Flamingo!

We zitten in de auto en spelen Dier in je hoofd. Iemand denkt aan een willekeurig dier en de anderen moeten raden aan welk.

Roos is aan de beurt. Iedereen behalve Roos weet nu al dat het antwoord flamingo zal zijn; Roos heeft in 98 procent van de gevallen een flamingo in haar hoofd. Soms ook wel eens: “Willy de poes” of “mijn blauwe prinsessenjurk”, maar dat is uitzonderlijk.

De hele auto doet vrolijk mee. Dit is een kwestie van tijd winnen. Elke vijf minuten dat we zoeken naar een dier in een hoofd, wordt er niet geweend, geklaagd dat het te lang duurt of meegedeeld dat er dringend pipi gedaan moet worden.

Een flamingo dus. Denken we.

“Is het blauw?” Niet te obvious beginnen. Dit spelletje mag lang duren.

De eerste vraag moet altijd gaan over de kleur van het dier; niet over de woonplaats, het aantal poten of de graad van domesticatie. In dat geval volgt er hevig protest van dochtermans. We zoeken altijd eerst: de kleur.

“Neen.”

“Is het geel met bruine vlekken?” Soms, héél soms, is het dier een giraf.

“Neen papa!”

“Is het dier roze?”

“Ja!”

Nu is het een kwestie van zorgvuldig manoeuvreren richting flamingo, via het varken en nog een paar domme fouten tussendoor, om wat lachsalvo’s aan de achterbank te ontlokken.

“Heeft het vier poten?”

“Ja!”

Algemene verwarring vooraan in de auto. Vader en moeder wisselen blikken van verstandhouding. Dochter zit onverstoord op de achterbank naar de wolken te kijken. Zou het toch een varken zijn?

“Woont het op de boerderij?” Nu mag het.

“Neen.”

Opnieuw verstomming. Een varken dat niet op de boerderij woont? Hebben we iets over het hoofd gezien? Zijn er meer dan twee roze dieren? Heeft Roos een regenworm met vier poten in haar hoofd? (Een regenworm woont op het veld.)

We hadden tòch gewoon Het spel van de rode auto’s moeten spelen. Of Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Of konijntjes zoeken in de wolken. Of luisteren naar de cd van De Piepkes of Kabouter Korsakov.

“Woont het in de dierentuin?” Een angstige spanning vult de auto. Een bang vermoeden. Zou het?

“Ja!”

Lap. Ze heeft ons weer liggen. Het is toch een flamingo. Het is altijd een flamingo. Die vier poten waren een onbewuste misleiding, nu al compleet vergeten, verzwolgen door de tijd (anderhalve minuut), opgelost in de wolken (ze lijken op een konijn).

“Is het een flamingo?”

“Ja mama! Mama heeft gewonnen!” Dolenthousiast vanop de achterbank. “Nu heeft papa een dier in zijn hoofd. Is het blauw?”

fullsizerender-2

Een gedachte over “Flamingo!

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s