gelezen: Roger van de Velde: De knetterende schedels/Recht op antwoord

Gelezen: zot boek van Roger van de Velde, van wie ik onlangs ook Tabula rasa las. Het gaat om een dubbele uitgave: De knetterende schedels en Recht op antwoord.

De knetterende schedels is een roman/verhalenbundel over zijn tijd in het psychiatrisch centrum: scènes uit het leven van een geïnterneerde. Het boek is geweldig geschreven, zit vol melancholie en bevat één van de meest indrukwekkende openingsscènes in de Vlaamse literatuur:

Er viel een kille verstomming als een nat laken over de zaal en iedereen keek met ingehouden adem naar Jules Leroy, die het slappe kadaver van de kater als een gruwelijke trofee grijnzend in de hoogte stak. Het was de witte kater Poesjkin, die ons allen dierbaar was. Zijn kop was tot moes verbrijzeld. De hersens kronkelden wit en slijmerig uit de hersenpan, de zwarte muil was boven de haakse tanden tot een lange streep opengescheurd en verstard in een laatste schreeuw; een geklonterd oog hing als een knikker aan een blauwe pees, en het donkere bloed druppelde traag en kleverig voor de voeten van Jules op de tegelvloer. Het was een weerzinwekkende slachterij maar de pels was smetteloos blank gebleven.” (p. 9)

Recht op antwoord is dan weer een pamflet over van de Veldes jarenlange opsluiting in gevangenissen en psychiatrische centra. Het is een droge aanklacht tegen het Belgische juridische systeem. Van de Velde was verslaafd aan de pijnstiller palfium en zat jaren vast omdat hij doktersbriefjes had vervalst, een bijzonder zware straf vergeleken met zijn misdaad. Recht op antwoord geeft een inzicht in de schrijnende situatie en het leven van Roger van de Velde.

Het werk van Roger van de Velde is razend interessant voor zijn heldere stijl die ongelooflijk hedendaags aanvoelt en die vandaag doorleeft in het werk van ondermeer Dimitri Verhulst. Dank voor de tip, Marc Buelens.

Nog een fragmentje uit De knetterende schedels, over de geïnterneerde Honoré van wie de dokter net zijn trompet heeft afgepakt:

Honoré keek verwonderd en zwijgend van zijn lege handen naar de bewaker en van de bewaker naar dokter Poulard, zoals een ziek dier dat niet kan zeggen waar het pijn doet.” (p. 82)

HipstamaticPhoto-582229654.727146.jpg

de officiële website van Roger van de Velde

mijn leesverslag van Tabula rasa

gelezen: Aldous Huxley: Heerlijke Nieuwe Wereld

Herlezen: de geweldige klassieker Heerlijke Nieuwe Wereld; Aldous Huxley beschrijft een samenleving waarin iedereen ‘perfect gelukkig’ is.

Mensen worden gekweekt in flessen en aangepast en geïndoctrineerd om perfect gelukkig te worden in het werk waarvoor de staat hen voorbestemd heeft. Hun fysiek, hun intelligentie en hun karakter worden van jongs af aan gestuurd in de richting van hun leven als volwassene. Sommigen worden opgevoed tot intelligente alfa’s, sommigen worden als baby bewust vergiftigd om de achterlijke laagste ‘kastes’ in de maatschappij te vormen: de epsilons.

Er is ook een wildreservaat waarin ongeciviliseerd volk leeft: vuil, ongelukkig en in armoede. Maar voor de rest is de wereld compleet egaal: iedereen heeft dezelfde hobby’s, er bestaan geen vaders en moeders, geen huwelijkstrouw, geen eenzaamheid; iedereen wordt geconditioneerd om zich geen vragen te stellen en nooit ongelukkig te zijn. En als er toch een haar in de boter zit, dan is er de drug soma, die massaal door de overheid wordt verstrekt. Alles staat in functie van de samenleving en de economie:

‘We conditioneren de massa om het platteland te verafschuwen,’ besloot de directeur. ‘Maar tegelijkertijd conditioneren we hen om dol te zijn op alle buitensporten. Tevens zien we erop toe dat voor het beoefenen van alle buitensporten ingewikkelde apparatuur gebruikt moet worden. Zodat ze zowel geproduceerde artikelen consumeren als vervoer.” (p. 37-38)

Heerlijke Nieuwe Wereld vertelt het verhaal van Bernard Marx, die een soort mislukte alfa is: hij is fysiek te klein als alfa, hij is individualistisch en voelt zich niet thuis in de wereld. Hij komt op het idee om een wilde uit het wildreservaat mee te nemen naar de geciviliseerde wereld.

Uiteraard is het boek een duidelijke viering van de waarden die onze samenleving belangrijk vindt en promoot: individualiteit, creativiteit, persoonlijk succes, kritische zin. Maar het griezelige aan deze roman zijn de bijna oneindig diverse linken met onze tijd. Er zijn fascinerende parallellen op het vlak van politiek, sociale media, plastische chirurgie, drugs, nieuwsmedia, propaganda op televisie.

Het interessantste begrip uit het boek komt trouwens niet of nauwelijks in de tekst voor: de staat, de overheid, die alle beslissingen neemt voor zijn miljarden onderdanen. In de Heerlijke Nieuwe Wereld wordt gedaan alsof die overheid niet bestaat.

Heerlijke Nieuwe Wereld is een verbluffende roman die geschreven werd in een totaal andere tijd (1932!), maar die toch grote delen van onze samenleving weerspiegelt. Onvergetelijk boek.

De wereld is nu stabiel. De mensen zijn gelukkig; ze krijgen wat ze willen, en ze willen nooit iets wat ze niet kunnen krijgen. Ze zitten er warmpjes bij; ze zijn veilig; ze zijn nooit ziek; ze zijn niet bang voor de dood; ze leven in zalige onwetendheid van hartstocht en ouderdom; ze worden niet geteisterd door moeders of vaders; ze hebben geen vrouw, geen kinderen, geen geliefden om hevige gevoelens voor te koesteren; ze zijn zo geconditioneerd dat ze vrijwel niet anders kunnen dan zich gedragen zoals ze zich behoren te gedragen. En mocht er toch iets misgaan, dan is er soma. En dat gooit u in naam van de vrijheid uit het raam, meneer de Wilde. Vrijheid!’ Hij lachte.” (p.218-219)

HipstamaticPhoto-580840812.529829.JPG

gelezen: Roger van de Velde: Tabula rasa

Schrijver en journalist Roger van de Velde werd geboren in 1925 in Boom. Zijn levensverhaal is een opeenvolging van opnames in gevangenissen en psychiatrische instellingen, een gevolg van zijn verslaving aan de pijnstiller Palfium. Hij stierf in 1970. De roman Tabula rasa (ondertitel Een farce) verscheen posthuum.

Tabula rasa is het verhaal van een jonge kapper die zijn eerste stapjes zet in het literaire wereldje. Via een kennis wordt hij lid van een avant-gardetijdschrift. Het boek leest heerlijk. Roger van de Velde schrijft zuiver, intelligent en vol onderhuidse humor.

Jeroen Brouwers over Roger van de Velde in zijn boek Vlaamse leeuwen:

Het Vrije Woord in Vlaanderen! En Roger van de Velde zat in de gevangenis omdat hij doktersrecepten had vervalst, – het gebruik van een schrijfmachine in zijn cel werd hem lange tijd niet toegestaan en zijn verhalen moesten door zijn vrouw in haar onderbroek de gevangenis worden uit gesmokkeld.” (p.163)

Schrijfster Ellen Van Pelt werkt aan een biografie van Roger van de Velde, die in 2020 moet verschijnen. Roger van de Velde werd mij aangeraden door Marc Buelens.

HipstamaticPhoto-581002555.605483.jpg

de officiële website van Roger van de Velde

gelezen: Louis Paul Boon: Mijn kleine oorlog

Gelezen: Mijn kleine oorlog van de Aalsterse schrijver Louis Paul Boon. Ik heb het boek verslonden in mijn studententijd, en nu herlezen omdat er een prachtige nieuwe uitgave is verschenen. Boon stierf in mei 1979, precies 40 jaar geleden.

gij (…), die geteisterd werd in uw have en goed, zoals ze dat noemen, maar die nog veel meer geteisterd werd in uw ziel, zijnde geëvacueerd geweest als een stuk vee en gedeporteerd als een misdadiger, gebombardeerd en gemitrailleerd en gefusilleerd en mee-geamuseerd als een leeg blik waarop de kinderen schoppen…” (p. 17)

Heb je de film Saving Private Ryan van Steven Spielberg gezien? Een film die elk frutseltje heldhaftigheid dat nog aan het begrip oorlog vasthing, voorgoed wegblies. Het enige wat overblijft is dood, honger en doffe ellende. Mijn kleine oorlog doet iets gelijkaardigs, maar dan met minder bombast, minder special effects en minder Hollywoodsterren.

Mijn kleine oorlog gaat over de tweede wereldoorlog, maar dan op zijn Louis Paul Boons. Hij verzint geen grote verhalen van moed, eer en vaderlandsliefde; hij vertelt de kleine, dagelijkse gebeurtenissen van mensen op straat tijdens de bezetting. Het boek gaat over de schaamte van de soldaat die tijdens de hele oorlog maar één keer iets heeft moeten doen en dat is vluchten, over de kleine man of vrouw uit de buurt, over roddels, gefluister en geruchten, over de dagelijkse honger, armoede en miserie van de oorlog.

En ge moet de kinderen uit de blokken werkmanshuizen zien lopen, met tussen hun magere benen en billetjes dikgezwollen knieën. En ze hebben de zenuwen, kinderen van twaalf en dertien jaar, ze hebben tering of ze zien niet goed meer of hebben krampen aan de maag, zodat ze zich liggen te wentelen van de pijn. En ge kunt geen huis binnengaan of men pist er in bed.” (p. 59)

Louis Paul Boon vertelt het ontroerende verhaal van het Joodse meisje Lea Lûbka dat sterft na haar bevrijding uit het concentratiekamp van Mauthausen. Hij vertelt over de terrorist bij hem thuis op bezoek die van het verzet blijkt te zijn, hij vertelt over zielige helden en kleine bedriegers, en altijd in zijn prachtige Vlaamse taal.

En niemand die binst de oorlog wist wat de Weerstand nu eigenlijk voor iets was, en vier dagen na de bevrijding iedereen die u zegt: ik was ook bij de Weerstand. En nu zeggen ze reeds: ik ben blij nooit in die Weerstand te zijn geweest, want het waren maar een hoop smerige communisten.” (p. 99)

Mijn kleine oorlog is schitterend in zijn Boonse eenvoud. Veel leesbaarder ook dan zijn meesterwerk De Kapellekensbaan. Een absolute aanrader. Een boek dat in een klimaat van extreme verrechtsing en oorlogstaal een nieuwe uitgave verdiende, en nu ook gekregen heeft. Met een voorwoord van Rudi Vranckx.

HipstamaticPhoto-579706775.128550.jpg

Christophe Lambrecht

Prince zingt Take Me With U, het is maandag 6 mei en ik rijd naar huis na mijn radioprogramma. Een moeizame, zinloze ochtendshow waarin alles scheef zat en elke lach groen was. Een ochtendshow op een ander radiostation, waarin de dood van Christophe Lambrecht toch voelbaar was in alles. Gisteren vernomen dat hij compleet onverwacht gestorven is; hij was maar twee jaar ouder dan ik. We hebben jaren samen doorgebracht in een mini-bureautje op de VRT, tijdens onze beginjaren bij Studio Brussel. Chris Dusauchoit was er ook, Peter Verhulst, Lieven Van Gils en een witte engel genaamd Roos Van Acker.

Lou Reed: Walk on the Wild Side. Ik zag Christophe laatst nog op het afscheid van Luc Janssen tijdens een uitzending van Radio 1 in de AB Club in Brussel. We mochten er allebei ons zegje doen over het legendarisch gehalte van het feestvarken. Geen mens kon toen vermoeden dat Christophe Lambrecht de man in de zaal was met nog het minste aantal levensdagen op de teller. We zaten naast elkaar en praatten een beetje over muziek, over Luc Janssen en over de vernieuwingen bij Studio Brussel; hij zei dat het goed ging.

Ik rijd over de E40 en de radio staat veel te hard, de hele tijd al, als om mijn oren dicht te proppen tegen ongewenste gedachten. Mykonos van Fleet Foxes. Gisteravond en vanochtend zijn een waas, met huilende mensen aan de lijn die onverstaanbare dingen zeiden, met tweets en lieve berichtjes van collega’s die ik soms al vijftien jaar niet meer gehoord had. Medeleven en sterkte. Safe From Harm. Ik heb de ochtendshow op Qmusic die ik zelf mee gepresenteerd heb vanmorgen, maar half gehoord.

Studio Brussel is sinds gisteravond overgeschakeld op non-stop muziek en draait nu de hele tijd Christophes favoriete platen, net nu hij ze zelf niet meer kan horen. Sugarman, Underworld, Jungle, Nick Cave met Red Right Hand. Overal stemmen die hetzelfde zeggen: hij was de zachtste, de liefste en de beste. Hij was een radiomonument. De mooiste stem van Vlaanderen. 

Waarom kan het pas als iemand dood is? Die golven van liefde die over je heen komen, al die mensen die zeggen dat ze van je houden. Hij had hierbij moeten zijn; hij had dit moeten horen. Maar het is deel van het spel zeker, het is deel van het leven dat het pas mag als iemand er niet meer is. Fugitive Motel van Elbow.

Christophe Lambrecht stond voor: rust op de radio, rust en klasse. Hij presenteerde de voormiddag van 9 tot 12, het programma dat na de drukke ochtendshow komt. In de voormiddag moet je zwijgen en muziek draaien, zodat je luisteraars rustig kunnen werken en de radio niet afzetten omdat er teveel geluld wordt. Christophe was een absolute meester in de zwaar onderschatte kunst om met een paar woorden iets zinnigs te zeggen tussen twee platen op de radio. Je moet het eens proberen. Het lukt je niet.

Ik zit alleen in de auto en ik luister naar de favoriete liedjes van Christophe Lambrecht op Studio Brussel. Na Nightcall van Kavinsky zegt iemand het telefoonnummer dat je kan bellen om een rouwbericht in te spreken, en het snoert mij de keel dicht. Christophe Lambrecht was 48 jaar. Gestorven aan een hartfalen. De enige mogelijke boodschap is: koester je liefdes en je vriendschappen, want het kan elk moment afgelopen zijn. Rust zacht, lieve man.

Christophe Lambrecht.jpg