gelezen: Thomas Rosenboom: De grote ronde. Een wandeling.

De Nederlandse uitgeverij Van Oorschot heeft een reeks wandelboekjes uitgegeven. Onder de noemer Van Oorschot Terloops neemt een auteur de lezer mee op zijn of haar favoriete wandeling.

Ik heb net (in de zetel) De grote ronde van Thomas Rosenboom gelezen. Hij beschrijft zijn dagelijkse wandeling door Amsterdam: van de Oudezijds Voorburgwal waar hij woont, naar het Ij, het station, en terug langs de Prinsengracht en de Amstel. Onderweg heeft hij zijn dagelijkse ontmoeting met de naakte lezende man, de toeristen en de Jaguar (de auto, niet het gelijknamige roofdier). Hij wijdt uit over de vogels in de stad, én vertelt wat de wandeling de afgelopen jaren voor zijn schrijven betekende:

Aangezien mijn vaste route geen enkele afleiding bood of aandacht vroeg, kon ik mij optimaal concentreren op het verhaal, en zonder nog veel van de omgeving gewaar te worden zonk ik dan al fabulerend weg in formuleren (…) Al bewegend kreeg ik veel makkelijker en meer ideeën dan gezeten aan mijn bureau, en zo vond ik onder het lopen nu eens een soepeler overgang tussen de scènes, dan weer een betere volgorde en soms ook, behalve losse zinnen, hele verhaallijnen of romanonderwerpen.” (p. 27-29)

De grote ronde, met zijn prachtige cover (een hond op een boot), bevat naast de tekst ook foto’s van onderweg en zelfs een kaartje door de auteur zelf getekend. Het boekje past in je binnenzak, om de wandeling helemaal zelf mee te volgen, wat ik dus niet gedaan heb.

De andere Van Oorschot-wandelboekjes zijn van Gerbrand Bakker, Bregje Hofstede en Marjoleine de Vos. Ik heb mijn exemplaartje gekocht in boekhandel Limerick in Gent.

HipstamaticPhoto-619383774.574390.jpg

gelezen: Tracy Johnson & Alan Burns: Morning Radio. A Guide To Developing On-Air Superstars.

Eentje voor de radiomakers. Net herlezen: Morning Radio, het beste radioboek ooit. De auteurs leggen van naaldje tot draadje uit hoe je als programmadirecteur met presentatoren aan de slag gaat, hoe een ochtendploeg werkt, hoe je een programma opbouwt. ‘Preparation, concentration and moderation’ staan centraal. Over humor, emotie, telefoneren, een band maken met je publiek, maar ook over research, vergaderen en nieuw talent aannemen.

Tussen de regels lees je voortdurend dat radio een job is. Niks is toeval; succes wordt bedacht, voorbereid en geproduceerd. Dit boek ademt inzet, ernst en ambitie. Professionaliteit is een vanzelfsprekendheid. Twintig jaar oud maar nogmaals: het beste radioboek ooit. Bijbel voor radiofreaks.

HipstamaticPhoto-619189334.460593.jpg

gelezen: Aan een karakter. Brieven aan Jeroen Brouwers

Op 30 april 2020 is Jeroen Brouwers tachtig geworden. Voor zijn verjaardag heeft zijn uitgeverij Atlas Contact een boek uitgebracht met 26 brieven van kunstenaars en schrijvers. Een boek dat het meesterschap van de jarige bewijst door zijn eigen wisselende kwaliteit: een brief schrijven, laat staan een boek, vergt vakmanschap, en dat is niet elke feestvierder gegeven.

De brieven komen van collega-schrijvers, vrienden, bewonderaars en kennissen, verschillende onder hen hebben met Brouwers al lang geen contact meer gehad. Er zijn mooie brieven van fotograaf Stephan Vanfleteren en van Dimitri Verhulst, er is een prachtige, diep ontroerende brief van acteur Dirk Roofthooft. En er zijn iets minder interessante brieven van mensen die proberen om de grootmeester zelf uit te hangen, via zinnen volgestouwd met citaten uit zijn werk. Exact wat ik ook zou doen.

Als je brieven wil lezen, lees dan liever de brievenboeken van Jeroen Brouwers zélf. Ze heten Kroniek van een karakter (vandaar de titel ‘Aan een karakter’). Ze zijn schitterend, grappig, meesterlijk, kortom: een grote aanrader. Nog meer na lezing van dit huldeboek.

Je wordt 80, jandorie.
De vader die ik niet heb te vermoorden wordt tachtig.
Zoals ik het mij voorstel heb je zin om de kaarsen op jouw verjaardagstaart uit te pissen.” (Dimitri Verhulst, p. 170)

HipstamaticPhoto-619035226.470641.jpg

gelezen: Roland Jooris: Als het dichtklapt

Als het dichtklapt is een dichtbundel van Roland Jooris uit 2005. Jooris is de meester van de sfeerschepping met een minimum aan woorden. De ultieme verdichting van de taal. In zijn – vaak korte – gedichten is er sprake van tijd, duizeling, schemering en vervaging. Hij laat in deze bundel oude dozen geuren, snaren spannen, poëzie schuren. Fabelachtige dichtkunst.

Een gedicht uit de cyclus Onderdak:

Vorm

Onuitgesproken in een klomp
hebben vingers de aarde
gemompeld

We hebben het ongrijpbare
steeds vaster binnenwaarts
geduwd

Het valt te raden hoe
in gebaldheid huilen schuilt
alsof het schoonheid is

(p. 43)

Ik heb deze bundel ontleend in stadsbibliotheek De Krook in Gent.

HipstamaticPhoto-618840740.521651.jpg

gelezen: Willem Elsschot: Villa des Roses

Ik heb de debuutroman van Willem Elsschot uit 1913 gelezen: de heerlijke klassieker Villa des Roses.

Villa des Roses gaat over een aftands pension in Parijs uitgebaat door mevrouw Brulot, die een aapje als huisdier heeft en een man. Zij leidt het pension met een slinkse gierigheid: ze probeert zoveel mogelijk extra geld te slaan uit haar klanten door allerlei trucjes te gebruiken. Zo bespaart ze op het levensonderhoud van de hoogbejaarde kleptomane madame Gendron door uitstapjes te factureren die niet plaatsvinden, door haar eau de cologne te vervangen door water en haar poederdoos te vullen met aardappelmeel.

Het hoofdverhaal gaat over het nieuwe dienstmeisje Louise, die weduwe is, een zoontje heeft en verliefd wordt op één van de gasten: de Duitser Grünewald. Maar het zijn vooral de nevenverhalen die het boek onweerstaanbaar maken: het voortdurende gesjoemel van mevrouw Brulot, de jammerlijke dood van Gustave Brizard, de appelsienendiefstal van madame Gendron.

In zijn nawoord noemt Elsschotkenner Eric Rinckhout Villa des Roses een boek over bedrog en hypocrisie. Het allegaartje van gasten in het pension wordt door Elsschot geniaal grappig getekend, in zijn gekende droge stijl. Ondanks de hoge leeftijd van het boek blijft Villa des Roses een geweldige aanrader. Elsschot in de roos.

Ik heb Villa des Roses ontleend in stadsbibliotheek De Krook in Gent. Recent las ik van Willem Elsschot ook Kaas en Lijmen/Het been.

HipstamaticPhoto-618678096.683243.jpg

gelezen: Louis Paul Boon: Mieke Maaike’s obscene jeugd

Eindelijk gelezen: Mieke Maaike’s obscene jeugd, de beruchte roman van de Aalsterse schrijver Louis Paul Boon uit 1972. Berucht voor zijn schunnigheid. (het boek én de schrijver) Het exhibitionistische, vroegrijpe hoofdpersonage Mieke Maaike vertelt over haar erotische avonturen met vaders van vriendinnetjes, jonge jongens, getrouwde mannen, pastoors en al het mannelijks dat op haar pad komt.

Louis Paul Boon heeft duidelijk bijzonder veel schrijfplezier beleefd aan dit boek. Het zit vol grappige elementjes en seksuele woordspelingen, maar de basis is pure porno, met de ene uitspatting en perversiteit na de andere. Er wordt gevoeld gelikt gevingerd geneukt geplast gespoten. Bovendien speelt het grootste deel van het verhaal zich af tussen Mieke Maaikes negende (!) en haar zestiende jaar, en dat heet: pedofilie.

Op de achterflap wordt het boek “frivool-erotisch” genoemd maar dat is een complete miskenning van de zware pornografie die van de pagina’s spat. Mieke Maaike’s obscene jeugd bevat naast pedofiele scènes ook incest, sadisme en enkele vormen van kindermisbruik. Het is bij momenten schokkend. Bedacht en geschreven door een volwassen man, is deze roman eigenlijk kinderporno.

In zijn schitterende, hilarische voorwoord uit 2018 vertelt Ilja Leonard Pfeijffer dat de scènes in het boek zò grotesk en bij de haren getrokken zijn, dat het als een parodie kan gezien worden, een pastiche, een satire. Maar dat het tegelijk vooral keiharde porno is. Dat het boek omwille van de leeftijd van het hoofdpersonage nu niet meer uitgegeven zou kunnen worden.

Ik heb dit boek ontleend in stadsbibliotheek De Krook in Gent. Eerder las ik van Boon ook De Kapellekensbaan en Mijn kleine oorlog.

HipstamaticPhoto-618522151.901714.jpg

gelezen: J.M.G. Le Clézio: Refrein van de honger

Refrein van de honger is een roman uit 2008 van de Franse schrijver Jean-Marie Gustave Le Clézio, die in datzelfde jaar de Nobelprijs voor literatuur kreeg.

Het is het verhaal van Ethel, die in Parijs woont en ziet hoe haar rijke familie langzaam alles verliest. Eerst loopt het financieel mis, daarna breekt de tweede wereldoorlog uit en moeten ze van de hoofdstad vluchten naar Nice, waar ze armoede en zelfs honger lijden.

De familie van Ethel verliest niet alleen haar rijkdom en huis, maar ze verliezen ook hun eer en hun positie in de rijke Parijse milieus; Ethel verliest haar dromen en ze ontdekt gaandeweg de zwakheid van haar ruziënde ouders.

Le Clézio beschrijft in dit boek de Franse samenleving in aanloop naar en tijdens de tweede wereldoorlog, steeds bekeken vanuit de opgroeiende Ethel en haar gevoelsleven. Een centrale positie in het boek krijgt de Vélodrome d’Hiver, de velodroom waar de buitenlandse joden van Parijs in juli 1942 na een razzia bijeengebracht werden om van daaruit naar de uitroeiingskampen te worden gedeporteerd. Ook het muziekstuk de Bolero van Ravel is belangrijk; het lijkt in dit boek de oorlog te symboliseren:

De Boléro is geen willekeurig muziekstuk. Het is een profetie. Het vertelt de geschiedenis van een woede, een honger. Als het in alle heftigheid eindigt, is de stilte die volgt verschrikkelijk voor de verdoofde overlevenden.” (p. 184)

Refrein van de honger is een fijn en indrukwekkend boek dat getuigt van een rustig, beheerst meesterschap. De Franse titel is Ritournelle de la faim. Ik heb het boek ontleend in stadsbibliotheek De Krook in Gent.

HipstamaticPhoto-618002286.419836.jpg

gelezen: Charles Dickens: Grote verwachtingen

Ik heb Great expectations gelezen, de grote klassieker uit 1860-1861 van de Britse schrijver Charles Dickens. Het verscheen oorspronkelijk in afleveringen in zijn eigen tijdschrift All the Year Round.

Grote verwachtingen is het verhaal van de weesjongen Pip, die opgroeit bij zijn hardvochtige zuster op het arme platteland van het 19de eeuwse Engeland, tot hij een mysterieus fortuin tot zijn beschikking krijgt. Hij verhuist naar de grootstad Londen om daar zijn ‘grote verwachtingen’ waar te maken.

Het verhaal is spannend, grappig en ontroerend, de opbouw indrukwekkend. Dickens is een meester in het beschrijven van locaties en landschappen. Hij maakt een schitterend contrast tussen het mooie, rustige platteland en de vuile, jachtige stad.

Maar het strafste aan dit boek zijn wellicht de personages: elke figuur is briljant bedacht en tot in de fijnste details beschreven. De oude juffrouw Havisham, de mooie Estella, Pips zus mevrouw Joe Gargery en haar zachtaardige man Joe, de hatelijke werkman Orlick, de zwerver Magwitch, de advocaat Jaggers. Elk personage is onvergetelijk. Het is een encyclopedie van menselijke zwakte, hoogmoed, kortzichtigheid en grootsheid.

Great expectations gaat over liefde, armoede en rijkdom, geluk en ongeluk en wordt beschouwd als één van de beste romans uit de wereldliteratuur. Ik heb het ontleend in stadsbibliotheek De Krook in Gent.

HipstamaticPhoto-617745324.369478.jpg

gelezen: Roald Dahl: De fantastische Meneer Vos

Nog een Roald Dahl voorgelezen aan mijn dochter Roos (en zo ook zelf ontdekt). Fantastic Mr Fox verscheen in 1970 en gaat over de vader van een familie vossen die erin slaagt om voedsel te stelen onder de ogen van zijn aartsvijanden: de boeren Bolus, Bits en Biet. Zij proberen de vossenfamilie met de grote middelen uit te roeien.

De fantastische Meneer Vos is een heerlijk verhaal vol fantasie en met een weinig glorieuze rol voor de agrarische sector. Eerder lazen we ook al Matilda, Sjakie en de chocoladefabriek, Joris en de geheimzinnige toverdrankDe Griezels, De reuzenperzik, De giraffe, de peli en ikDe GVR en Daantje, de wereldkampioen. (En nu zijn de Roald Dahls tijdelijk op. Heksen vindt Roos te griezelig.)

HipstamaticPhoto-617738326.059063.JPG

gelezen: Sander Kollaard: Uit het leven van een hond

Merkwaardig boekje; ik heb Uit het leven van een hond gelezen, de roman waarmee de Nederlandse schrijver Sander Kollaard de Libris Literatuur Prijs 2020 won.

Uit het leven van een hond is het verhaal van de alleenstaande verpleegkundige Henk van Doorn. Henk is 56 jaar en ontdekt dat zijn hond Schurk aan hartfalen lijdt. De ziekte van zijn hond doet hem nadenken over zijn eigen leven. Hij vertelt over zijn scheiding, de relatie met zijn broer en de liefde voor zijn nichtje Rosa. Je voelt hoe hij weinig aansluiting vindt bij mensen en graag in boeken vlucht. Het lijkt een eenvoudige schets van een gewone man met een klein leven, een bespiegeling over de tegenstelling tussen levenslust en de dood die steeds naderbij komt.

Merkwaardig aan dit boek is dat de titel (én de prijs die het kreeg) een verwachting van grootsheid schept, een dramatiek suggereert die nooit aanwezig is in het boek. Integendeel, wat Sander Kollaard net doet is elk mogelijk dramatisch cliché zorgvuldig uit de weg gaan. Alles wat je als lezer verwacht, en wat het geheel dramatisch kan maken, gebeurt niét. Daardoor is Uit het leven van een hond bij uitstek een anti-spektakelroman. Een verhaal over de kleinheid van een leven, met een onopvallende hoofdfiguur, een verhaal over een man met een hond, en een hart dat klopt.

Het hart klopt, denkt Henk van Doorn als hij wakker wordt, en het bloed stroomt. Goedbeschouwd is dat het verstandigste wat je erover kunt zeggen.” (p. 9)

HipstamaticPhoto-616929022.470521.jpg

de website van Sander Kollaard

gelezen: Roald Dahl: Joris en de geheimzinnige toverdrank

Ik lees voor mijn dochter Roos alle boeken van Roald Dahl voor. Vandaag hebben we Joris en de geheimzinnige toverdrank uitgelezen. Over het jongetje Joris dat op zijn vreselijke grootmoeder moet passen en voor haar een toverdrank klaarmaakt die alles bevat wat hij in huis kan vinden…

Eerder lazen we ook al Matilda (2 keer), Sjakie en de chocoladefabriek, De Griezels, De reuzenperzik, De giraffe, de peli en ikDe GVR en Daantje, de wereldkampioen.

HipstamaticPhoto-616266906.513224.jpg

gelezen: Willem Elsschot: Lijmen/Het been

Lijmen en Het been zijn twee klassieke verhalen van de Antwerpse schrijver Willem Elsschot. Lijmen dateert van 1923, het vervolgverhaal Het been verscheen in 1938. De verhalen gaan over de meedogenloze commerçant Boorman en zijn secretaris Frans Laarmans.

Boorman is uitgever van het Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen maar noemt zichzelf handelaar in papier. Elke editie van zijn tijdschrift bevat een reportage over een bedrijf en wordt door Boorman ook enkel aan dat bedrijf verkocht. Op sluwe wijze slaagt hij erin zijn klanten tienduizenden nutteloze exemplaren van het Wereldtijdschrift aan te smeren. Tot hij zijn vaste truc uithaalt bij de oude Brusselse firma Lauwereyssen die keukenliftjes maakt, en alles misloopt.

Willem Elsschot baseerde zich voor deze verhalen op het echt bestaande tijdschrift La Revue Continentale Illustrée: industrie, finance, commerce, éducation, van zijn vriend Jules Valenpint (bron: Wikipedia), waarvoor hij zelf schreef. Lijmen/Het been gaat over een man (Laarmans) die zich slecht thuisvoelt in de commerciële wereld waarin hij belandt (net zoals in Kaas). Elsschot beschrijft kurkdroog en genadeloos de wereld van de commercie, van de Vlaamse ambtenarij, én de absurditeit van het land waarin wij leven.

HipstamaticPhoto-615926616.846350.jpg

Gelezen: Willem Elsschot: Kaas

Herlezen: Kaas, de geniale Vlaamse klassieker uit 1933 van Willem Elsschot. Kaas gaat over Frans Laarmans, een eenvoudige klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company in Antwerpen, die een carrière als groothandelaar in kaas opstart. Laarmans laat zich door een invloedrijke vriend beïnvloeden om contact op te nemen met kaashandelaar Hornstra in Amsterdam en zijn vertegenwoordiger voor België en Luxemburg te worden. Ze beginnen met een lading van twintig ton volvette Edammer:

Klein beginnen is voorzichtig, zei opeens Hornstra, die zeker vond dat ik lang genoeg had nagedacht. Ik zend u de volgende week twintig ton volvette Edammer in onze nieuwe patentverpakking. En naargelang u die verrekent, zal ik uw voorraad aanvullen.” (p. 26)

Waarop Laarmans zich ziek meldt op kantoor, op zoek gaat naar een bureaumeubel, briefpapier bestelt, een schrijfmachine huurt en personeel zoekt; alles dus behalve kaas verkopen.

Elsschot beschrijft genadeloos en vol humor de onafwendbare mislukking van de onderneming van arme ziel Laarmans, die zich door zijn naïviteit en eergevoel laat meetrekken in iets waar hij noch de ondernemingszin, noch het talent voor heeft. Schitterend. 

Aangeraden door Mohamed Ouaamari in de podcast ‘drie boeken’.

HipstamaticPhoto-615275497.093469.jpg

gelezen: Randee St. Nicholas: My Name is Prince

Uit: dit grote fotoboek uit 2019 van Randee St. Nicholas, jarenlang de vaste fotografe van Prince. Een boek vol foto’s van shoots, concerten en backstagemomenten. Het is smullen van de prikkelende backstageverhalen van de fotografe.

Dat andere fotoboek van Randee St. Nicholas, 21 Nights, is een uitgebreider verslag van de concertreeks van Prince in de O2 Arena in Londen.

HipstamaticPhoto-615058912.722068.jpg

gelezen: Mohamed Ouaamari: Groetjes uit Vlaanderen

Gelezen: Groetjes uit Vlaanderen, waarin schrijver en columnist Mohamed Ouaamari over de afgelopen 30 jaar in Vlaanderen vertelt vanuit zijn standpunt als Marokkaanse Antwerpenaar en moslim. Over de verwaarlozing van de Seefhoek, de opkomst van extreem-rechts en de reactie daarop van mensen als Dyab Abou Jahjah en Fouad Belkacem.

Een hallucinant moment in het boek is 12 september 2001, de dag na de aanslagen in New York, als hij als 10-jarige Mohamed voor het eerst wordt aangesproken op zijn geloof. Voorheen was hij gewoon een Belgische Marokkaan en was zijn geloof een bijkomstigheid. Die dag veranderde hij voor de klas – en voor de ogen van de wereld – in een moslim. Hij en alle moslims op aarde.

Het boeiende aan het boek is dat je Vlaanderen voor het eerst te zien krijgt vanuit de blik van een Marokkaans jongetje geboren in het jaar van de eerste zwarte zondag, toen het Vlaams Blok een enorme verkiezingsoverwinning behaalde. Daarna wordt hij een jonge moslim (na september 2001) en uiteindelijk een volwassen moslim met een baard.

Over hoe ‘Belg’ genoemd worden onder de Marokkaanse jongetjes op het pleintje als een belediging gold. Over hoe Belgische en Nederlandse Marokkanen op vakantie in Marokko even hard blijken te verschillen als niet-Marokkaanse Belgen en Nederlanders, en dezelfde rivaliteit hebben.

Boek gekregen van de uitgeverij. Foto genomen bij de auteur thuis. Binnenkort kiest Mohamed Ouaamari drie boeken die je moét gelezen hebben als gast in mijn podcast ‘drie boeken’.

HipstamaticPhoto-614100209.710930

gelezen: Roald Dahl: De Griezels

Onder het motto: ‘in een boek zoeken we uiteindelijk toch altijd onszelf’. Voorgelezen aan mijn dochter Roos: een klein boekje in het oeuvre van Roald Dahl: De Griezels. Het verhaal van de vreselijke Meneer en Mevrouw Griezel die apen gevangen houden in hun tuin en elke week vogels vangen met lijm om er vogelpastei van te bereiden. Maar de dieren nemen wraak!

Eerder lazen we ook al Matilda (2 keer), Sjakie en de chocoladefabriek, De reuzenperzik, De GVR en Daantje, de wereldkampioen. Leve Roald Dahl!

HipstamaticPhoto-614100421.953166

gelezen: Roald Dahl: Matilda

Opnieuw (voor de tweede keer) voorgelezen aan mijn dochter Roos: Matilda, het onvergetelijke verhaal van Roald Dahl over het kleine meisje Matilda dat het opneemt tegen het kwade schoolhoofd Juffrouw Bulstronk. Matilda heeft zichzelf leren lezen en is dol op boeken:

De boeken voerden haar mee naar nieuwe werelden en lieten haar kennis maken met wonderlijke mensen die opwindende levens leidden. Ze voer mee op oude zeilschepen van Joseph Conrad. Ze ging naar Afrika met Ernest Hemingway en naar India met Rudyard Kipling. Ze reisde de hele wereld rond in haar kleine kamertje in een Engels dorp.” (p. 20)

Samen met Roos las ik ook al Sjakie en de chocoladefabriek, De reuzenperzik, De GVR en Daantje, de wereldkampioen.

HipstamaticPhoto-613159517.901516

gelezen: Jack Kerouac and William S. Burroughs: And the Hippos Were Boiled in Their Tanks

Een literair curiosum van twee grootheden van de Beat literatuur, die pas tien jaar na dit schrijfsel hun meesterwerken zouden publiceren. And the Hippos Were Boiled in Their Tanks is een roman uit 1945 die de toen onbekende Jack Kerouac en William S. Burroughs samen schreven. Gebaseerd op het echt gebeurde verhaal van hun vriend Lucien Carr en pas 60 jaar later gepubliceerd, in 2008.

Het verhaal speelt zich af in New York tijdens de tweede wereldoorlog. In de no-nonsense schrijfstijl van zowel Kerouac als Burroughs, vertellen ze met veel details het leven van hun groep vrienden waartoe ook Allen Ginsberg behoorde. Ze praten, gaan samen uit in het Greenwich Village van de jaren 1940, en twee van hen zoeken een schip om als matroos mee te varen, ze willen in Parijs geraken. Burroughs vertelt vanuit zijn standpunt als het personage Will Dennison, Kerouac vertelt de andere hoofdstukken als het personage Mike Ryko.

In zijn biografie zegt Burroughs over dit boek: “Kerouac and I were talking about a possible book that we might write together, and we decided to do Dave’s death. We wrote alternate chapters and read them to each other. There was a clear separation of material as to who wrote what. We weren’t trying for literal accuracy at all, (just) some approximation. We had fun doing it.” (Afterword p. 195)

Ik kocht het boek jaren geleden in de legendarische City Lights Bookstore in San Francisco. De uitgeverij City Lights Books publiceerde in 1956 het controversiële gedicht Howl van Allen Ginsberg, opgedragen aan diezelfde Lucien Carr.

HipstamaticPhoto-613073689.186086 2

gelezen: Barack Obama: Dreams from My Father

Herlezen: het eerste boek van Barack Obama, gepubliceerd in 1995, lang vòòr hij president van de Verenigde Staten werd. In Dreams from My Father, A Story of Race and Inheritance vertelt Obama over de eerste jaren van zijn leven en over de zoektocht naar zijn identiteit, naar zijn plaats als zwarte man in de Verenigde Staten, in een cultuur waarin een donkere huidskleur altijd onvermijdelijk met een problematiek geassocieerd wordt.

Het verhaal gaat van zijn jeugd in Hawaï en Indonesië naar zijn studententijd in New York en zijn werk als gemeenschapswerker voor de armere, zwarte gemeenschap van de South Side in Chicago, het begin van zijn politieke engagement.

In het derde deel van het boek gaat Obama op zoek naar zijn roots in Kenia, waar hij zijn familie bezoekt en het verhaal van zijn vader hoort, hoe Obama senior eigenzinnig vanuit zijn gemeenschap naar de Verenigde Staten verhuisde. Het boek stopt vòòr de politieke carrière van Obama begint. Op de laatste bladzijden vertelt hij nog net over zijn huwelijk met Michelle Obama.

Dreams From My Father is een monumentaal boek, een indrukwekkende tocht door het hoofd en het leven van één van de meest bewonderde en inspirerende mensen van onze recente geschiedenis. Qua opbouw is het een parel: het begint met een telefoontje dat meldt dat zijn vader gestorven is; het eindigt met Baracks bezoek aan het graf van zijn vader in Kenia, en een diepe bewustwording van zijn plaats in de samenleving. En dan is er de schrijfstijl van Obama die we kennen van zijn legendarische speeches: bevlogen, ideologisch, verhalen vertellend maar altijd met een hogere bedoeling. Nadruk op de hoop, het goede, het positieve in de mens.

Ik heb genoten van begin tot einde. Ik heb Dreams from My Father in kleine stukjes in het Engels gelezen, telkens voor het slapengaan. Nu begin ik aan The Audacity of Hope, zijn tweede boek. Intussen is het uitkijken naar Obama’s nieuwe boek over zijn presidentschap.

HipstamaticPhoto-612199327.697694