Christophe Lambrecht

Prince zingt Take Me With U, het is maandag 6 mei en ik rijd naar huis na mijn radioprogramma. Een moeizame, zinloze ochtendshow waarin alles scheef zat en elke lach groen was. Een ochtendshow op een ander radiostation, waarin de dood van Christophe Lambrecht toch voelbaar was in alles. Gisteren vernomen dat hij compleet onverwacht gestorven is; hij was maar twee jaar ouder dan ik. We hebben jaren samen doorgebracht in een mini-bureautje op de VRT, tijdens onze beginjaren bij Studio Brussel. Chris Dusauchoit was er ook, Peter Verhulst, Lieven Van Gils en een witte engel genaamd Roos Van Acker.

Lou Reed: Walk on the Wild Side. Ik zag Christophe laatst nog op het afscheid van Luc Janssen tijdens een uitzending van Radio 1 in de AB Club in Brussel. We mochten er allebei ons zegje doen over het legendarisch gehalte van het feestvarken. Geen mens kon toen vermoeden dat Christophe Lambrecht de man in de zaal was met nog het minste aantal levensdagen op de teller. We zaten naast elkaar en praatten een beetje over muziek, over Luc Janssen en over de vernieuwingen bij Studio Brussel; hij zei dat het goed ging.

Ik rijd over de E40 en de radio staat veel te hard, de hele tijd al, als om mijn oren dicht te proppen tegen ongewenste gedachten. Mykonos van Fleet Foxes. Gisteravond en vanochtend zijn een waas, met huilende mensen aan de lijn die onverstaanbare dingen zeiden, met tweets en lieve berichtjes van collega’s die ik soms al vijftien jaar niet meer gehoord had. Medeleven en sterkte. Safe From Harm. Ik heb de ochtendshow op Qmusic die ik zelf mee gepresenteerd heb vanmorgen, maar half gehoord.

Studio Brussel is sinds gisteravond overgeschakeld op non-stop muziek en draait nu de hele tijd Christophes favoriete platen, net nu hij ze zelf niet meer kan horen. Sugarman, Underworld, Jungle, Nick Cave met Red Right Hand. Overal stemmen die hetzelfde zeggen: hij was de zachtste, de liefste en de beste. Hij was een radiomonument. De mooiste stem van Vlaanderen. 

Waarom kan het pas als iemand dood is? Die golven van liefde die over je heen komen, al die mensen die zeggen dat ze van je houden. Hij had hierbij moeten zijn; hij had dit moeten horen. Maar het is deel van het spel zeker, het is deel van het leven dat het pas mag als iemand er niet meer is. Fugitive Motel van Elbow.

Christophe Lambrecht stond voor: rust op de radio, rust en klasse. Hij presenteerde de voormiddag van 9 tot 12, het programma dat na de drukke ochtendshow komt. In de voormiddag moet je zwijgen en muziek draaien, zodat je luisteraars rustig kunnen werken en de radio niet afzetten omdat er teveel geluld wordt. Christophe was een absolute meester in de zwaar onderschatte kunst om met een paar woorden iets zinnigs te zeggen tussen twee platen op de radio. Je moet het eens proberen. Het lukt je niet.

Ik zit alleen in de auto en ik luister naar de favoriete liedjes van Christophe Lambrecht op Studio Brussel. Na Nightcall van Kavinsky zegt iemand het telefoonnummer dat je kan bellen om een rouwbericht in te spreken, en het snoert mij de keel dicht. Christophe Lambrecht was 48 jaar. Gestorven aan een hartfalen. De enige mogelijke boodschap is: koester je liefdes en je vriendschappen, want het kan elk moment afgelopen zijn. Rust zacht, lieve man.

Christophe Lambrecht.jpg

gelezen: Louis Paul Boon: Mijn kleine oorlog

Gelezen: Mijn kleine oorlog van de Aalsterse schrijver Louis Paul Boon. Ik heb het boek verslonden in mijn studententijd, en nu herlezen omdat er een prachtige nieuwe uitgave is verschenen. Boon stierf in mei 1979, precies 40 jaar geleden.

gij (…), die geteisterd werd in uw have en goed, zoals ze dat noemen, maar die nog veel meer geteisterd werd in uw ziel, zijnde geëvacueerd geweest als een stuk vee en gedeporteerd als een misdadiger, gebombardeerd en gemitrailleerd en gefusilleerd en mee-geamuseerd als een leeg blik waarop de kinderen schoppen…” (p. 17)

Heb je de film Saving Private Ryan van Steven Spielberg gezien? Een film die elk frutseltje heldhaftigheid dat nog aan het begrip oorlog vasthing, voorgoed wegblies. Het enige wat overblijft is dood, honger en doffe ellende. Mijn kleine oorlog doet iets gelijkaardigs, maar dan met minder bombast, minder special effects en minder Hollywoodsterren.

Mijn kleine oorlog gaat over de tweede wereldoorlog, maar dan op zijn Louis Paul Boons. Hij verzint geen grote verhalen van moed, eer en vaderlandsliefde; hij vertelt de kleine, dagelijkse gebeurtenissen van mensen op straat tijdens de bezetting. Het boek gaat over de schaamte van de soldaat die tijdens de hele oorlog maar één keer iets heeft moeten doen en dat is vluchten, over de kleine man of vrouw uit de buurt, over roddels, gefluister en geruchten, over de dagelijkse honger, armoede en miserie van de oorlog.

En ge moet de kinderen uit de blokken werkmanshuizen zien lopen, met tussen hun magere benen en billetjes dikgezwollen knieën. En ze hebben de zenuwen, kinderen van twaalf en dertien jaar, ze hebben tering of ze zien niet goed meer of hebben krampen aan de maag, zodat ze zich liggen te wentelen van de pijn. En ge kunt geen huis binnengaan of men pist er in bed.” (p. 59)

Louis Paul Boon vertelt het ontroerende verhaal van het Joodse meisje Lea Lûbka dat sterft na haar bevrijding uit het concentratiekamp van Mauthausen. Hij vertelt over de terrorist bij hem thuis op bezoek die van het verzet blijkt te zijn, hij vertelt over zielige helden en kleine bedriegers, en altijd in zijn prachtige Vlaamse taal.

En niemand die binst de oorlog wist wat de Weerstand nu eigenlijk voor iets was, en vier dagen na de bevrijding iedereen die u zegt: ik was ook bij de Weerstand. En nu zeggen ze reeds: ik ben blij nooit in die Weerstand te zijn geweest, want het waren maar een hoop smerige communisten.” (p. 99)

Mijn kleine oorlog is schitterend in zijn Boonse eenvoud. Veel leesbaarder ook dan zijn meesterwerk De Kapellekensbaan. Een absolute aanrader. Een boek dat in een klimaat van extreme verrechtsing en oorlogstaal een nieuwe uitgave verdiende, en nu ook gekregen heeft. Met een voorwoord van Rudi Vranckx.

HipstamaticPhoto-579706775.128550.jpg

gelezen: Austin Kleon: Keep Going

Er is een nieuw boekje in de inspirerende reeks van de Amerikaanse tekenaar en schrijver Austin Kleon. Na Steal like an artist en Show your work! is er nu Keep Going, over tien manieren om creatief te blijven in goede tijden en slechte.

Een boek vol tips die je creativiteit ten goede komen, zoals: blijf spelen, leer neen zeggen, zorg voor een plaats waar je kan werken, negeer soms het aantal clicks, maak lange wandelingen, breng een vaste routine tot stand:

When you don’t have time, a routine helps you make the little time you have count. When you have all the time in the world, a routine helps you make sure you don’t waste it. I’ve written while holding a day job, written full-time from home, and written while caring for small children. The secret to writing under all those conditions was having a schedule and sticking to it.” (p. 15)

Om te lezen en af en toe te herlezen.

HipstamaticPhoto-577543702.114020.jpg

de blog van Austin Kleon

gelezen: Boudens: Het Lijden Van De Jonge Werner

Werner De Jonge vindt zichzelf een Auteur, een Veelbelovend Schrijver van Teksten. Hij doolt rond in Brussel, van zijn Schrijverscel naar terrassen waar hij talloze vazen Duvelbier, troggen spaghetti en koffies met rum nuttigt. Intussen ontmoet hij zijn muze, maakt hij boodschappenlijstjes en koopt hij schrijfgerief en etsen van ene Jean-Jacques in café Grain d’Orge. Eén ding doet hij niet: schrijven.

Onlangs gekocht in de uitverkoop van de KANTL – de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde – en nu gelezen: Het Lijden Van De Jonge Werner, een roman uit 1990 geschreven door Boudens, die toen vaak werd genoemd als aanstormend talent samen met Tom Lanoye en Herman Brusselmans.

Het is een grappig boek, een literatuurparodie over iemand die zich schrijver noemt maar nooit schrijft; over iemand die de rest van de wereld waardeloze prutsers vindt maar er niet in slaagt zelf iets voor elkaar te krijgen. Geschreven in de archaïsche taal die Brusselmans ook graag gebruikt (en Reve). Eerder genoten van zijn Op eenzame hoogte uit 2014.

HipstamaticPhoto-577359673.231556.jpg

gelezen: Niccolò Ammaniti: Kieuwen

Iedereen zegt al jaren dat ik de Italiaan Niccolò Ammaniti moet lezen. Bij deze mijn ontmaagding. Ik heb Kieuwen uit mijn lief haar boekenkast geplukt.

Kieuwen vertelt het knotsgekke verhaal van een vissenspecialist die naar India moet om een aquarium te bouwen. Daar komt hij terecht bij een misdadige plastische chirurg, de verschrikkelijke Subotnik, een soort Frankenstein-figuur die in een kasteel woont. De hoofdpersoon wordt lid van een avant-gardistische groep die muziek maakt in riolen. Ze ontmoeten ook de Groep Reiniging Verstopte Riolen onder leiding van ene Cubbeddu. 

Het hele boek lijkt wel geschreven door een 13-jarige met een fascinatie voor tieten, stront en afgehakte lichaamsdelen. Te gek voor woorden. Maar vaak hilarisch grappig en gedurfd.

Om een idee te geven, in dit stukje maken ze zich samen klaar om de verschrikkelijke Subotnik aan te vallen:

Morgennacht gaan we aanvallen. (…) We hebben een tijdbom gekocht van Afghaanse rovers, in twaalf afbetalingstermijnen. (…) 

‘Het zal niet gemakkelijk zijn de verschrikkelijke chirurg en zijn bende te verslaan. Als we alles eindelijk op orde hebben, kunnen we onze eerste cd maken. Ik vind de titel Het kabinet van de verschrikkelijke Subotnik wel erg goed. Wat vinden jullie daarvan?’ vraagt Osvald.

‘Niet slecht. We zouden ook een paar nummers kunnen opnemen met als special guest de Groep Reiniging Verstopte Riolen met hun launeddas. Cubbeddu, ben jij geïnteresseerd in zo’n project?’ vraagt Livia terwijl ze een stuk polenta roostert.” (p. 168)

HipstamaticPhoto-576860982.020008.jpg

Cinema Central

“Mag ik terug starten?” roept iemand luidkeels de zaal in.

Ik zit in Cinema Central in het Oost-Vlaamse Ninove. Zes minuten geleden is de pauze begonnen, halverwege een conversatie tussen Stan en Ollie, de Dikke en de Dunne. Stan en Ollie zaten aan tafel samen met hun vrouwen, er ontwikkelde zich een belangrijk gesprek over hun toekomstige carrière als komisch duo, Stan wilde iets zeggen en toen was het afgelopen. Midden in een zin.

Pauze. Hét moment waarop de helft van de filmzaal normaal naar buiten stormt om pipi te doen, de benen los te gooien, een nieuwe voorraad cola of popcorn in te slaan of de hond uit te laten. Hier niet. Iedereen blijft zitten. Iedereen, dat wil zeggen, de voltallige drie bezoekers.

Ik zit alleen in de zaal samen met een ouder koppel van wie ik enkel weet dat de vrouw een lichte fobie voor 3D-films heeft. Bij mijn aankomst was ze in een lange discussie verwikkeld met de uitbater van de filmzaal. Of ze liever wél of liever niét films in 3D bekijkt. Meer bepaald of ze de film Dumbo wil zien als die in 3D wordt vertoond maar dat ze eigenlijk liever geen 3D wil zien maar dat ze toch graag Dumbo wil zien ook al is het in 3D. De discussie gebeurde half in het Ninoofs en had niet echt een richting noch een ontknoping. Ze bestond vooral uit losse beweringen van de vrouw tegen de uitbater. Hij zat intussen in een piepklein hokje de ticketverkoop te verzorgen.

Zo gaat het in een kleine dorpscinema. Geen overbodig personeel dat in de weg loopt terwijl je alles gewoon alleen kan doen. Geen 7 soorten popcorn, geen 5 euro voor 100 gram snoep die overduidelijk maar 6 cent per kilo kost. Geen 2 euro om naar het toilet te gaan. Geen gsm’ende teenagers in de zaal die voedsel en schrijfgerief naar elkaar gooien. Geen cosy seats waarin je gemakkelijker kan foefelen met je lief voor de bescheiden meerprijs van 3,5 euro per ticket. Geen 26 zalen met 83 verschillende films in 13 verschillende digitale formaten. Gewoon Stan & Ollie beneden in zaal 1. Dumbo boven in zaal 2. Weliswaar in 3D.

Cinema Central in Ninove bestaat dit jaar 100 jaar. In de inkomhal is een groot bord geïnstalleerd vol krantenknipsels over de feestelijke verjaardag. Er hangt een affiche van de film F.C. De Kampioenen Forever, wellicht één van de grote kaskrakers van de afgelopen 100 jaar. En buiten staat op een gigantisch doek te lezen: 100 jaar Cinema Central. Cinema als nooit voorheen. Met daaronder in dreigende letters: 3D. Wellicht om oudere mevrouwen af te schrikken.

Zaal 1 ziet er oud en donker uit en ruikt wat muffig, maar dat kan de pret nauwelijks drukken. Eerst was er een trailer van Dumbo waarin ze de hele tijd Dombo zeiden en daarna begon Stan & Ollie, een film over de Britse afscheidstournee van Stan Laurel en Oliver Hardy waarvan ze toen zelf nog niet wisten dat het hun afscheidstournee zou zijn. Het leven is geen vrolijke draaimolen op de kermis. Toen was er pauze.

En nu roept iemand: “Mag ik terug starten?” Er is even verbijstering in de zaal bij de drie toeschouwers – wij dachten dat de film na de pauze automatisch opnieuw zou beginnen – maar dat is buiten de flexibiliteit van het personeel van Cinema Central gerekend. De man voor mij roept: “jot!” en de avonturen van Stan en Ollie gaan voort; we zitten weer aan tafel bij de Dikke en de Dunne en hun vrouwen. We zitten weer in een sjiek hotel in Engeland, niet in de Lavendelstraat 25 in Ninove.

Er zijn niet zoveel dorpscinema’s meer over. Ik heb de afgelopen tijd Cinema Rio in De Haan bezocht, Cinema De Keizer in Lichtervelde, Cinema Albert in Dendermonde, Cine Star in Waregem, Beverly Screens in Knokke-Heist, en de intussen al gesloten Cinema Actor’s Studio in Brussel (ok, Brussel is niet echt wat je een dorp noemt, maar de sfeer van de cinema was zeer gelijkend).

Na de aftiteling, bij het naar buiten stappen, hoor ik de oudere vrouw iets mompelen tegen haar man. Het gaat over 3D-films. Voor Dumbo kwam er vanavond in Ninove niemand opdagen. Morgen misschien. Gelukkige verjaardag Cinema Central.

HipstamaticPhoto-576799120.045628.jpg

de website van Cinema Central

gelezen: Michel Houellebecq: Serotonine

Uit! Serotonine, de geweldige nieuwe roman van de Franse schrijver Michel Houellebecq. Aanrader, maar niet geschikt voor gevoelige lezers.

Florent-Claude Labrouste is een loser. Dat vindt hij van zichzelf. Zijn job (hij werkt voor het Franse ministerie van landbouw) is een mislukking, hij leeft in zijn appartementje op antidepressiva en vertelt in Serotonine hoe het zover is gekomen. Mislukte relaties met vrouwen lopen als een rode draad door zijn leven. Dit is een fragment over de Deense Kate:

We hadden de wereld kunnen redden, en we hadden de wereld in een oogwenk kunnen redden, in einem Augenblick, maar we hebben het niet gedaan, nou ja ik heb het niet gedaan, en de liefde heeft niet gezegevierd, ik heb de liefde verraden en vaak als ik niet in slaap kan komen dat wil zeggen bijna elke nacht hoor ik in mijn arme hoofd weer het bericht op haar antwoordapparaat, ‘Hello this is Kate leave me a message’, en haar stem was zo fris, het leek alsof je aan het eind van een stoffige zomermiddag onder een waterval dook, je voelde je meteen schoongewassen van elke bezoedeling, elke eenzaamheid en elk kwaad.” (p. 85)

Florent-Claude Labrouste is ook geobsedeerd door seks. Hij omschrijft elke relatie, elke ontmoeting met een vrouw in seksuele termen en seks is hetzelfde als pornografie.

Houellebecq stelt de depressie en complete apathie van zijn hoofdpersonage ironisch voor als een soort boeddhistische staat van belangeloos-zijn, de ultieme aanvaarding van alles zoals het is, de omkering van mindfulness. Hij kan het leven niet meer aan; hij is klaar om het op te geven.

God had me volgens mij een eenvoudige, oneindig eenvoudige natuur gegeven, het was eerder de wereld om me heen die complex was geworden, en nu had ik een toestand bereikt waarin de wereld té complex werd, ik kon de complexiteit van de wereld waarin ik geworpen was gewoon niet meer aan…” (p.251, 252)

Zo beschrijft Michel Houellebecq het leven in de 21ste eeuw in Frankrijk. Het beeld is afschuwelijk: een dodelijk vermoeid individu, mislukt in de liefde, hopeloos in het leven. De mens is alleen en verloren in een samenleving die vooral gerund wordt om bedrijven winst te laten maken. Serotonine is een cultuurkritiek, en tegelijk een genadeloze afrekening met de gevolgen van onze economie.

En zo is Houellebecq zoals steeds ook weer erg politiek: door de keuze voor een vrije markt in een verenigd Europa is er voor de Franse landbouwers geen alternatief: de keuzes zijn gemaakt, de ondergang is onontkoombaar. Een gewelddadige scène van boerenprotest naar het einde van het boek toe wordt gezien als een voorspelling van het protest van de gele hesjes.

Michel Houellebecq beschrijft adequaat en als het ware zonder enige vooringenomenheid wat hij rondom zich ziet. Hij vertelt over de meest bizarre menselijke gedragingen alsof ze doodnormaal zijn en houdt ons op die manier een spiegel voor. Hij is hilarisch en snoeihard, gek en geniaal.

Zo is Serotonine weer een magistrale parodie op onze samenleving vol individualisme en angst, geschreven door de strafste en wellicht meest relevante auteur van onze tijd.

HipstamaticPhoto-576260198.534847.jpg