Filmploert

Londen. De man op de brug had grijs haar, een baardje, hij droeg een korte broek, een wit hemd en had in elke hand een plastic zakje. Op het eerste gezicht: een dakloze, een bedelaar, zoals deze stad er duizenden telt. Maar ik herkende hem; hij was geen dakloze, hij was de Amerikaanse topacteur John Malkovich. Hoe ik zeker wist dat hij het was? Omdat we een kwartier daarvoor allebei in hetzelfde theater hadden gezeten: hij op het podium, ik in de zaal.

John Malkovich is legendarisch geworden als Vicomte de Valmont in de film Dangerous Liaisons; hij speelde een absurde versie van zichzelf in de film Being John Malkovich; ik vond hem onvergetelijk als bloedirritante politie-inspecteur in Jennifer Eight, waarin Uma Thurman een blinde vrouw speelt en Malkovich met een snotvalling zit. Echt, bloedirritant. Hij is op zijn best als hij met lijzige zinnen en een half-verveelde killersblik zijn vijanden aan flarden kijkt.

Maar nu was het van theater, in de Londense West End, in een zaal naast Trafalgar Square. De voorstelling heette Bitter Wheat en ging over een verlopen Harvey Weinstein-achtige filmproducer die aan de lopende band jonge actrices in zijn bed probeert te draaien. En als “I’m gonna make you a star” niet lukt, schakelt hij vlotjes op bedreigingen over. Zijn naam in de voorstelling: Barney Fein.

De zaal zat niet vol. Ik had met mijn ticket van 30 pond een upgrade gekregen: ik mocht op een plaats van 90 pond gaan zitten.

Deel 1 was geweldig, met Malkovich in de hoofdrol als de absolute stinkin’ asshole, de ellendeling die met een vuurwerk aan oneliners zijn hele omgeving afmaakt. En als er vandaag één geschikte slechterik is, dan is het Harvey Weinstein wel. Schitterend. Iedereen zat verlekkerd te wachten hoe dit zou aflopen. Ik zat naast een oudere Amerikaanse vrouw die mij tijdens de pauze meldde dat ze John Malkovich heel sexy vond, enfin vroeger, nu iets minder, zei ze; nu vond ze hem vooral een rotzak geloof ik. Het verschil tussen fictie en realiteit leek niet 100 procent helder.

En toen kwam deel twee. Vermoedelijk door schrijver David Mamet in drie dagen bijeengekladderd nadat hij een vol jaar aan deel één had gewerkt. Zo leek het toch. (Spoiler alert: in het onwaarschijnlijke geval dat je één van de komende weken naar Londen trekt om Bitter Wheat te zien, sla dit paragraafje dan even over.) Deel twee was een opeenstapeling van onwaarschijnlijkheden: een aangerande actrice besluit om haar aanrander Barney Fein twee dagen na de feiten een boek te komen brengen dat ze hem eerder als cadeautje beloofd had, Barney blijkt de nacht in de gevangenis te hebben doorgebracht en zat per toeval samen in de cel met een jonge scriptschrijver (we weten allemaal dat het in gevangenissen stikt van de jonge scriptschrijvers), die schrijver komt gewapend met een pistool op bezoek bij Barney om te vragen wat hij van zijn script vindt, én Barneys moeder blijkt net doodgeschoten te zijn door een moslimfundamentalist, die hem òòk persoonlijk een bezoekje komt brengen op kantoor.

Bovendien heeft niemand tegen de 71-jarige Mamet durven zeggen dat hij vergeten was om een einde te schrijven. De voorstelling eindigde met een twijfelachtige halve mop midden in een dialoog, waarna alle lichten in de zaal uit- en weer aanfloepten: het enige wat erop wees dat de voorstelling afgelopen was. Waarop driekwart van de zaal zich afvroeg of ze dààrvoor nu twee uur in het theater hadden gezeten. En 90 pond hadden betaald. En waarop het vierde kwart besloot om een staande ovatie te geven.

Toen mochten we allemaal naar huis. En een kwartiertje later zag ik hem lopen, de slechterik, de vuile aanrander, het stuk onbenul, de absolute topacteur: John Malkovich wandelde over de Golden Jubilee bridge met zijn plastic zakjes, zijn sportschoenen, zijn toneelscript met het mysterieus verdwenen einde. Alsof er niks aan de hand was. Alsof hij een gewone sterveling was. En niet de meest geniale filmploert uit de geschiedenis.

bitter-wheat-garick-theatre.jpg

gelezen: Mason Currey: Dagelijkse rituelen

“Een wiskundige is een machine die koffie omzet in theorieën.” (p.228)

Uitspraak van de excentrieke Hongaarse wiskundige Paul Erdös. Gevonden in dit inspirerende boekje over de dagelijkse rituelen van Ernest Hemingway, Albert Einstein, Gerhard Richter, George Orwell, Francis Bacon en tientallen andere creatieve werkers of beroemde luilakken. Gebaseerd op de Daily Routines-blog van de auteur Mason Currey.

HipstamaticPhoto-590226014.448186.jpg
Een bijschrift invoeren

de Daily Routines-blog van Mason Currey

gelezen: P.F. Thomése: Schaduwkind

Gelezen: een boek over de dood van een kind. Dit prachtige, ontroerend boekje uit 2003 van de Nederlandse schrijver P.F. Thomése gaat over de dood van zijn dochtertje Isa, die zes weken oud was toen ze stierf. Thomése probeert in voorzichtige, ultrafijne woorden te vatten wat hem overkomt; de taal is zijn houvast:

Als ze er nog is, dan is het in de woorden waar ik ’s nachts op wacht. Soms ook voel ik haar nog, maar minder, steeds minder zijn mijn armen, mijn handen, is mijn huid nog aan haar gewend.” (p. 76)

Schaduwkind bestaat uit kleine scènes en bedenkingen over verdriet, onbegrip en vooral verwarring: Thomése zegt enkele keren dat hij na de dood van zijn kind opnieuw moet leren lopen, praten, leven. In het adembenemende stukje Pietà beschrijft hij hoe zijn vrouw omgaat met het gestorven lichaam van hun baby:

Je waste haar, gaf haar een schone luier, borstelde zachtjes haar krulletjes. (Zo mooi, zag ik je denken, haast niet voor te stellen dat dit kind door mensen was gemaakt.) Je maakte haar gereed, want ze ging nu zonder ons, ze moest voor het eerst alleen op reis, ja zo meteen werd ze opgehaald. Je waste haar, je oliede haar huid, je trok haar schone kleertjes aan, tot het klaar was en er niets meer te doen viel voor je.

En plotseling waren je armen zo leeg, je tilde het lijkje op en klemde het tegen je aan, zo wiegde je jezelf tot rust.” (p. 52, 53)

Onvergetelijk boekje vol stilte, afwezigheid en onmenselijke pijn. Danku Ann De Jaegher voor de tip.

HipstamaticPhoto-589210299.205775.jpg

gelezen: Virginia Woolf: Mrs. Dalloway

Gelezen: de klassieker Mrs. Dalloway van Virginia Woolf. Een worsteling. Het boek bestaat uit een bijna eindeloze opeenvolging van de gedachten van personages, 180 pagina’s lang. Respectvoller uitgedrukt: “Een roman die op uiterst behoedzame wijze de complexe en mysterieuze verhouding tussen tijd en bewustzijn verkent.” (uit het nawoord van Joke J. Hermsen, p. 189) Ik moet dit boek nog eens opnieuw proberen, later als ik groot ben.

Uitgeleend in bibliotheek De Krook in Gent. 

HipstamaticPhoto-586637680.317644.JPG

Live vanuit het Q-Beach House in Oostende

Eigenlijk is het een zwaar uit de hand gelopen caravan-met-radiostudio op het strand.

Het Q-Beach House is de jaarlijkse zomerresidentie van Qmusic, het radiostation waarvoor ik werk. Het is één van de hotspots van de Belgische kust en het staat groots en kleurrijk te blinken op het strand van Oostende. Er komt ook veel lawaai uit. Ondermeer van mij, want ik ga er binnenkort een radiouitzending presenteren.

Sinds enkele jaren is er elk jaar een thema. Deze keer: Mexico. Volgens kenners lijkt het Beach House als twee druppels tequila op een Mexicaanse haciënda: er zijn aangepaste cocktails, er zijn sombrero’s, er staat een enorme paarse dildo op het strand die een cactus moet voorstellen en bij een bezoek aan de radiostudio kan je een pin krijgen met een doodskop die volgens mijn nonkel het logo is van de Mexicaanse drugsmaffia.

Er was begin juli een openingsceremonie met piñata’s in verschillende vormen en kleuren, waaronder een eenhoorn die door de burgemeester van Oostende op rituele en vooral agressieve wijze tot frut werd geslagen, gevolgd door hevige vreugdetaferelen en een tournée générale voor de bezoekers op het terras.

Op de menukaart van het Q-Beach House staan quesadilla’s, empanadas, taco’s en wifi gratuito. Gelukkig kan je ook gewoon een kaasplank met Brugge kaas verorberen, voor wie al dat Mexico maar dikke quatsch vindt en voor wie Brugge al exotisch genoeg is.

Een geruststelling: verwijzingen naar het wereldkampioenschap Mexico 86 zijn er nauwelijks. Jean-Marie Pfaff zal dan ook gegarandeerd niet aanwezig zijn, mijn drugscartel-gerelateerde nonkel trouwens ook niet.

Kortom, het is heerlijk toeven in het Q-Beach House, al kan je op een warme namiddag wel eens geconfronteerd worden met een enthousiaste bezoeker die zijn zweetoksel liefdevol over je schouder legt voor een selfie. Maar voor de rest is het een zalig weerzien met de vaste bezoekers en de nieuwe luisteraars. Ze komen dag zeggen in de studio, in hun zomeroutfits, hun wellustige bikini’s, hun stoere torso’s.

En binnenkort zal ik dus zelf nog eens een radiouitzending verzorgen vanuit het Q-Beach House. Ik heb het nieuwe boek Kamer in Oostende van Koen Peeters alvast aandachtig doorgenomen, om zeker geen verwijzing naar de artistieke geschiedenis van de stad van Ensor en Spilliaert te laten liggen. Ik zal de obligate Spaanstalige zomerhits draaien, de temperaturen zullen tot ongekende hoogten stijgen want de airco in de studio werkt niet goed; en tenslotte beloof ik plechtig dat ik de waardeloze mop van de Mexicaan zonder auto* niet zal gebruiken en dat ik ook mijn beste Jommekes-Spaans wijselijk voor mijzelf zal houden.

Je bent van harte welkom. Én je hoeft niet illegaal over een muur te klauteren om terug in de beschaving te geraken. Binnenkort hoor je mij live vanuit het Q-Beach House. Maar nu nog niet. Eerstos vakantios.

Q-Beach House.jpeg

* Hoe noem je een Mexicaan zonder auto? CAR-LOS

gelezen: Almar Otten: Gevallen engelen

Een boek lezen en vaststellen dat je je toevallig vlakbij het prachtige landhuis bevindt waar het hele verhaal zich afspeelt. Gelezen: Gevallen engelen van Almar Otten. Foto aan Museum Oud Amelisweerd bij Utrecht.

Almar Otten is een Nederlandse thrillerschrijver. Gevallen engelen is zijn eerste roman, een boek over vijf vrienden die gaan samenwonen in een verlaten landhuis. Hun buurman, de oude filosoof Michel, stelt hen een reeks fundamentele vragen die hun samenzijn en hun leven definitief veranderen.

Het onderwerp is fascinerend, maar de uitwerking stemt niet helemaal tevreden. Hoogmoed van Richard Hemker is voor mij de (veel) betere versie van dit boek. Feest van Dimitri Casteleyn de spannende thrillervariant.

Gekocht in boekhandel Limerick in Gent.

C4316456-AA5F-46A3-961E-A80EFE41F6B7.JPG

Stalker

Ik moet maken dat ik hier wegkom.

Met open mond sta ik te staren naar het huisje. Er is volstrekt niks te zien. Er staat een haag voor de volledige breedte van de gevel en die is zo hoog dat ze een blik op het huis bijna volledig verhindert. Het dak is wel zichtbaar en een stukje van de muur waarop Louwhoek staat. Ik neem enkele foto’s en vraag mij af of de bewoners de politie al hebben gebeld. 

Vandaag ben ik een stalker, een obsessieve fan die is blijven hangen in een duistere achterhoek van zijn puberteit. Mijn object van fascinatie heet Jeroen Brouwers. De schrijver woont hier niet. Hij heeft hier gewoond, in het huisje vòòr mij, Huize Louwhoek in Exel, in de provincie Gelderland in Nederland. Wonen doet hier sowieso ongeveer niemand. Er zijn akkers, bomen en oneindig lange dreven met hier en daar een boerderij en een stal met monsters van landbouwwerktuigen ernaast. En koeien. Voor de rest: overal stilte.

Toch is deze plaats literair erfgoed. In dit huisje heeft Brouwers in 1981 zijn allerbeste boek geschreven: Bezonken Rood. Hier komen ook zijn andere legendarische Indiëromans vandaan, Het Verzonkene en De Zondvloed, én zijn brieven verzameld in het geweldige Kroniek van een karakter. Hier schreef hij: “Ik vind er niks aan, aan leven. Van al wat leeft houd ik alleen van bloemen en van al wat leeft houden alleen bloemen van mij. (…) Ik in de luwte, maar mijn pistool is geladen. Val mij niet lastig. Ik neem aan uw leven geen deel.” (De Exelse testamenten, in Verhalen en levensberichten, p. 189-190)

Zouden hier om de haverklap fanatieke Brouwerstoeristen op bedevaart voor de deur staan? Die een selfie willen maken op de oprit of godbetert een kijkje willen nemen in huis? De voormalige schrijfkamer zien waar de schrijver zijn boeken schreef, de eetkamer waar de schrijver zijn boterhammen met karnemelk verslond, het toilet waar de schrijver zijn drollen draaide? Zouden de bewoners een waakhond hebben, een tweeloop of een abonnement bij de politie?

Jeroen Brouwers schrijft overal en telkens opnieuw: laat mij met rust, blijf van mijn lijf. Zijn lijfspreuk is: Noli me tangere, Raak me niet aan. Kortom, ik doe precies wat de grote schrijver vraagt om niet te doen. Topfan ben ik.

Flashback. Jaren geleden woonde Jeroen Brouwers in een huis in het Limburgse Zutendaal dat intussen afgebroken is omdat het illegaal in een bos stond. Brouwers kon er in principe ongestoord schrijven, ware het niet dat de gemeente Zutendaal ter ere van de schrijver een reuzenmonument voor de ingang van het bos had neergepoot, als een gigantische wegwijzer voor literaire toeristen.

Ik heb mij toen door een lokale vriendin op sleeptouw laten nemen langs zijn huis. Ik heb op aanwijzen van de vriendin idolaat naar het huis van de schrijver staan staren. Ik heb mij afgevraagd aan welk meesterwerk hij op dat moment aan het ploeteren was en ben dan uit pure gêne haastig weer weggelopen.

Ik heb er zelfs mijn excuses voor overgebracht aan Jeroen Brouwers zelf, in een brief in opdracht van radiostation Klara voor zijn verjaardag. Hij heeft mij moedwillig vergeven. Maar kijk: hier sta ik weer. Dit keer diep in Nederland, op de Dwarsdijk in Exel. Te staren naar een haag en een grijze auto op een oprit en als een idioot foto’s te nemen.

Wie weet hebben de huidige bewoners de lijfspreuk van de schrijver overgenomen. Wie weet heeft Brouwers bij zijn verhuis zijn geladen pistool vergeten. Raak mij niet aan. Ik moet écht maken dat ik hier wegkom.

Oja, het meest verfoeilijke dat ik ooit gedaan heb als Brouwers-fan, dat heb ik nog niet verteld. Da’s voor later. Bij een gepaste gelegenheid.

HipstamaticPhoto-585231887.574148.jpg

gelezen: George Orwell: 1984

Wat een fenomenaal boek, wat een onvergetelijke klassieker. Herlezen: het legendarische 1984 van George Orwell. Geschreven in 1950, maar griezelig relevant voor wat er vandaag in de (politieke) wereld gebeurt.

Winston Smith woont in Oceanië, waar iedereen en alles gecontroleerd wordt door de staat, gesymboliseerd door een soort mythologische figuur: Grote Broer, Big BrotherEen uitzonderlijke dictatuur: ze controleert niet alleen het doen, maar ook het denken van haar onderdanen. Daarvoor bestaat er een gedachtenpolitie en heeft iedereen in huis een telescherm hangen, waarmee de burgers programma’s kunnen bekijken en beluisteren, maar waarmee ze zelf ook bespied worden.

Het verleden bestaat niet voor de inwoners van Oceanië; ze leven in het eeuwige nu. De geschiedenis wordt volledig aangepast en herschreven zodat alles klopt met het partijstandpunt van vandaag, ook al wisselt dat voortdurend. Zoals het nu is, is het altijd geweest. Dissidenten verdwijnen, worden gevaporiseerd, en elke verwijzing naar hen wordt gewist, alsof ze nooit bestaan hebben. De officiële taal is Nieuwspraak, een taal met een veel kleinere woordenschat dan onze huidige talen, zonder dubbelzinnigheden en zonder de mogelijkheid om te discussiëren over andere politieke stelsels.

Er zijn vier ministeries: het Ministerie van Vrede (verantwoordelijk voor oorlogsvoering), het Ministerie van Liefde (verantwoordelijk voor ordehandhaving), het Ministerie van Welvaart (verantwoordelijk voor de economie) en het Ministerie van Waarheid, waar Winston werkt:

“… dat de burgers van Oceanië moest voorzien van kranten, films, schoolboeken, teleschermprogramma’s, toneelstukken, romans – en van elke denkbare vorm van voorlichting, onderwijs en amusement, van standbeeld tot leuze, van lyrisch gedicht tot biologische verhandeling en van abc-boek tot Nieuwspraakdictionaire.” (p. 46)

De laagste klasse van de samenleving, 85 procent van de bevolking, wordt de proles genoemd. Zij leven in armoede en hun denken hoeft niet gecontroleerd te worden; ze zijn enkel bezig met werken en kinderen grootbrengen. Voor hen worden in het Ministerie van Waarheid speciale producten gemaakt:

Er was een hele reeks speciale afdelingen, belast met proletarische literatuur, muziek, toneel en algemeen amusement. Hier werden prulkranten vervaardigd, waar bijna niets anders in stond dan sport, misdaad en horoscopen, sensationele stuiverromannetjes, films die dropen van seks en sentimentele liedjes die totaal mechanisch werden gecomponeerd op een speciaal soort caleidoscoop die de naam ‘versificator’ droeg.” (p. 46)

De job van Winston op het Ministerie van Waarheid is om krantenartikels uit het verleden te vervalsen zodat ze kloppen met wat er vandaag gezegd wordt. Maar hij begint illegaal een dagboek bij te houden, en hij wordt verliefd op Julia, wat verboden is; ze ontmoeten elkaar in het geheim.

Terwijl in Brave New World van Aldous Huxley de burgers perfect gelukkig zijn, leven ze in 1984 in armoede en ongeluk, maar wordt propaganda gebruikt om hun situatie rooskleuriger voor te stellen, en wordt het verleden als referentiekader weggenomen zodat niemand zich kan herinneren hoe het vroeger was.

1984 is een geweldig boek. Het is spannend, persoonlijk en uitstekend geschreven. En vooral is het ongelooflijk om de werkwijze van totalitaire regimes én van hedendaagse populistische partijen feilloos beschreven te zien in een boek uit 1950.

De linken met wat er vandaag gebeurt zijn ontelbaar: de controle die geheime diensten  op hun inwoners uitoefenen, marketing als dagelijkse propaganda, linken met trackers, gps-toestellen in smartphones, het volgen van online klikgedrag, toestellen als Alexa en Google Home waarmee elke burger een apparaat in huis haalt dat alles kan horen wat er gezegd wordt. Linken met de Amerikaanse president ook die waarheden ontkent, feiten verdraait en er zelf in gaat geloven. Dubbeldenk in de dagelijkse praktijk. 1984 is een onwezenlijk boek, een absolute must om te lezen. Grote aanrader. Ontleend in bibliotheek De Krook in Gent.

HipstamaticPhoto-584449998.825447.jpg

gelezen: Koen Peeters: Kamer in Oostende

Schrijver Koen Peeters doolt rond in Oostende, samen met zijn vriend en schilder Koen Broucke. Samen zoeken ze het pad van kunstenaars en schrijvers: James Ensor, Léon Spilliaert, Hugo Claus, Constant Permeke en Joseph Roth. Ze doorkruisen straten, stappen onuitgenodigd gebouwen en hotels binnen en spreken bewoners aan in de hoop dat die hen iets kunnen leren over de levensloop van een schrijver of een kunstenaar. Peeters en Broucke doen zo – heerlijk herkenbaar – aan een soort posthume stalking van artiesten.

Er staat roman op de cover van Kamer in Oostende, maar dat voelt vreemd: het boek is meer een schrijf- en schilderproject, een emotionele knipselmap gebaseerd op een dagboek. Het boek neemt je mee in het hoofd van twee kunstliefhebbers door een levende stad vol geheimen; het is een ode aan de zee, aan Oostende, aan de kunst en de vriendschap.

HipstamaticPhoto-583709425.531446.jpg