s te schrijven, gerekend in Japans ruitjespapier voor vierhonderd lettertekens. Dat komt overeen met ongeveer tweeënhalve schermpagina op mijn Mac (…) ‘Zo doet een artiest dat niet,’ zullen sommige mensen misschien tegenwerpen. ‘Dat is toch als in een fabriek?’ Tja, daar zeg je wat. Misschien is dat inderdaad niet hoe een kunstenaar het doet. Maar waarom moet een romanschrijver zich als een kunstenaar gedragen? Wie heeft dat in godsnaam ooit bepaald? Niemand, toch? We mogen romans schrijvenop de manier die we zelf willen. Zodra je inziet dat je helemaal geen kunstenaar hoeft te zijn, is dat ineens een pak van je hart.” (p. 116 – 117)

Een fascinerende blik in de schrijfkeuken van een intussen klassiek auteur, die zijn eigen carrière met een prachtige verwondering bekijkt.

Ik sprak veel over Murakami met Leen Demaré in de podcast ‘drie boeken’. Boek gekocht in de nieuwe boekhandel Luddites Books & Wine in Antwerpen.

HipstamaticPhoto-604773224.171281 3.jpg

gelezen: John Higgs: The KLF. Chaos, Magic and the Band who Burned a Million Pounds

Chaos en magie. Dit boek vertelt het verhaal van de Britse band The KLF, opgericht door Bill Drummond en Jimmy Cauty en wereldberoemd geworden met hits als Last Train to Transcental, 3am Eternal en Justified and Ancient samen met Tammy Wynette. Auteur John Higgs gaat op zoek naar de reden waarom ze op 23 augustus 1994 1 miljoen pond verbrandden op het eiland Jura naast Schotland.

Hij vertrekt vanuit The Illuminatus Trilogy, een boek van Robert Anton Wilson, passeert langs de wereldwijde desinformatiecampagne Operation Mindfuck en een soort magische traditie die hangt tussen mythologie, kritiek op de samenleving en complete nonsens. Wat zeker is: Drummond en Cauty gingen hun eigen weg, niet gehinderd door verwachtingen van anderen of van de muziekindustrie.

Als je één hoofdstuk in dit boek wil lezen, lees dan hoofdstuk 11. Over toen The KLF in 1992 openingsact was op de Brit Awards en de metalband Extreme Noise Terror inhuurde om hun hitsingle 3am Eternal aan flarden te brullen:

The band erupted into a thrash metal version of ‘3am Eternal’, although there were few in the audience who recognised it. Extreme Noise Terror had two vocalists, each barking lyrics in incomprehensible, atavistic grunts which sounded like a cross between Beelzebub and the Cookie Monster. Between them stood Bill Drummond, leaning on a crutch and smoking a fat cigar.” (p. 189–190)

Het plan om tijdens hun optreden een dood schaap aan stukken te hakken op het podium en de stukken karkas in het publiek te gooien, ging niet door. In plaats daarvan werd het dode schaap achtergelaten op de trappen van de aftershow-party. The KLF kreeg die avond nog de Brit Award voor beste band samen met Simply Red. Maar Drummond en Cauty waren al vertrokken en lieten de prijs ophalen door een ingehuurde motorkoerier.

Dit is een boek voor fans en liefhebbers van de geschifte wereld van The KLF en The Illuminatus Trilogy. Mét gratis inzichten over geschiedenis, samenleving en popmuziek, en hoe de muziekindustrie alles absorbeert in functie van geld verdienen, inclusief protest tegen zichzelf: “As the Situationists put it: ‘opposition to the spectacle can produce only the spectacle of opposition.’” (p. 197) Wel even doorbijten bij de filosofische stukken over magische verklaringsmodellen.

Gelezen na mijn interview met cartoonist Lectrr voor de podcast drie boeken.

HipstamaticPhoto-604444307.457061.jpg

gelezen: Jeroen Brouwers: Cliënt E. Busken

Zoals de filosoof al zei: elk nadeel heb zijn voordeel. Kunnen uitlezen tijdens een verblijf in het ziekenhuis na een hartoperatie: Cliënt E. Busken, de geweldige nieuwe roman van Jeroen Brouwers. Over een oude man in een rolstoel die in een bejaardentehuis woont dat hij beschrijft als een gevangenis.

Het boek bevat enkele van Jeroen Brouwers’ favoriete onderwerpen: Indië, de moederfiguur, doodsverlangen en genadeloos sakkeren op mensen. Maar hij goochelt met woorden, zinnen en taalregisters zoals hij nooit eerder gedaan heeft. (Brouwers wordt dit jaar 80.) Cliënt E. Busken is een duizelingwekkende warreling van taal en metaforen. Een verbluffend taalfeest. Een ongelooflijk boek van de grote meester.

HipstamaticPhoto-604003084.986329.JPG

gelezen: Tommy Wieringa: Totdat het voorbij is

Klein pareltje gelezen (63 pagina’s) van de onvolprezen Nederlandse schrijver Tommy Wieringa. Totdat het voorbij is bundelt korte stukjes en verhalen waarin zijn dochters en het vaderschap een rol spelen. Over dood en vergankelijkheid, over zijn eigen moeder, over kinderen en flesjes en luiers.

Een interviewster in Kortrijk vraagt of hij gelukkig is. “Hoe kun je ongelukkig zijn als je de wereld opnieuw ziet beginnen, zeg ik.” (p. 14) Een boekje van een verrukkelijke sensitiviteit.

Fragment, over een 8-jarige verlegen jongen op het voetbalveld die van zijn trainer harder achter de bal moet lopen:

Het is een harde wereld, die van deze man, begrijpt de jongen; hij zal koste wat kost proberen zich aan te passen. Om niet gewisseld te worden. Om niet getreiterd te worden en geen pispaal meer te zijn. Gaandeweg zijn leven zal hij zijn innerlijk pantseren en proberen zijn gevoelens te laten afsterven. Om bij de wereld te horen, zal hij erop moeten gaan lijken. Hij is op de groep aangewezen, zonder de groep is hij een zwevende punt in de duisternis; hij zal alles in het werk stellen om er niet buiten te vallen. Hij zal zijn verbijstering over het leven op aarde leren verbergen achter onverschilligheid, of, als dat niet genoeg is, achter bitter cynisme. Maar zijn diepe verlegenheid zal er niet door verdwijnen, niet werkelijk – ondergronds zal die hem altijd vergezellen.” (p. 52)

Gekocht in boekhandel Paard van Troje in Gent.

HipstamaticPhoto-603391366.786732.jpg

ook gelezen van Tommy Wieringa: De heilige Rita en Honorair Kozak.

gelezen: Thomas Heerma van Voss: Onzichtbare boeken

Dit mini-boekje (44 bladzijden) is het echt gebeurde verhaal van een kleine uitgeverij in Amsterdam: Babel & Voss, opgericht in 2009. Thomas Heerma van Voss vertelt met humor en smakelijke details over de opgang en de genadeloze neergang van de uitgeverij, waarvan hij zelf redacteur was.

Onzichtbare boeken gaat over boeken die veel aandacht krijgen in de pers, maar die nauwelijks zichtbaar zijn in de boekhandel, waardoor er bijna geen exemplaren van worden verkocht.

Dit boekje geldt als jubileum-uitgave van de uitgeverij zelf. Tweede druk zowaar. Gekocht in boekhandel Limerick in Gent.

HipstamaticPhoto-602327998.418448.jpg

gelezen: Daan Zonderland: Redeloze Rijmen

Uitgelezen op Gedichtendag 2020: Redeloze Rijmen van de Nederlandse dichter Daan Zonderland. Een bundel uit 1960 vol grappige, absurde versjes.

Daan Zonderland schrijft gedichten vol fantasie, vol dieren en plaatsnamen, vol taalgrappen en opzettelijk vergezochte woordspelingen, vol bizarre onmogelijkheden. Een feest van kleine absurditeit.

Daan Zonderland is het pseudoniem van Daan van der Wal. Hij overleed in 1977.

“In Limburg, in Grijzegrubben,
Daar woont een vreemde vis.
Dat dier dat heeft geen schubben,
Hetgeen zeer zeldzaam is.

Het beest heeft ook geen vinnen
En stelt het zonder staart,
En is dientengevolge
Gereserveerd van aard.

Maar daar staat tegenover
Dat voor een natte zoen
Diezelfde vis bereid is
Een koekoek na te doen.”
(p. 22)

Mij aangeraden door Hugo Matthysen (zij het niet persoonlijk). Uit het magazijn laten halen van stadsbibliotheek De Krook in Gent.

HipstamaticPhoto-602261466.242442.jpg

 

gelezen: Roald Dahl: Daantje, de wereldkampioen

Voorgelezen aan mijn dochter Roos: Daantje, de wereldkampioen van Roald Dahl, het onvergetelijke verhaal van Daantje die zijn vader helpt om fazanten te stropen in het bos van de rijke meneer Hazel.

Wat een onvoorstelbaar plezier om op deze manier zelf de boeken van Roald Dahl te leren kennen. Vòòr Daantje, de wereldkampioen las ik ook al Matilda en De GVR voor aan Roos.

HipstamaticPhoto-600507738.129448.jpg

de officiële website van Roald Dahl

gelezen: Alessandro Baricco: Zijde

Prachtig boekje gelezen: Zijde van Alessandro Baricco. Een pareltje van slechts 92 bladzijden over de Fransman Hervé Joncour, die midden de jaren 1800 naar Japan reist om zijderupsen te kopen voor zijn dorp. In Japan geraakt hij verliefd op een geheimzinnige vrouw…

Je zou kunnen zeggen dat het een liefdesgeschiedenis is. Maar als het niet meer was dan dat, zou het niet de moeite waard zijn haar te vertellen. Er komen verlangens in voor, en pijnen, die je heel goed kent, maar je hebt er geen echte naam voor om ze mee aan te duiden. Maar het is in ieder geval niet liefde. (Dat is al van oudsher zo. Als je geen naam hebt om de dingen mee te benoemen, dan gebruik je er een geschiedenis voor. Zo werkt dat. Al eeuwenlang.)” (p. 5)

Zijde is ongelooflijk fijn geschreven, in een prachtig (en grappig?) ritme, bijzonder poëtisch, zintuiglijk en ontroerend. Verslavend.

HipstamaticPhoto-600430219.563579.jpg

de website van Alessandro Baricco (Italiaans)

gelezen: Tommy Wieringa: De heilige Rita

Alweer een magistraal boek van de Nederlandse schrijver Tommy Wieringa gelezen: De heilige Rita.

Paul Krüzen woont samen met zijn vader in het dorpje Mariënveen in het oosten van Nederland, vlakbij de Duitse grens. Hij verkoopt militaire curiosa via internet. Zijn beste vriend is Hedwiges Geerdink, die een versleten winkeltje uitbaat. Voor het overige is er in het dorpje een bar-feestzaal die Shu Dynasty heet, en een bordeel net over de grens: Club Pacha. In het eerste hoofdstuk van De heilige Rita is alles en iedereen van belang al geïntroduceerd.

De meeste bewoners trekken weg uit het dorp. Wat overblijft, sterft langzaam uit. De plaatselijke bevolking ziet hun wereld bevolkt worden door buitenlanders: Chinezen baten de plaatselijke bar-feestzaal uit, de hoertjes in het bordeel komen uit Thailand, de verpleegster in het ziekenhuis is een Filipijnse, de dorpspriester een Braziliaan, de beveiligingsman een Pool, er is sprake van Oosteuropese dievenbendes in de streek, een gestrande Rus is er met Pauls moeder vandoor. 

Er gebeurt zo goed als niks in Mariënveen. Alles is bijna volledig tot stilstand gekomen. De sfeer in het hele boek is nostalgisch en oneindig droevig, alsof alles niks geworden is, alsof alle hoop verzwolgen is.

Tegelijk stralen de personages een berusting en aanvaarding uit, zoals we die kennen van bij Michel Houellebecq. Ook de seksuele beleving van de hoofdpersonages doet aan Houellebecq denken.

Al in de lift begon de herinnering aan de verpleegster te vervagen. Vroeger zou haar lieve gezichtje hem dagen hebben gekweld. Het was beter zo. Rustiger en beter. Dit leek Paul de eerste stap in de richting van de aanvaarding van de dood.” (p. 118)

De heilige Rita is een adembenemend boek van een absolute meester. Subtiel en zintuiglijk geschreven, rijk en schitterend. Dit is de zoveelste aanrader van Tommy Wieringa – het is werkelijk niet bij te houden.

De heilige Rita is de patroonheilige van de hopeloze gevallen. Wikipedia zegt: “Toen ze als jong meisje in haar wieg lag, vlogen er bijen in en uit haar mond die haar voedden met honing.

Ik heb het boek gekocht in boekhandel Grim in Hasselt.

HipstamaticPhoto-599916876.311229.jpg

Tommy Wieringa bij uitgeverij De Bezige Bij

gelezen: Mark Coenen: Italië voor idioten

Mark Coenen, columnist bij de krant De Morgen, is vroeger baas geweest van Canvas. Hij is ook mijn baas geweest bij Studio Brussel, net als zijn vrouw Isabelle – het zit als het ware in de familie. Samen hebben Mark en Isabelle een huis gekocht in een onooglijk dorpje in de streek Le Marche in Italië. Hij heeft daarover een boek geschreven: Italië voor idioten.

Het boek is een ode aan het leven in Italië, aan de natuur en het eten, ondanks onenigheid met buurtbewoners, slecht weer, een sporadische aardbeving en een overvloed aan euh… Italianen.

Italië voor idioten is ook erg openhartig. Het gaat over Mark Coenen zélf, hoe hij geniet, afziet, kankert, graag alleen is, hoe enkele mensen rondom hem kanker krijgen en hij zelf uiteindelijk ook. Hij schrijft over ongelukkig zijn in de hoogste regionen van de VRT:

“Ik begon de eeuwige politieke en andere spelletjes beu te worden en ging in overlevingsmodus. Geest afwezig, lichaam op automatische piloot. Pakje, dasje.
Bedachtzaam knikken was een kunst die ik tot in de perfectie beheerste. (…)
Ik zat tussen de ellendig lange vergaderingen door lustig te zeilen op het web, op zoek naar een betaalbare woning in Le Marche. Daarna ging ik routineus mijn gezicht ronddragen op het elfde, de etage waar de raad van bestuur zijn maandelijkse vergaderingen hield.” (p. 20-21)

Italië voor idioten is een boek vol verhalen en mensen, vol humor en inzichten, een boek vol leven. Ik heb het cadeau gekregen van de auteur. Bedankt Mark.

HipstamaticPhoto-598719107.551347.jpg

gelezen: Prince. The Beautiful Ones

Gekregen als kerstcadeautje en meteen uitgelezen: de zogenaamde memoires van popster Prince (maar niet echt: lees verder).

Prince besliste enkele maanden voor zijn dood in 2016 dat hij zijn memoires op papier wilde zetten. Hij zou dat doen samen met Dan Piepenbring van het literaire magazine The Paris Review. Maar toen stierf Prince, nadat hij slechts enkele kladpapiertjes had volgeschreven met een minimale aanzet tot een autobiografie.

Deze (28) bladzijden vormen de basis voor het boek The Beautiful Ones, aangevuld met oude foto’s uit het persoonlijke archief van Prince en afdrukken van songteksten.

Er zijn vier delen: over de jeugd van Prince, over de tijd dat hij zijn eerste album opnam, en dan gaat het in sneltreinvaart naar de eerste ideeën voor de film Purple Rain. Dan Piepenbring heeft enkel een inleiding bij elkaar mogen priegelen over zijn eigen (schaarse) ontmoetingen met Prince. En bij de foto’s tekstjes mogen zoeken die uit allerlei andere interviews komen. Terwijl de uitleg bij de foto’s in een soort notensysteem achteraan het boek staat.

Als autobiografie of aanzet tot memoires is het boek flauw, rommelig en teleurstellend. Wat het interessant maakt: de schat aan oude foto’s en afdrukken van zelf geschreven (song)teksten van Prince.

Intussen lees ik ook de (veel interessantere) Prince-biografie van Matt Thorne, het zot-encyclopedische Prince and the Purple Rain Era Studio Sessions 1983 and 1984 van Duane Tudahl, én vraag ik voor mijn nieuwjaar het gloednieuwe fotoboek My Name is Prince van Randee St. Nicholas.

HipstamaticPhoto-599132215.784288.jpg

de officiële website van Prince

gelezen: Ish Ait Hamou: Het moois dat we delen

Omdat iedereen het maar blééf aanraden, heb ik het boek eindelijk ook gelezen: Het moois dat we delen, de vierde roman van choreograaf, schrijver, Vilvoordenaar en all-round inspirerende figuur Ish Ait Hamou.

Het moois dat we delen is het aangrijpende verhaal van Soumia en Luc, een jonge vrouw en een oude man die elkaar ontmoeten; ze blijken een gemeenschappelijk verleden met zich mee te dragen.

Ish slaagt erin je mee te nemen in de leefwereld van alle personages in het boek, hoe verschillend hun achtergronden ook zijn, en dat is indrukwekkend. Bovendien schrijft hij loepzuiver, uiterst fijngevoelig en erg direct, over ons, vandaag, in een stad waar verschillende gemeenschappen proberen samen te leven. En hoe dat soms wel, en soms niét goed lukt.

Mooi boek van een prachtige vent.

PS: Niet letten op de vreemde strepen op de foto: mijn zoontje Bo (3 jaar) heeft ongevraagd zijn eigen handtekening op de cover van dit boek gezet.

HipstamaticPhoto-598870041.799354.jpg

de website van Ish Ait Hamou

gelezen: Don Delillo: White noise

Indrukwekkende klassieker gelezen: White noise, een roman uit 1985 van de Amerikaanse schrijver Don Delillo.

White Noise gaat over Jack Gladney, professor Hitlerstudies (!) aan een Amerikaanse universiteit, die ervan overtuigd is dat hij gaat sterven nadat een chemische wolk bij zijn huis in de buurt is gekomen. Ook zijn vrouw lijdt aan angst voor de dood; zij heeft zelfs meegewerkt aan een testprogramma voor een hoogtechnologische experimentele pil die doodsangst tegengaat.

De dood is overal rond Jack. Hij denkt erover na, hij discussieert erover met familie en collega’s, een vriend van zijn zoon traint om 67 dagen door te brengen in een afgesloten kooi vol gevaarlijke slangen. Zijn naam is Orest.

In zijn job is de dood paradoxaal genoeg nauwelijks aanwezig: de Hitlerstudies lijken vooral te gaan over ondermeer de hond van Hitler en over de laatste uren van Hitler in de bunker.

Voor de rest lijkt Jacks jongste zoon Wilder als enige de dood te kunnen verschalken. Wilder is in het boek een soort goddelijk wezen, immuun voor de wetten van leven en dood. Zijn vader en moeder willen voortdurend bij hem in de buurt zijn.

Don Delillo beschrijft zijn hoofdpersonage in de stedelijke omgeving waar hij woont: thuis, op de universiteitscampus, tussen de rekken van de supermarkt. Er is een voortdurende aanwezigheid van televisie op de achtergrond, en een verstrengeling van media en realiteit: Wat is echt? Wat is inbeelding? En overal is er afval; het boek staat vol beschrijvingen van vuilnis.

White noise is prachtig geschreven, met schitterende zinswendingen, een geweldige flow en een heerlijk rustige kadans. En het boek is rijk: het zit vol verwijzingen die ik als argeloze lezer zonder twijfel niét heb opgemerkt.

Hoogtepunt voor mij: het einde van het hoofdstuk waarin zoontje Wilder zeven uur aan één stuk gehuild heeft en niemand weet waarom. Als Wilder plots stopt met wenen, schrijft Delillo dit:

They watched him with something like awe. Nearly seven hours of serious crying. It was as though he’d just returned from a period of wandering in some remote and holy place, in sand barrens or snowy ranges – a place where things are said, sights are seen, distances reached which we in our ordinary toil can only regard with the mingled reverence and wonder we hold in reserve for feats of the most sublime and difficult dimensions.” (p. 94)

Ik heb White noise in het Engels gelezen. Bedankt Marc Buelens voor de tip.

HipstamaticPhoto-596395800.720647.jpg

gelezen: Herman Brusselmans: Prachtige ogen

Na lange tijd herlezen: Prachtige ogen, de debuutroman van Herman Brusselmans uit 1984.

Student Julius Cramp beslist op een dag dat hij ’s avonds niet terug naar huis gaat keren. Hij studeert Germaanse Filologie in de Blandijn in Gent maar brengt de hele dag in café De Poort door. Waar zo goed als niks gebeurt, op een passerende studentenbetoging na die uit de hand loopt.

De hoofdpersoon doet niks behalve pintjes drinken en observeren wat er rond hem gebeurt; hij is nauwelijks geïnteresseerd in iets. Vrouwen zijn trutten, mannen zijn klootzakken, er wordt de hele tijd gevloekt. Een bus is een stinkbus, een toilet is een zeiktoilet. Soms schemert er een spoor van melancholie door wat Julius vertelt, een besef van eenzaamheid, maar slechts zelden.

Eén van de helden van de hoofdpersoon is Holden Caulfield, het personage uit The Catcher in the Rye van J.D. Salinger. Ook de stijl en het woordgebruik van Brusselmans in dit boek is helemaal The Catcher in the Rye.

“Ik werd depressief bij die gedachte. Dat meen ik, ik werd er treurig onder. Je zou gezegd hebben: Hè vandaag gebeurt er een en ander, ik neem een belangrijk besluit, ik heb een wapen op zak, ik zie een waar massagevecht, ik zit naast een professor dus hèhè eindelijk gebeurt er ’s wat! En hèhè, weer gebeurde er natuurlijk niks. Ofwel was het nog te vroeg voor gebeurtenissen. Ofwel ging de hele rotzooi aan gebeurtenissen aan mij voorbij.” (p. 178)

Een nihilistisch boek, waarmee Brusselmans zich duidelijk wilde afzetten tegen de ‘échte literatuur’ met ‘relevante inhoud’, iets wat hij vandaag nog steeds doet.

HipstamaticPhoto-593453835.390216.JPG