Winteruur

Ik moet op de zevende verdieping van een gebouw in Antwerpen zijn waar geen enkele lift normaal werkt. Ik kan mij ook niet aanmelden want de intercom is kapot, het telefoonnummer op de website klopt niet en ik heb het gele plakbriefje met het nummer van de redactrice niet zien hangen. Maar eenmaal binnen, is de ontvangst voortreffelijk.

Ik ben te gast in het productiehuis van Tom Lenaerts. Het heet Panenka en het tv-programma Winteruur wordt er opgenomen, gepresenteerd door Wim Helsen. Ik moet een stukje tekst uit een boek kiezen en er iets persoonlijks bij vertellen, aangevuurd door vragen van Helsen zelf.

Ik zit nog maar anderhalve minuut in de schminkstoel en Tom Lenaerts komt binnen. Hoogstpersoonlijk. Hij zegt: “Dag Wim, hoe gaat het?”

Ik slik en zeg niets. Het zweet breekt mij uit. Paniek. Ik zit mij in de schminkstoel plots af te vragen of Tom Lenaerts wel Tom Lenaerts heet, of ik hem niet compleet starstruck met iemand anders verwar. Ik ben zelden van mijn melk in de aanwezigheid van tv-presentatoren maar bij Tom Lenaerts is het prijs. Ik had hem hier niet verwacht, ik weet geen woord meer uit te brengen en Lenaerts denkt ongetwijfeld: welke stagiair heeft deze zwijgende reserve-idioot in ons televisieprogramma uitgenodigd?

Wim Helsen komt ook binnen en plots besef ik: hier staat het grootste mediatalent van Vlaanderen! En Tom Lenaerts en Wim Helsen zijn er ook!

Grapje. Ik bedoel: hier sta ik bij het beste wat er de afgelopen 20 jaar in Vlaanderen op tv én op het podium te zien geweest is. Alles inbegrepen.

Maar ik doe alsof er niks aan de hand is. Ik vertel vrolijk in het rond alsof dit een normale situatie is. Alsof ik elke namiddag zit te babbelen met Tom Lenaerts en Wim Helsen terwijl een wolk van een schminkster over mijn gezicht wrijft.

Ik krijg uitleg over hoe de opname zal verlopen terwijl een redactrice (die van het plakbriefje) de hele tijd foto’s neemt, en dan gaan we naar de tv-studio. Daar: de zetel, en de obligate grote witte hond. De vorige witte hond is dood, daarom is er nu een nieuwe. Zo gaat dat op televisie. De hond is er voor de gezelligheid en voor de gimmick en wellicht om de kijker te vertegenwoordigen: volstrekt niet geïnteresseerd in wat er allemaal gezegd wordt, blijft hij lekker lui op zijn dekentje liggen zolang het voldoende warm en gezellig is.

Ik heb een paragraafje gekozen uit De Alchemist van Paolo Coelho. Mijn eerste taak: de tekst gewoon voorlezen. Hiervoor heb ik tien jaar voordracht gestudeerd. Dit is het moment waarop mijn studie eindelijk zijn nut zal bewijzen. Vlekkeloos, met de juiste intonatie en af en toe een diepzinnige blik in de camera zal ik dit hoogtepunt van de literatuur voor het Canvaspubliek ontsluiten.

Ik begin en vergeet meteen de eerste zin. Dit is niet goed. Dit zou een one-take moeten zijn: één opname, in één keer goed.

Welke prutser hebben ze nu weer in mijn zetel gedumpt, denkt Wim Helsen waarschijnlijk, maar hij laat zich niet uit zijn lood slaan; hij blijft vriendelijk, galant en goedgemutst. Het stukje tekst gaat over hoe je je als mens klein voelt en angstig, hoe je de neiging hebt om vast te houden aan wat je al kent en bezit, zonder open te staan voor nieuwe dingen. We praten over hoe we zelf als mens ook angstig en onzeker zijn, en hoe we dat proberen te verstoppen achter tattoos, snelle auto’s, microfoons of mopjes op een podium.

Eigenlijk vind ik het personage dat Wim Helsen zélf altijd speelt in zijn theatershows het prachtigste voorbeeld van zo’n figuur, van iemand die op alle mogelijke manieren zijn kleinheid probeert te verdoezelen. Maar dat durf ik niet goed te zeggen. Omdat het Wim Helsen zelf is die naast mij zit. En ik wil niet degene zijn voor wie ze de opname moeten stilleggen met de waarschuwing: Gelieve niet over de shows van Wim Helsen te beginnen, danku! Dus zeg ik dat maar niet.

Tien minuten later is de opname voorbij, en is er luid applaus van Tom Lenaerts. Hij zegt dat het fantastisch was. Ondanks het feit dat ik de eerste zin vergeten was, hoeven we de hele zwik toch niet opnieuw op te nemen.

De redactrice neemt nog een foto of dertig, Wim Helsen geeft een high-five, Tom Lenaerts schudt mij een stevige hand en ik neem de lift naar beneden. De aftocht verloopt verbazingwekkend vlot.

Ik hoop dat ik niet teveel euh gezegd heb.

Binnenkort op Canvas.

HipstamaticPhoto-560096621.889014.jpg

Winteruur

gelezen: Hannelore Bedert: Lam

Ik heb het er warm van gekregen; ik heb ook onrustig op mijn stoel geschuifeld. Zangeres Hannelore Bedert heeft een knappe debuutroman geschreven: mooi, fijn en gevoelig. Het boek gaat over Lucia die opgegroeid is zonder moeder en zich als kind en als jonge vrouw door het leven moet zien te slaan. In het begin van het boek krijgt ze te horen dat haar vader gestorven is, en dan start een emotionele rollercoaster waarin haar leven dramatisch overhoop gehaald wordt.

Lam is een ontroerend boek dat uitstekend geschreven is en heerlijk leest. Een aanrader. Ik heb het boek gelezen als voorzitter van Metro’s Leesclub in november 2018.

Een fragmentje over de hond uit haar kindertijd:

Vic was een oude hond geworden sinds haar moeder weg was. Hij treurde en toen ze hem op een ochtend niet aan haar kamerdeur zag, waar hij altijd lag, wist ze dat hij dood was.

Ze vond hem achter in de tuin, opgerold onder de boom waar haar moeder altijd had zitten lezen. 

Hij was koud. (p.45)

Hannelore Bedert

Metro’s Leesclub

gelezen: Michel Houellebecq: In aanwezigheid van Schopenhauer

Dit is een tekst van Michel Houellebecq over zijn filosofische leermeester Arthur Schopenhauer, met wie hij zijn niet bepaald optimistische wereldbeeld deelt. Het is een dun boekje waarin Houellebecq lange citaten van Schopenhauer ‘naar zich toe trekt’, met een soms prachtig, snoeihard resultaat. Zo is het genieten van het moment waarop Houellebecq een tekst van Schopenhauer over de natuur citeert en zegt: Ik wil hem graag speciaal opdragen aan de milieubeweging (p. 66):

Toch maakt het simpele, overzichtelijke leven van de dieren beter duidelijk hoe nietig en vruchteloos het streven van de gehele verschijning is. De diversiteit in organisatie, de vernuftigheid van de middelen waardoor elk dier is aangepast aan zijn milieu en zijn prooi, staat hier in schril contrast met de afwezigheid van elk duurzaam einddoel; in plaats daarvan zien we alleen kortstondig behagen, vluchtig, door gebrek bepaald genot, veel en langdurig lijden, onafgebroken strijd, (…) gedrang, gebrek, nood en angst, gebrul en gejank, en dat gaat zo door in saecula saeculorum…” (citaat van Schopenhauer dus, p. 67)

Het boekje bevat ook de ongetwijfeld beste omschrijving van Houellebecqs eigen werk in vijf woorden: de tragedie van de banaliteit.

HipstamaticPhoto-561135059.328088.JPG

gelezen: Michael Lewis: The Fifth Risk

Michael Lewis moet de beste non-fictieschrijver van Amerika zijn. Hij slaagt erin elk moeilijk, oninteressant thema tot leven te brengen met als resultaat: pageturners over beursmanipulatie (Flash Boys), over de statistiek achter spelersprofielen in de baseballcompetitie (Moneyball), en over hoe we beslissingen nemen en voortdurend fouten maken (The Undoing Project). Zijn geheim: altijd vertrekken vanuit individuele verhalen van enkele hoofdrolspelers.

Eerlijk? Hij lijkt wat op Dan Brown, qua manier van schrijven én qua uiterlijk. Wat misschien geen compliment is. Soit.

Het nieuwe boek van Michael Lewis heet The Fifth Risk en gaat over enkele Amerikaanse overheidsinstellingen, hoe ongeveer niemand in Amerika echt goed weet waar die exact mee bezig zijn, omdat de structuur bijzonder ingewikkeld is, en omdat ze met véél, compleet uiteenlopende zaken bezig zijn. Wie helaas òòk geen idee heeft, is hun baas: de regering Trump. Het gevolg is een bedreiging van de nationale veiligheid. Dat legt Michael Lewis in dit boek uit in iets meer dan 200 bladzijden.

Deel 1 gaat helemaal over het Department of Energy, dat niet alleen verantwoordelijk is voor energie, maar ook voor de nucleaire veiligheid van het land. Verder schrijft Lewis over het Amerikaanse Ministerie van Landbouw, over het Department of Commerce, en over de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA). Die laatste houdt via de National Weather Service ondermeer het weer in de gaten en waarschuwt de Amerikaanse bevolking als er stormen en tornado’s aankomen.

De overgang van de regering Obama naar de regering Trump werd door al deze overheidsinstellingen nauwkeurig voorbereid, om een vlotte overgang te garanderen. Maar op de dag dat de nieuwe administratie de zaak moest overnemen, kwam er niemand opdagen. 

De regering Trump negeerde de voorbereidingen compleet. Volgens Lewis toonde ze nauwelijks interesse in de werking van de overheidsorganisaties, maar focuste ze uitsluitend op ondermeer ontkenning van de klimaatopwarming, schrapte ze budgetten waarvan ze geen idee hadden waarvoor ze dienen, met op lange termijn mogelijk catastrofale gevolgen voor de Amerikaanse bevolking.

Michael Lewis schrijft intelligent en ongelooflijk meeslepend, met steeds een grote fascinatie voor wat zich ver achter de dagelijkse nieuwsfeiten bevindt. Altijd geïnteresseerd in lange termijn, statistiek, waarheid achter schijn. Hij slaagt erin om mistoestanden bloot te leggen die verborgen blijven omdat de problematiek zo ingewikkeld is dat niemand er iets van snapt (Flash Boys), of omdat het probleem zich op lange termijn afspeelt (The Fifth Risk) en niet uit te drukken is in snelle antwoorden die volgende week alles oplossen.

The Fifth Risk is – alweer – fascinerende lectuur, en gaat centraal over het functioneren van de overheid. Over hoe de overheid systematisch onderschat en gekleineerd wordt, en het bestaan ervan enkel opvalt als er iets misloopt. Een ode aan de overheid dus, maar dan geschreven door wellicht de enige man op aarde die dergelijke materie boeiend kan maken.

Aanrader. Dit boek. En het hele oeuvre van Michael Lewis.

HipstamaticPhoto-563035366.507712.jpg

Michael Lewis

gelezen: Friedrich Nietzsche: De antichrist

De antichrist: geschreven in 1888, maar een nog steeds plezierige en relevante scheldpartij op de katholieke kerk.

De antichrist is een vlammende aanklacht tegen het christendom in een tijd dat er van de neergang van de katholieke kerk zoals wij die vandaag zien, na flagrant machtsmisbruik en de georganiseerde bescherming van pedofiele priesters, nog lang geen sprake was. Nietzsche scheldt het christendom, zijn belijders en vooral zijn priesters de huid vol omdat hij geloof onzin en gevaarlijk bedrog vindt. Hij noemt christenen ondermeer vampieren, een lafhartige, verwijfde en suikerzoete bende (p. 95), en stiekeme gewormte (p. 94).

Over de inconsequenties van het christendom:

Niets is onchristelijker dan de kerkelijke onbeschaamdheden van een God als persoon, een ‘rijk Gods’ dat komen zal, een ‘rijk der hemelen’ in het hiernamaals, een ‘zoon Gods’ als tweede persoon van de Drie-eenheid. Dit alles staat (…) als een vlag op een modderschuit (p. 50)

Hij vindt de katholieke kerk bovendien het tegendeel van alles waar het christendom voor staat:

de Kerk, deze vorm van dodelijke vijandschap jegens elke eerlijkheid, elke verhevenheid van de ziel, elke geestelijke tucht, elke vrijmoedige en zachtaardige menselijkheid. (p. 53)

Nietzsche schreef De antichrist in 1888, maar de tekst is nog steeds relevant om te begrijpen hoe we vandaag leven. Wij zitten nog steeds met een ingebakken cultuur van aanvaarding, waarvan de verschrikkelijke uitwassen pas naar boven komen in een fenomeen als de metoo-beweging. Wij blijven als volk vechten tegen die aanvaardingscultuur. En Nietzsche beschrijft heel goed hoe die zich door het christendom in onze samenleving heeft genesteld.

Zijn conclusie:

Ik veroordeel het christendom (…) Voor mij is zij de opperst denkbare vorm van corruptie (…) De christelijke Kerk liet niets door haar verderf onaangeroerd, zij heeft van elke waarde een onwaarde, van elke waarheid een leugen, van elke eerlijkheid een vuig zielenroersel gemaakt. (p. 101, 102)

Ik las De Antichrist in oktober – november 2018 in Sils Maria. Daar bracht ik ook een bezoek aan het Nietzsche-Haus, waar de filosoof enkele zomers doorbracht en waar hij in 1888 De antichrist schreef.

HipstamaticPhoto-562676045.187373.JPG

Het verslag van mijn bezoek aan het Nietzsche-Haus in Sils Maria lees je hier.

Op vakantie bij Friedrich Nietzsche

We turen met z’n allen naar een tafelkleedje. Het is zwart met twee groene, gehaakte strepen, het heeft frutseltjes onderaan en is 25.000 euro waard.

Ik sta in de kamer waar filosoof Friedrich Nietzsche meer dan 100 jaar geleden enkele zomers doorbracht. Er staat een sofa en een tafeltje met daarop dat kleedje en een lamp. Er is een raam dat uitkijkt op de bergen, en voorts een kast, een bed en twee kinderen, die van mij.

We staan in het Nietzsche-Haus in Sils Maria, een minuscuul dorpje in het Engadin-dal in Zwitserland, tussen Maloja (van de CM) en St.-Moritz (van de vijfsterrenhotels en de wintergolf).

Sinds onze aankomst is het niet opgehouden met sneeuwen. We zijn eind oktober. Bij het opstaan de eerste ochtend bleek de sneeuw kniehoog te liggen. We zouden met de auto geen meter vooruit geraakt zijn, hadden we geprobeerd om boodschappen te doen, was er hier in de wijde omtrek ergens een winkel open geweest.

In Sils Maria is er één warenhuis dat maandenlang gesloten is voor verbouwingen; de enige bakker is dicht, alle restaurants en hotels, op één na, zijn gesloten tot midden december. Alles ademt tussenseizoen. Wij zijn deze week de enige toeristen. Zomerwandelaars noch skiërs. Mosselen noch vis.

Enkele uren per dag spelen we in de sneeuw. De rest van de tijd zitten we in ons gehuurd appartementje Rummikub te spelen en naar buiten te staren. Veel meer kan je niet doen. Een witte sneeuwvlakte honderden meters ver, en als de vlakte stopt: besneeuwde bergen zo ver en zo hoog je kan zien. We komen van 25 graden twee weken geleden in België.

Als relevante ontspanning lees ik De antichrist, Friedrich Nietzsches furieuze afrekening met het christendom, die hij in de zomer van 1888 hier in Sils Maria schreef. Nietzsche gaat als een razende tekeer tegen christenen, priesters en de katholieke kerk. Het is prachtig, het is als het ware hartverwarmend, hier tussen de metershoge pakken sneeuw.

Maar nu staan we in het centrum van Sils Maria, in het huis waar Nietzsche schreef en zijn mooiste zomers doorbracht. Het Nietzsche-Haus is een museum geworden, en is deze maanden – net zoals de rest van het dorp – gesloten. Tussenseizoen.

Gelukkig hebben we hier enkele dagen geleden in de bar van het enige hotel dat open is, de vervangcurator van het Nietzsche-Haus ontmoet, Rolf, die ons uitnodigde om op bezoek te komen. En hier staan we nu. Met een koets en twee kinderen tussen de meubels van de filosoof met de hamer.

Rolf is geweldig lief en attent. Hij geeft ons een uitgebreide rondleiding, ook al zijn voyeuristische toeristen hier nu officieel niet welkom. En ook al houdt onze Bo (2 jaar) zich de hele tijd bezig met alle deuren open te rukken en weer dicht te slaan, filosofisch erfgoed of niet. Roos zit een tekening te maken aan de keukentafel.

Eén van de topattracties in het huis is het tafelkleedje in de slaapkamer van Nietzsche. Dat werd volgens Rolf door de filosoof hoogstpersoonlijk ontworpen omdat hij niet van witte tafellakens hield. Niet dat Nietzsche een tafellakenexpert was, neen, zijn ogen konden moeilijk fel wit verdragen. Daarom liet hij een speciaal kleedje maken dat het Nietzsche-Haus dankzij een Gulle Gever kon aankopen voor 25.000 Zwitserse frank.

Voor de rest zijn in dit huis foto’s te zien, originele brieven, een handbeschreven visitekaartje: Prof. Dr. Nietzsche, zijn verzameld werk en zijn doodsmasker (weetje: Nietzsches Nazi-liefhebbende zus liet op eigen initiatief een nieuwe, mooiere versie van zijn dodenmasker produceren).

Ook hangt hier veel kunst: de grote Duitse kunstenaar Gerhard Richter komt regelmatig eens wat werk exposeren. Het glasraam op de eerste verdieping is gerecycleerd van zijn monumentaal werk in de Dom van Keulen. 

En aan de muren: gekopieerde brieven van de reuzen die in Sils Maria tijd hebben doorgebracht, al dan niet in de voetsporen van Nietzsche. Hun namen klinken als een klok: Proust, Hesse, Pasternak, Benjamin, Cocteau, Musil, Frisch, Mann, Adorno, Tucholsky, Rilke, Anne Frank en koningin Mathilde.

Inderdaad, ook de innemende en vroom katholieke koningin Mathilde van België was hier een maand geleden op bezoek met een royale delegatie van allerlei adellijks uit de buurt. Op het einde van ons bezoek vernielt mijn dochter Roos met een efficiënte uithaal bijna de fotokader met de foto’s van haar bezoek. Qua antichrist is de opvolging hier verzekerd.

HipstamaticPhoto-562676197.775948.JPG

Het Nietzsche-Haus in Sils Maria

Het verslag van mijn lectuur van De antichrist lees je hier.

gelezen: Jeroen Brouwers: Laatste plicht. Terugdenken aan Hans Roest. Feuilletons 10.

Kijk, aflevering 10 van het éénmans-tijdschrift van de meester, Jeroen Brouwers, waarin hij kritieken, beschouwingen en kleine of grote stukken biografie verzamelt. Dit boekje is een ode aan zijn in 2006 overleden vriend en mentor Hans Roest, over wie hij vol liefde, bewondering en mededogen spreekt.

Hij was mijn beste, de allervertrouwdste, meest genereuze en royale vriend. Hij van zijn kant noemde mij ‘zijn erezoon’. (p. 17 en 18)

Hans Roest was chef van de lectuurredactie bij de Geïllustreerde Pers in Amsterdam toen Brouwers hem in 1962 leerde kennen. In belangrijke bijrollen: deels vergeten Nederlandse schrijvers en dichters: Hélène Swarth, Henriëtte Roland Holst, Gerrit Achterberg, een constante in het werk van Brouwers.

Samen met Laatste plicht verscheen ook een best of van de 10 afleveringen van Feuilletons.

HipstamaticPhoto-562523732.650680.jpg

Uitgeverij Demian

Ontsnapte gorilla

Ik heb een ontsnapte gorilla gezien. Een echte, live in de dierentuin. Dat is waar gorilla’s wonen, volgens het spelletje dier in je hoofd dat ik minstens zeven keer per week met mijn dochter Roos speel. Woont het dier op de boerderij? Neen? Dan woont het in de dierentuin.

We waren afgelopen weekend voor Roos haar zesde verjaardag in Apenheul, een dierenpark bijna uitsluitend bevolkt door apen. We hadden onze dochter een doe-cadeautje geschonken met als achterliggende bedoeling de oneindig uitdeinende speelgoedlawine tijdelijk een halt toe te roepen.

Apenheul zit niet alleen vol apen, maar ook vol Nederlanders. Dat komt omdat het park in Nederland ligt, in Apeldoorn zelfs, je verzint het niet. De Nederlanders mogen er vrij tussen de apen rondlopen. De andere bezoekers trouwens ook. Je mag de apen alleen niet lokken, aaien, eten geven, ontmantelen met een schroevendraaier of behandelen met betoncoating, ik zeg maar wat.

Op onze tocht door het park zagen we tientallen apensoorten, in alle maten en gewichten, overzichtelijk geordend volgens merk. Brulapen, slingerapen, dwergaapjes, orang-oetans én bonobo’s, die volgens de gids bekend staan om hun uitbundige seksuele gedrag. Maar daar was helaas niks van te merken. Alles verliep beschaafd en kindvriendelijk.

Tot we bij de witschouderkapucijnaapjes kwamen. Daar ging het mis. Niet op seksueel vlak, eerder organisatorisch. Tussen hen zat namelijk: een gorilla. Het gorilla-eiland is van de kapucijnaapjes gescheiden door elektrisch geladen prikkeldraad. Maar de gorilla was iets te enthousiast op verkenningstocht gegaan, had een houten tak in twee gebroken en was daarmee doorheen de prikkeldraad geraakt.

Het was hallucinant. De witschouderkapucijnaapjes, die elk ongeveer twintig keer in zo’n gorilla kunnen, schrokken zich…euh… een aap en stoven in paniek alle kanten op. De gorilla kroop heen en weer op de veel te dunne takken van hun boom. Af en toe probeerde hij terug door de prikkeldraad te geraken. Lukte niet. Daar zat hij, opgesloten in het verkeerde hok, stevig in de aap gelogeerd.

Mijn eerste reactie was dat dit spektakel wellicht elk weekend georganiseerd wordt om de bezoekers een authentieke, verrassende beleving aan te bieden, maar toen arriveerde er een dierenverzorger op een nabijgelegen dak, en nog één. Ze waren druk aan het telefoneren en liepen nerveus rond. Onder hen de verzorgster die twee uur daarvoor tijdens het voedermoment nog een grappig filmpje had laten zien van die ene gorilla die er ooit in geslaagd was om onder een draad door te kruipen.

Dit was minder grappig. De gorilla probeerde keer op keer met zijn tak een ladder te maken om aan de overkant te geraken, maar hij werd teruggeworpen door shocks van de elektrische prikkeldraad. Toen hij een plas water naar de andere kant wilde oversteken, nam de ongerustheid bij de verzorgers toe – ze waren nu al met vier aan het toekijken. Ze probeerden King Kong naar zijn eigen verblijf terug te lokken door stukken voedsel te gooien.

Intussen was de helft van aapminnend Nederland samengestroomd om het spektakel te bewonderen.

Pas na een halfuur slaagde de gorilla erin om na een gevecht met de prikkeldraad weer in zijn eigen verblijf te kruipen. Groot was de opluchting, bij verzorgers en publiek.

Intussen had Roos laten weten dat ze Apenheul maar een stom park vond, vervelend omdat er alleen maar apen te zien zijn. Ach, kinderen en apen, ondankbare schepsels, nooit tevreden. Dringend tijd om naar huis te gaan. Benieuwd waar de gorilla bij zijn volgende uitstap naartoe trekt.

HipstamaticPhoto-561833973.339036.JPG

Loslopende luipaarden in de Beekse Bergen? Lees hier.