De duivel in het doosje. Afscheid van Luc Janssen

Zijn haar was kort en grijs. Hij droeg bottinen, een legerbroek en een jas. De dresscode van Leopoldsburg en omstreken. In zijn armen torste hij kilo’s cd’s en vinyl. Radiolegende Luc Janssen stapte voorbij onderweg naar de studio. Ik was een groentje op Studio Brussel. Ik durfde hem niet aan te spreken. Ik zat stil en keek.

Ik wist toen één ding over Luc Janssen: dat hij honderd procent zijn zin deed. De kerel voor wie Van Dale het woord eigenzinnig had uitgevonden. De enige man die heel zijn radiocarrière lang, overal waar hij werkte, altijd de muziek draaide die nét niet op het station paste, altijd net te lastig, altijd net over het randje.

Zijn programma toen heette Krapuul De Lux. Het was ergens ’s avonds te horen. Dat was zijn uur, het uur waarop Luc Janssen ontwaakte. Hij werd altijd laat op de avond geprogrammeerd: de bevolking moest beschermd worden. Ik wilde later als ik groot was ook een radioprogramma presenteren met krapuul in de titel.

Geen enkele presentatie van Luc Janssen was gewoon. Hij declameerde bedachte, uitgeschreven teksten, vaak over muziek, soms over actualiteit, vuilbekkend, vol beledigingen aan het adres van BV’s of zelfs collega’s. In het half-Hollands. Ik denk dat veel mensen Luc Janssen niét sympathiek vonden.

Hij is ooit écht in Nederland terechtgekomen. In 1982 werd Luc Janssen ontslagen bij Omroep Brabant op de toenmalige BRT omwille van een scheet op de radio. Zijn rubriek heette De scheet van de week (luister hier) en toen de directie er lucht van kreeg, mocht hij opstappen. Na een ballingschap bij onze noorderburen kwam hij terug en blies vanaf toen systematisch elke afdeling van de openbare omroep aan flarden.

In Retro, zijn laatste programma op Radio 1, vertolkte hij een Guy De Pré op XTC, gebruikte hij gangsta rap in de intro en draaide hij twee weken geleden nog No Limit van 2 Unlimited met “Wat is dit voor shit?” van Hans Teeuwen er ononderbroken doorheen gemonteerd. Bijzonder, voor een ambtenaar op een zucht van zijn pensioen.

Luc Janssen huldigde zijn hele carrière één van de grote principes van live radio: dat er liefst iets moet gebeuren. Ja, het omgekeerde van veel radioprogramma’s die genadeloos zorgen voor de doodsteek van het medium en de massale vlucht naar Spotify: er gebeurt gegarandeerd niks. Als in: nooit iets. Bij Luc Janssen was en is élke presentatie een snoepje, of beter gezegd: een lekkernij die na drie seconden zuur in je mond ontploft.

Luc Janssen heeft de allerbeste radio-uitzending gemaakt die ik ooit gehoord heb. Het moet in een weekend geweest zijn, vrijdag- of zaterdagavond. Zijn programma heette Mish Mash, het was op Studio Brussel, hij was toen al ver in de 50 maar er viel geen zuchtje bezadigdheid te bespeuren in zijn hele lijf.

In Mish Mash waren alle nummers aan elkaar gemixt; de presentator riep erdoorheen als een MC. Elke aflevering was heftig, maar deze was compleet over the top. Het leek alsof Luc Janssen alles tot zich genomen had wat de heer verboden heeft. Of hij deed toch verdomd goed alsof.

Die avond presenteerde hij het meest vunzige, genadeloze programma ooit. En tegelijk het meest fantastisch gemaakte. Het was één verbluffende mix, hij sleurde je van de ene plaat naadloos naar de intro van de volgende, met beats en drops en een fenomenaal gevoel voor ritme, om stikjaloers op te zijn.

En het was vuil meneer, echt vuil. Luc Janssen-stijl. Fuck, dat programma was vuil. Siska Schoeters speelde er een rol in; ik zal niet herhalen wat Janssen toen over haar zei, maar het was – letterlijk – ongehoord. Ik zat stomverbaasd te luisteren in de auto.

Alles kwam samen. Het was live radio van dàt moment, met die man, Luc Janssen, die compleet gestoord was en wiens persoonlijkheid en meer dan 30 jaar radio-ervaring en muziekbeleving samenvloeide in een show om nooit te vergeten. Herbeluisteren werkt niet, het was radio zoals enkel radio kan zijn: live, de presentator en ik, wij samen, een rollercoaster, in een flits voorbij.

Mish Mash werd uitgezonden bijna twee decennia na mijn eerste ontmoeting met hem. In de tussentijd zou Luc Janssen mij aanspreken en bijzonder vriendelijk blijken te zijn, zachtaardig zelfs, een lieve man. Met een zoon die zijn zachtheid, zijn liefde voor het vak en zijn uitmuntende muzieksmaak heeft geërfd.

Maar dat wist ik toen nog niet. Toen zat ik stil op de redactie van Studio Brussel en ik keek. Ik keek naar de grijze radiogod met zijn jas en zijn bottinen en ik zag het blinken in zijn ogen toen hij passeerde: zometeen zou de duivel weer uit het doosje komen. 

Danku Luc Janssen.

luc_janssen.jpg

foto: Radio 1

Lees ook: Dag Hautekiet, bij het afscheid van Jan Hautekiet.

gelezen: Ilja Leonard Pfeijffer: Grand Hotel Europa

Magistrale roman gelezen: Grand Hotel Europa, waarin de Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer vertelt over Europa, over massatoerisme én over zijn geliefde Clio, die hij in Genua leert kennen en met wie hij in Venetië gaat wonen.

Pfeijffer schrijft over Europa als over een continent dat niets meer te bieden heeft behalve haar verleden. De toekomst maken ze in de rest van de wereld. Europa wordt een reusachtig recreatiepark: vol oude kunst, historische attracties en met een uitstekende horeca. De wereld komt naar Europa op vakantie en om te kijken hoe de mensen vroeger leefden. Wie komt voor het verleden is welkom, wie komt voor de toekomst (zoals vluchtelingen) moet buiten gehouden worden.

Het Grand Hotel Europa waar Pfeijffer verblijft om zijn verhaal op te schrijven, symboliseert dat oude Europa: een labyrinth met een paar stokoude bewoners, een huis vol tradities die bijna niemand nog kent, dat langzaam overgenomen wordt door een Chinese eigenaar die allerlei ingrepen doet om het hotel ‘Europeser’ te doen lijken en zo meer Chinese toeristen te lokken.

Tegelijk staat het massatoerisme centraal: het boek is een parodie op toerisme in tijden van selfies op sociale media, het gaat over het gedrag van toeristen en over de bedreiging die het massatoerisme betekent:

De barbaarse invasie van Europa (…) die wordt gezien als een verdienmodel en die actief wordt gestimuleerd, terwijl zij in feite een bedreiging is, vormt een interessante parallel met de vermeende Afrikaanse invasie van Europa, die als een bedreiging wordt gepresenteerd, terwijl zij toekomstperspectief zou kunnen bieden.” (p. 231)

En zoals elk boek van Ilja Leonard Pfeijffer, gaat Grand Hotel Europa ook over literatuur zelf, met een Pfeijffer in topvorm die zijn eigen schrijven parodieert en zoals steeds dolt met taalregisters. Inclusief obligate seksscènes én zowaar een stukje Dan Brown in de zoektocht naar een verloren schilderij van Caravaggio.

Dit schrijft hij na een bezoek aan de tentoonsteling Treasures from the Wreck of the Unbelievable van Damien Hirst in Venetie:

Zo moet ik schrijven, dacht ik, in de geest van dit machtsvertoon, deze gulheid en dit plezier in het avontuur. Ik moet de klassieke vormen en zucht naar monumentale perfectie niet mijden uit angst om niet modern te lijken, maar de moed hebben om de tijd waarin ik leef te vatten in marmeren zinnen, bronzen woorden en beelden van goud, zilver en jade, en met de beste middelen en materialen uit het verleden een gedenkteken op te richten voor het nu. Groots moet het zijn, en overdadig, een overweldigende orgie van fantasie met de technische perfectie van de commercieelste kitsch. Ik moet verbluffen. Dat is mijn taak.” (p. 493)

En dat doet hij voortreffelijk. Heel Grand Hotel Europa lang. Na La Superba en Brieven uit Genua alweer een schitterend meesterstuk.

HipstamaticPhoto-573840713.470486.JPG

de website van Ilja Leonard Pfeijffer

gelezen: Marc Buelens: Slimme non-fictie schrijven

Omdat ik niks anders te doen had, heb ik vandaag de hele dag doorgebracht met het lezen van een non-fictieboek over het schrijven van non-fictieboeken. Enig gevoel voor metaniveaus is mij niet vreemd. De auteur ook niet.

Marc Buelens is professor management. Na veel boeken over zijn vakgebied, de bestseller Zelfzorg, een thriller (Het Brussel syndroom) en een boekje over zijn vader, komt hij nu met Slimme non-fictie schrijven. Van droom tot boekEen boek waarin hij het schrijven van non-fictie theoretiseert, met verhalen, tips en voorbeelden.

Centraal staat een driehoek, met de begrippen inhoud, lezer en auteur elk in een hoek. De stelling van Buelens is dat slimme non-fictie moet proberen te evolueren vanuit een pure focus op inhoud (een doctoraatsthesis, een woordenboek) naar meer aandacht voor lezer en auteur zelf.

Nummer 1-boodschap van het boek: schrijf helder. Met als topvoorbeeld het verbluffende Sapiens van Yuval Noah Harari. Maar in het boek staan nog veel voorbeelden van uitstekende en inspirerende non-fictieboeken. Marc Buelens heeft duidelijk zijn huiswerk gedaan. Zelf schrijft hij bovendien met humor en veel zelfrelativering.

Ik heb het boek op één dag uitgelezen. Iets wat mij maar uiterst zelden overkomt. En nu heb ik zin om een non-fictieboek te schrijven. Ik wilde geen non-fictieboek schrijven maar nu wel.

HipstamaticPhoto-572647229.360269.jpg

de website van Marc Buelens